Het gesprek.

En hij zei: 

Laat me met rust. 

Ik leid mijn leven. 

Zoals ik dat wil. 

Dus laat mij met rust.

Met je dwang en je drammen

Je mist het verlangen

Om mij los te laten

Zoals ik het wil

Met de angst in je wezen 

En geblaat in de lucht

Vanuit onzijn bestaan

En onwillig verleden

Met de rem op je hart

En verscholen verdriet

Dus laat mij met rust

En gun mij mijn leven

Met mijn lief en verlangen

Uit de dageraad vers

In de aarde geplant

En uit liefde geboren

Wars van wrok en geweten

Maar uit zuivere lucht

Dus leef je eigen leven

Zoals ik dat nu doe

Zonder vrees of verlatenheid

Onder je huid

En laat mij in mijn waarde

Schop de oordelen weg

Vanuit luchtigheid uit het vreemde gewag

En omarm je verlangen

Om de pijn te verzachten

En de zekerheid van je verlies

Schep de ruimte tot delen

En de vrijheid tot leven

Door los te laten wat jouw vast heeft gezet

En laat mij los

Stop met strijden en vechten

Geef de ruimte aan hen die de stormen doorstaan

En die in vrijheid en ineenvoud

Het lef durven tonen

Om in vrede en vrijheid 

Het gesprek aan te gaan

Share

Ik weet het niet.

Ik woon nu al negen jaar in Brabant. Mijn dialect is verbasterd en niet meer origineel. Het is een mengelmoes geworden van het Meerloos, Horsters, Venraays, Leuns en Venloos.Het is Limburgs maar niet helemaal vlekkeloos. Want mijn moeder is Brabants. En ik woonde dertien jaren in Meijel. Tot mijn achtiende in Meerlo en ik heb vijf jaar in Wessem gewoond en veel in Zuid Limburg gewerkt, gestudeerd en als ik ga wandelen met mijn hond zeg ik nog steeds “wanjele”.  Ik voel dat mijn Limburgs wegzakt. Ik spreek het te weinig. Ik hoor het niet vaak genoeg. Er komt Nederlands voor in de plaats.En ik weet niet wat ik er mee moet? Moet ik er überhaupt iets mee? Vanavond toen ik aan het wandelen was met mijn hond liep ik langs een bushalte. Zag de tijd staan en vertaalde dat naar het Limburgs. Het dialect dat in mij op kwam. En ik besefte mij dat ik wegdrijf. Weg van de taal van mijn geboorte. De taal van mijn vader. Wat ik versta en waar ik in opgroeide. Juist omdat ik het niet vaak genoeg meer spreek. Ik mis mijn vader. En zijn taal. Mijn ‘ouwe taaie’ en zijn dialect. En ik realiseer mij, meer dan ooit, dat ik de mijn geboortegrond mis.Wanneer ik in Vlaanderen ben voel ik mij thuis. Wanneer ik in Limburg ben voel ik mij dicht bij mijn familie en kinderen. Ik voel weemoed en verlangen. Naar mijn kinderen, moeder en geboortegrond.En al luister ik dagen naar Limburgstalige muziek. Bel ik mijn moeder en bezoek ik mijn geboortegrond. Ik blijf onthecht van mijn wortels. De grond waaruit ik kom en de stem van mijn vader. Soms is die pijn onverdraagzaam en komt ie naar boven. Vanavond is dat zo. En dat doet pijn en dat roept melancholie op. Het lukt mij vaak die te onderdrukken maar vanavond niet.Dan mis ik mijn vader, mijn kinderen en het vertrouwde dialect en de vanzelfsprekendheid om in een paar woorden samen te vatten wat in het Nederlands te veel tijd en woorden kost.

Share

Voor de eerste keer in mijn leven.

Het is de eerste keer

Dat iemand mij nodig heeft

Die van mij houdt

Die om mij geeft

Voor de eerste keer in mijn leven

Mag ik mijzelf zijn 

Zonder reserve

Het is nooit eerder gebeurd

Dat ik mijzelf mocht zijn

Zonder restrictie of terughoudendheid

Met wie ik ben en wat ik doe

Voor de eerste keer in mijn leven

Mag ik mijn lijn lopen

En mag mijn hart doen waar het hoort

Dat is door dat jij in mijn leven bent

Het zal mij niet verlaten

Het is liefde die mij omhult

Voor de eerste keer in mijn leven

Is er een vrouw die mij nodig heeft

Die mijn leven voor de eerste keer verlicht

Die mij laat zijn wie ik ben

Zodat ik mij voor de eerste keer

Geen zorgen hoef te maken

Dat ik gekwetst wordt

Of dat de liefde bij verlaat

Iemand.

