Midzomernachtrit🙌🏼✨ #ridesolo #hansolo 😉🚴🏼‍♂️🤟🏼

‘s Avonds fietsen heeft voor mij iets bijzonders. De overgang tussen licht en donker zit binnen onze wereld verzonken in structuur. De rituelen zijn anders. Je gaat van bezig zijn naar rust en slaap. Deze grens passeren en op een tijdstip sporten dat je in de winter al slaapt kan tijdens de midzomernacht. Ik ging alleen en fietste België binnen, sprak een goeie bekende en keerde om. Terug naar Nederland. De prachtige zonsondergang liet mij stil staan. Endorfine met een verrukking die sidderde door mijn lijf. Morgen verder werken aan mijn herstel met radioactieve vloeistof in mijn aderen. Mocht je mij morgenavond zonder een lamp op de fiets toch zien weet je waar de straling vandaan komt. 😉🤟🏼🙌🏼✨✨✨✨✨

Share

Een roerig begin.

De eerste week van 2020. Man o man! De uitersten in een notedop. Liefde, leven en de dood troffen elkaar. Er wordt niet naar gevraagd. Het is geen afspraak. Geen planner of agenda die het schema bepaald. Verbazing en ongeloof hield mij stil. Met de mond open van verbazing las en hoorde ik het ene na het andere nieuws. Dichtbij en soms wat verder van mij af. Het maakte het niet minder heftig. Daar mee om gaan zette mij aan het denken. Af en toe zelfs prakkeseren en peinzen. In cirkels denken en er niet uit komen. Draaien zonder er omheen te draaien. Om dol van te worden. Simpelweg geen antwoorden vinden op levensvragen. Vragen stellen heeft geen zin anders waren de antwoorden wel gevonden. Of zijn ze er wel maar nog niet bij mij bekend? Nog nooit eerder was mij dit overkomen. Drie sterfgevallen van vaders en één ernstig zieke vriendin, twee geboorten en een scheiding. Begrijpen hoeft niet. Het kwam binnen op mijn gevoelsniveau en raakte mij. Verdriet en geluk in één week. Op het leven valt geen pijl te trekken.

Mijn hartdag moest nog komen, de vastelaovend was nog verder weg en 2020 begon roerig. 

Share

Zomerlucht.

Ik ben op de terugweg van mijn derde verjaardagsfeest. Deze keer in Utrecht. Met fijne mensen. In een nieuw stadsdeel. Leidsche Rijn is uit de grond gestampt. We vieren onze verjaardagen, delen cadeau’s uit. Vertellen verhalen en wat ons bezig houd. En dan blijven we niet bij ditjes en datjes. Na twee glazen bier of wijn duiken we de diepte al in. Over de liefde, bewustwording, identiteit, opvoeding, het gezin en ook over pizza, ijs en koffie met chocolade. De stad is rustig. De gejaagde forens zie ik niet. Het is relaxed. Mensen op het centraal station lopen passen langzamer dan ik gewoon ben. Ze slenteren, kijken om zich heen, drinken koffie, eten softijs of een broodje op de hand. Gezinnen met kleine kinderen, moeders met dochters en met tassen van winkels in hun handen of op schoot. Het is bijna van een dorpse ontspannenheid. Ik drink mijn tweede koffie en tik een groot stuk chocolade naar binnen. Zit, kijk en vind het prachtig om te zien. Op de weg naar de bushalte voelt de zomer als mijn huiskamer. Zacht aan mijn huid. Geen wind. Aangenaam om in mijn t-shirtje rond te lopen. De lucht is licht. Helder zicht zodat ik alles scherp zie. De stad wil zich laten zien ik krijg zin om lang buiten te blijven. Dit is een dag die benoemd wordt als we praten over lange zomeravonden. Een avond die roerloos over gaat in de dag en dat eindeloos door kan gaan. Dagen na elkaar en moeiteloos. Je hoort dan niemand klagen over hitte, benauwdheid of droogte en een smeltende ijskap en oplossende ozonlaag.

Ik betrap me er op dat ik terugdenk aan mijn jeugd in het kleine dorpje in Noord-Limburg waar de zomers altijd zo waren. Waar ik het gras en de zand rook en mijn longen vol lucht en leven zoog. Dat ik mij groot voelde. Zo groot als Jonas de Reus die ik samen met mijn zusje en moeder tekende op de zandwegen rondom ons keuterboerderijke. Ik was klein en de wereld groot en onbekend. Mijn wereld bevond zich op fietsafstand en ik was blij als ik de zon onder zag gaan en op bed lag en de koeien, paarden en schapen in de wei hoorde. Wilde niet slapen. Zoveel moois nog te ontdekken. Vandaag ben ik weer Corke, Knillis en ozze Cor. Heerlijk!!!!

Share

Mosterd.

