H❤️rtdag nummer 11❤️

Morgen is het elf jaar geleden.

Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk.

Van de andere kant gaat er ook geen dag voorbij dat ik niet aan andere zaken denk.

De hartdag is deel uit gaan maken van mijn dagelijkse gedachten.

Het verbaasd mij.

Jaren geleden nam het een veel prominentere plaats in.

Met het verstrijken van de tijd nam de explosieve lading van de gebeurtenis af.

De impact die het teweeg bracht heeft zijn werk gedaan.

Ik voel mijn hart beter aan dan ooit tevoren

En luister veel beter naar mijn gevoel dan ooit.

Elk jaar op de avond voor de dag denk ik terug aan mezelf daar in dat bed met een blauw hemd aan met touwtjes aan de mouwen.

En elk jaar herbeleef ik de dag van de ingreep. 

Het wordt echter elk jaar lichter, het vervaagd.

Alsof de primaire kleuren langzaam overvloeien naar pasteltinten.

Prachtig hoe mijn leven een wending nam.

Gedenkwaardig.

Share

Loden jas (17). Canvastas✌🏼

De opleiding was heftig. Niet fysiek, maar de overgang van burger naar militair wel. In de pas lopen was en is niet mijn sterkste kant. Marcheren wel. In de maat. Heerlijk dat geluid van het ritme. Met in gedachten een mars. Rijden in de Landrover ging mij goed af. Ik had al een paar rijlessen gehad in het burgerkleren. De LARO was gaaf. Het schieten met de uzi ook. Met de viertonner naar de Venlose hei en daar mochten we op de oude banen van het Duitse oorlogsvliegveld Fliegerhorst onze eerste schoten lossen. De geur van buskruit en zwavel associeer ik nog steeds met munitie en schieten. 

Het mooie aan die tijd is het feit dat ik daar voor het laatst in conflict kwam met ander ‘volk’. We sliepen in een kamer met acht stapelbedden. Zestien man op een kamer. Uit alle lagen van de bevolking. En ik lag het verste van de deur, aan de raam op het bovenste bed. Lekker in de luwte en in de rust. Een branieschopper uit de binnenlanden van Brabant wilde mij voor de zoveelste keer van mijn stapelbed trappen. Hij begon aan mijn bed te schudden en te trappen. Ik liet het eerder wel toe maar nu was ik het zat, sprong van mijn bed, greep hem bij zijn rechter onderarm, draaide die een halve slag naar buiten toe en met energie van dezelfde beweging trok ik zijn arm achter zijn rug waarbij ik mee bewoog, achter hem kwam staan en mijn linkerhand zich als een klem om zijn nek spande waardoor zijn adamsappel naar binnen werd gedrukt. Door het strak aanhalen van zijn arm wilde hij schreeuwen en verloor hij de macht over zijn benen. Mijn linkerhand hield zijn hoofd hoger en blokkeerde zijn stem. Hij hing zichzelf bijna op en kromp ineen van de pijn en rochelde iets onverstaanbaars. Ik sliste in zijn linkeroor. “Laat mij godverdomme met rust vuile klootzak. Als je dat nog een keer in je hoofd haalt breek ik je nek vuile rat! Begrepen? Afgesproken?” Hij knikte voorzover het nog mogelijk was en ik liet hem los. Hij draaide zich om als een danser die een pirouette maakt, herpakte zich en hapte naar adem. Een wilde blik en ik zag de twijfel in zijn ogen. Alsof hij mij alsnog wilde aanvallen. Maar hij bedacht zich en beende de kamer uit. Probleem opgelost. Ik sliep goed. Het was mij gelukt. Problemen opgelost. Het was mijn afscheid van geweld naar anderen toe. Hoe ironisch. In het leger.

