Het waren rare tijden in 1986 en ‘87. Heftig, omdat er veel gebeurde. Ik moest aan mijn leerplicht voldoen, werkte hard en had geen vrienden meer. De brommer vrienden had ik gestald. Niet mee op vakantie mogen was een klap in mijn gezicht. De profiteurs, de gasten die meereden over mijn rug omdat ze zelf geen brommer hadden, had ik vaarwel gezegd. En met hun en alle anderen had ik gebroken. De ommekeer kwam toen ik door omstandigheden niet bij mijn vader, moeder en zusje was toen ze mij hard nodig hadden en nadat ik bij de kist van oma Venray stond. Zij was overleden en ik kon gelukkig naar de avondwake. Daar stond ik met mijn zeventien jaar oud. Ik zie me staan aan het voeteinde van de kist. Een zaaltje met indirecte verlichting. Die vanaf het plafond via een soort omgekeerde u-vormige lichtbak strijklicht naar beneden liet schijnen via de wanden van het mortuarium van het ziekenhuis. Om mij heen familie die bij met een scheef oog bekeken. Waar mijn ouders en zusje waren weet ik niet meer. Alleen met mijn gedachten stond ik daar en ik zag veel aan mij voorbij trekken. Al mijn streken, de familie, mijn verleden en het heden. Ik nam mij voor te breken met de eerder vertoonde gedragingen en een ander pad op te gaan. Een pad waar mijn ouders en familie trots op konden zijn. Daar die avond om zes uur koos ik letterlijk voor een andere weg. Ik was er vast van overtuigd dat het mij ging lukken. Daar heb ik de knop omgezet en gebroken met alle shit die ik kende en veroorzaakte. In de weken daarna werd ik liefdevol opgevangen door mijn ouders en Geert Gorree! Het waren de enigen die mij steunden en de kans gaven opnieuw te beginnen. Mijn ouders door er voor mij te zijn en me de rust en ruimte te geven mezelf te leren kennen.  Geert was er door mij aan te sporen iets te doen met de energie die vrij was gekomen. Ik was verraden, vernederd, vertrapt en als oud vuil aan de kant gezet. Geert en zijn vrouw Marian vonden dat mensonterend en onterecht. En wars van alle geruchten en de vieze smoezelige etterende vuile praat in het dorp en omstreken gaven zij mij het vertrouwen dat ik zo hard nodig had. Sterker nog. Zij boden mij een veilige omgeving en de vrijheid om te ontdooien. Geert gaf mij de opdracht om twee A-viertjes uit mijn hoofd te leren. Alleen de eerste zin weet ik nu na ruim 35 jaar nog.

“Onlangs vroeg men aan een bekende persoonlijkheid waarom zo weinig mensen slagen terwijl zo velen mensen op de wereld willen dat hun dromen werkelijkheid worden.”

Mijn focus werd verlegd en ik leerde mij te concentreren. Als ik binnen een maand de A-viertjes uit mijn hoofd leerde mocht ik bij hem blijven werken. Elke week kwam ik een stukje verder. Ik zat na het werk thuis bij het licht van de bureaulamp te lezen en liet zin voor zin binnen komen. Elke week overhoorde Geert mij. En elke week kwam ik een stap verder. Week na week. En bij week vier was ik er klaar voor. Alles stroomde er uit. Ik was geslaagd en mocht blijven. Dat gaf mij zo veel zelfvertrouwen en het besef dat ik keuzes durfde te maken en mijn besluiten waar kon maken. Geert, als volwassenen, had de weg voorbereid. Ik ben hem heel veel dank verschuldigd. Nog steeds kan ik er na al die jaren geëmotioneerd van worden als ik aan hem en Marian denk. Hij was mijn redder. Tegen alles in een voorbeeld voor Meerlo en de bekrompenheid die mij bijna de vernieling in had geholpen. Na Geert kwam de dienstplicht. Ik ging vervroegd in dienst. Mocht opkomen in maart 1988. Lichting: 88-2. Ik ging naar Blerick. Bij mijn geliefde Venlo De rijopleiding voor chauffeur Laro (Landrover). Daar in dienst ervoer ik voor het eerst in mijn leven wat kameraadschap betekend. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*