Mijmeringen

Ik ben wakker geschrokken. Nu ik niet kan fietsen heb ik tijd om andere dingen te doen. Denken en doen. De aandacht verleggen. Mijn werkkamer opruimen, de was doen en mijn fietskleding gesorteerd. Met name de broeken en shirts. Alle te grote broeken bonjour ik er uit. Geen zwevende zemen, lubberende pijpen en flapperende bretels meer. De wind waait niet meer via de te ruime shirts naar mijn zuidpool om daar de ijsblokjes te laten groeien. Die te ruime shirts waren ooit nuttig. Nu niet meer. Weggooien is zonde dus gaf ik ze weg. Dat is ook een manier van weggooien alleen voor hergebruik en uitgestelde enkele reis naar de container, naar een tweede leven.

Dat is mijn wielerleven ook. Of heb ik er daar meer dan twee? Het eerste was toen ik in de jaren tachtig de Tour voor het eerst zag. Ik was klein, een jaar of negen. Voetbalde maar wilde stampen en stoempen door de bossen en over zandwegen en het asfalt. Gesmoord in de kinderschoenen. Toen mijn allereerste echte nieuwe zelfverdiende racefiets. Zelf gekocht. Een stalen frame. Met zwabberwielen. Niet het beste materiaal. Wel de eerste echte. Gefietst, gezweet, met triatlon gebruikt. De tienerjaren. Vreselijk mezelf onderschat. Veel complimenten ontvangen maar niet klaar om door te gaan. Gestopt als twintiger. De derde in mijn dertiger jaren. Wel het geld, niet de vrijheid. Pas in mijn vierde leven in West Brabant veerde ik op. Herrijzenis na diepe dalen en een harde smak op de klinkers en de weg naar mijn eerste Tour. Nu ik hier sta besef ik dat mijn vijfde wielerleven er aan komt. Het vijfde hoofdstuk en het tweede deel. Deel een was voor de Tour van dit jaar. Deel twee begon op vijf juli. De dag der dagen. Mijn geboortedag. De start van de Tour in Brussel werd mijn nieuwe start. Anders dan verwacht staat vijftig voor mijn vijfde wielerleven. Een vijfde leven dat een andere koers bepaalt dan ik voor ogen had. Net als in het wielrennen. Dat mijn leven een koers in een koers is. Dat de paralellen elkaar gaan raken en kruisen.

Is dat de zin van dit nieuwe begin. Dat het mij laat voelen en iets te zeggen heeft. Dat het plannen, structureren, discipline onderdeel zijn van een groter geheel. Dat mijn leven zich weerspiegelt in mijn fietstochten en de doelen die ik stel en bereik. Meer en meer kom ik tot de ontdekking en het geloof dat het leven niet maakbaar is. Dat liefde voelen en geven, leven met een open hart, doen waar je blij van wordt, rust, ruimte en toewijding kan leiden tot een mooiere toekomst. Niet alleen voor mezelf. Ook voor de mensen die ik ontmoet en raak. Is dat de mosterd die ik proef?

Share

De éénvoud.

Na regen komt zonneschijn. Dat zeggen ze. Of nog meer regen. Of onweer. Of mist. Of toch een keer zonneschijn? Dat schoot vandaag door mijn hoofd toen ik door een suf Frans dorpje fietste. Na een dag misère besloot ik om aan het eind van de middag anderhalf uur te gaan draaien. Dat deed het in mijn hoofd al langer dus waarom de benen niet meenemen in die draaimolen?

Mijmerend staarde ik voor mij uit. De weg sinds kort bekend. De omgeving niet de mijne. Het is hier mooi. En zo mijmerend en fietsend realiseer ik mij dat ik overal te gast ben als ik niet ben waar mijn wortels liggen. Altijd een gast. Dan heb je je te houden aan de regels van de gastheer. ’s Lands regels, wetten, normen en waarden. Want anders ben je geen gast zijn waardig. Of zijn dat de normen en waarden die ik van huis uit mee heb gekregen? Dat je je aanpast aan je omgeving, je dienstbaar opstelt? Het algemeen belang voor je eigen belang stelt? Klaar staat voor een ander als ie hulpbehoevend is, je oog hebt voor de noden van je medemens, een mooiere samenleving nalaat dan je kreeg van je ouders en hun ouders en al mijn voorouders die bij mij zijn? Zo fietsend door Frankrijk denk ik aan de mensen die ik ontmoet en voor wie ik iets beteken. Op welke manier dan ook. En wat voor een effect dat heeft op onze relatie. Hoe die dan ook moge zijn? Ik zweef weg in mijn mijmeringen zonder antwoord op de vragen. Dan is het leven op de fiets simpel. Kinderlijk éénvoudig. Je fietst van het ene naar het andere punt. Met de regel dat het weer bepaald wat voor kleding je aantrekt. En je conditie bepaald hoe ver en op wat voor een manier je fietst. Meer is er niet. De fiets en je eigen bubbel.

Het moderne leven vraagt, verwacht, eist, wenst, verlangd, verleid. Zo veel dat het niet altijd overzichtelijk is. Er is zoveel dat het er niet makkelijker op maakt. De kracht van het leven is dat alles waarnemen en de éénvoud omarmen. Wellicht is dat wat mij zo aan het fietsen trekt. De éénvoud!

Share