Voor de eerste keer in mijn leven

Iemand die mij lief heeft en mij nodig heeft

Share

Wielrenners zijn hufters.

Ik stap naar buiten. Met mijn rechterhand hou ik aan de stuurpen mijn racefiets vast. In de linker de sleutel van de voordeur. Ik sluit af en stop de sleutels in de achterzak van mijn fietsshirt waar het ritsje in zit. De fietsnavigatie schakel ik in. Het eerste piepje betekend dat ie aan is en de tweede dat ik op startknop heb gedrukt. Ik zet mijn wielrenschoenen op de pedalen druk ze naar beneden. ‘Klak klak’, het klakken bevestigd dat ze in het vergrendelingsmechnisme vast zitten. Water✅, banaan✅, telefoon✅, reservebandjes✅, bandenlichters✅, portemonne✅, zonnebrand✅. Route in mijn hoofd?✅. Klaar om te gaan trainen. In een ‘zen-stand’ fiets ik mijn straat uit het fietspad op. Ik heb zin om te bewegen en buiten te zijn. In het open land en alleen te zijn. Ik ben heerlijk rustig als ik vertrek. Nog geen kilometer later ben ik opgefokt en blij dat ik nog leef.

Het begint al als ik het fietspad oprijd. Spookrijder! Een jonge knul op een oud barrel fietst tegen het verkeer in. Energie drankje in de rechterhand, oordopjes in, petje op. Als ik tegen hem zeg dat ie aan de verkeerde kant van de weg fietst reageert ie niet eens. Hoort hij me nu niet of negeert hij mij? ‘Ach, dat kan gebeuren, niet te veel aandacht aan geven’, denk ik en ik fiets door. Vierhonderd meter verder (ik heb een kilometerteller op mijn fietsnavitatie) is de eerst weg van rechts. Een auto nadert mij van achter en geeft gas om mij in te halen en vlak voor mij rechts af te slaan. Ik moet een noodstop maken anders had ik er onder gelegen. ‘Kijk uit man, je rijd me bijna overhoop!’ Geen reactie. De automobilist blaast door en ik sta stil. ‘Allez, ook dat kan gebeuren.’ denk ik weer. Maar het knaagt aan me. Twee keer al zoiets meemaken binnen een paar minuten. Dit is Oosterhout. Niet Amsterdam! 🤨. ‘Zen jongen. Diep inademen en rustig uitademen. ‘Klak klak’, en ik fiets verder. Ik passeer de lage flats rechts van mij en nader de doorgaande weg en het tweebaansfietspad tussen Dorst en Oosterhout. Van beide kanten komen hier fietsers, gemotoriseerd verkeer en voetgangers. Er zijn signaleringslichten in de weg geplaatst waardoor je weet dat er fietsers of voetgangers aan komen. Ik kijk links, rechts en achter mij want ik wil links afslaan richting Dorst. Dat gaat goed 😀. Niet te vroeg juichen. Nog voor ik goed en wel op het tweebaansfietspad ben komt er van links een auto die de doorgaande weg op wil. Ik ga dus links af en de auto wil rechtdoor en daarna naar rechts. En in plaats van naar rechts en links te kijken kijkt ze, het is een vrouw, alleen naar links en ziet mij niet!🙈 In een reflex schreeuw ik ‘HEEEJ!’ Ze staat meteen stil en ik moest uitwijken naar de rechterhelft van het fietspad. Mijn scheenbeen staat bijna tegen haar voorbumper. En dat bedoel ik die van de auto hè😉. Ze slaat haar handen voor haar mond en met ogen als schoteltjes roept ze ‘Sorry, ik had je echt niet gezien. Sorry sorry sorry!’ Ik snap het maar mijn geduld wordt zwaar op de proef gesteld. Met mijn wijs en middelvinger wijs ik naar mijn ogen en zeg: ‘Kijken mevrouwtje. Kijken!✌🏼 Ik heb voorrang. Asteblief kijk in het vervolg goed beter uit je doppen!’ ‘Klak klak’, en ik fiets verder. Ik vloek zachtjes. Mijn geduld wordt weer op de proef gesteld. ‘Lekker ritje zo. Bijna twee keer van je fiets gereden, spookrijder ontweken en ik moet nog beginnen met trainen. Man o man. Schijt zen!’ Ik stamp even flink op de pedalen om het letterlijk van mij af te trappen! Het fietspad gaat lichtjes omhoog. Links ligt een flat en een weg. Het fietspad is leeg. ‘Opletten Cor’, zeg ik tegen mezelf. Verkeer van voor en achter, verkeer van links en mogelijke fietsers van links, achter en voor. Een overzichtelijk punt. Bijna landelijk rustig. Maar schijn bedriegt❗️Ik hou me in. Pedalen stil. Een auto van links ziet mij niet en maakt een noodstop voor het fietspad. Een auto die vanachter mij komt en links af wil slaan kijkt alleen naar het verkeer voor hem en naar het fietspad rechts van hem en ziet mij niet. Ik fietste voor hem en nu van links. Het scheelt een banddikte of hij had me vol geschept…🤬👿😤 In een slalom ontwijk ik de aanvallen en met veel stuurmanskunsten kan ik mijn vege lijf redden. Mijn hart klopt in de keel!!! Bijna gesandwiched door twee van die ‘slapers’ in een auto! Ze krijgen in gedachten de wind van voren. “Dit is toch niet normaal man. Door twee auto’s bijna naar de kloten geholpen. Kijk verdomme toch uit man! Zijn jullie wel bezig met rijden? En maar een grote mond hebben over wielrenners en hun a-sociale gedrag. Man. Leer zelf eerst eens fatsoenlijk rijden. Ik hou me keurig aan de regels en binnen vijf minuten wordt ik vijf keer bijna naar de kloten gereden. Fuckers!” Een dialoog ga ik niet aan. Ik ben kijk ze aan maar door mijn zonnebril zien ze mijn ogen niet. Ze staan stil en rijden door. Geen handje, geen blik van verontwaardiging. Schijnbaar emotieloos. Tuurlijk! Dat doen ze altijd. Veilig warm en droog in hun geluidsdichte blikken dozen. Muziek aan, appen, geen richting aangeven, suffen, bellen en de wereld om zich heen vergeten. En ondertussen fietsers bijna verrot rijden. Om maar te zwijgen over de talloze spookrijdende fietsers. Er zijn dagen bij dat ik van Oosterhout naar Breda vijftien spookrijders tel. En als ik ze aanspreek kan ik rekenen op een grote bek of domme blikken. Zo van “Huh, waar heb je het over? Doe niet zo moeilijk? Ik ben er op dat moment zooo klaar mee. Altijd de beschuldigende vinger naar fietsers 👈🏼🖕🏼en dan met name de wielrenners wijzen. Ik schud mijn hoofd en maak een vluchtige armbeweging die tussen een groet en verwijzing in zit. Mijn hartslag is te hoog voor de inspanning. Ik fiets voor mijn gezondheid en omdat ik het leuk vind. Niet om het gevaar op te zoeken. Mijn innerlijke rust wordt op de proef gesteld en ik zwijg. Het is het moment niet en de automobilisten rijden door…alsof er niets is gebeurd.

Ik fiets Oosterhout uit. Het viaduct op naar Dorst en sla rechts af het fietspad op, hou mijn voeten stil en daal af. In gedachten verzonken vraag ik me af hoe het komt dat we in het verkeer zo doen. Achter mij hoor ik het geluid van een auto. Steeds dichterbij ronkt het brullen. Bij het passeren voel ik de hete adem van luchtverplaatsing van de achteruitkijkspiegel tegen mijn elleboog. Oude man. Hij rijd niet eens hard. Ik ben voor de zoveelste keer hard geraakt. 🙁

In mijn vertrouwen! Wielrenners zijn hufters!

Naschrift oktober 2019: Gelukkig was dit een uitzondering. Ik wens iedereen meer begrip en verdraagzaamheid in het verkeer en het dagelijks leven. Gelukkig kom ik altijd heelhuids thuis. Dat wens ik iedereen toe.

Share