Toen ik het op een avond zat was op de kazerne wilde ik de stad in. Alleen er even uit. Naar een kroeg. Kijken of ik oude bekenden tegen zou komen. Onderweg naar de poort zag ik een oude damesfiets staan. “Handig, ben ik snel mee op en neer.” Dus die leende ik om even de stad in te gaan. Makkelijk zat. Niets aan de hand. Bij terugkomst werd ik opgevangen door de wacht. ‘Van wie is die fiets?, vroegen ze. ‘Weet ik veel? Die stond hier en die zet ik nu weer terug. Hoie en fijne avond.”  ‘Dacht het niet, die is niet van jou en jij gaat met ons mee.” Shit, ik had de fiets ‘gejat’ van de officier van dienst. Maanden later moest ik vanuit Duitsland naar de militaire rechtbank in Arnhem. Een boete en een toespraak van de rechter die er niet om loog was alles. Wat was ik blij met de hulp van mijn dienstmaten en vaandrig van mijn parate eenheid. Een benaming die ze in het leger gebruiken na het afronden van de basisopleiding. Door hun kameraadschap, hulp en vertrouwen kon ik de zitting doorstaan en was ik goed voorbereid. Aan het einde van de rijopleiding had ik aangemeld als vrijwilliger om gestationeerd te worden bij de parate eenheid van het 42e Pantser infanterie bataljon van de Limburgse Jagers. En dat werd goedgekeurd! Jaaa. Wunderbar! Op de dag van de opkomst wisten ze niet waar ze mij onder moesten brengen. Het werd de Staf Staf Verzorgingscompagnie en bataljonsstaf. In een vrije rol als chauffeur. In het Noord Duitse gat Seedorf. Verder weg van Meerlo kon ik op dat moment niet zijn anders had ik dat gedaan. Het werden twaalf hele bijzondere maanden. ‘Geef acht!’ Hmmm, ja? En wat dan nog?

Share

Loden jas (14) en hij wordt lichter.

Het waren rare tijden in 1986 en ‘87. Heftig, omdat er veel gebeurde. Ik moest aan mijn leerplicht voldoen, werkte hard en had geen vrienden meer. De brommer vrienden had ik gestald. Niet mee op vakantie mogen was een klap in mijn gezicht. De profiteurs, de gasten die meereden over mijn rug omdat ze zelf geen brommer hadden, had ik vaarwel gezegd. En met hun en alle anderen had ik gebroken. De ommekeer kwam toen ik door omstandigheden niet bij mijn vader, moeder en zusje was toen ze mij hard nodig hadden en nadat ik bij de kist van oma Venray stond. Zij was overleden en ik kon gelukkig naar de avondwake. Daar stond ik met mijn zeventien jaar oud. Ik zie me staan aan het voeteinde van de kist. Een zaaltje met indirecte verlichting. Die vanaf het plafond via een soort omgekeerde u-vormige lichtbak strijklicht naar beneden liet schijnen via de wanden van het mortuarium van het ziekenhuis. Om mij heen familie die bij met een scheef oog bekeken. Waar mijn ouders en zusje waren weet ik niet meer. Alleen met mijn gedachten stond ik daar en ik zag veel aan mij voorbij trekken. Al mijn streken, de familie, mijn verleden en het heden. Ik nam mij voor te breken met de eerder vertoonde gedragingen en een ander pad op te gaan. Een pad waar mijn ouders en familie trots op konden zijn. Daar die avond om zes uur koos ik letterlijk voor een andere weg. Ik was er vast van overtuigd dat het mij ging lukken. Daar heb ik de knop omgezet en gebroken met alle shit die ik kende en veroorzaakte. In de weken daarna werd ik liefdevol opgevangen door mijn ouders en Geert Gorree! Het waren de enigen die mij steunden en de kans gaven opnieuw te beginnen. Mijn ouders door er voor mij te zijn en me de rust en ruimte te geven mezelf te leren kennen.  Geert was er door mij aan te sporen iets te doen met de energie die vrij was gekomen. Ik was verraden, vernederd, vertrapt en als oud vuil aan de kant gezet. Geert en zijn vrouw Marian vonden dat mensonterend en onterecht. En wars van alle geruchten en de vieze smoezelige etterende vuile praat in het dorp en omstreken gaven zij mij het vertrouwen dat ik zo hard nodig had. Sterker nog. Zij boden mij een veilige omgeving en de vrijheid om te ontdooien. Geert gaf mij de opdracht om twee A-viertjes uit mijn hoofd te leren. Alleen de eerste zin weet ik nu na ruim 35 jaar nog.

“Onlangs vroeg men aan een bekende persoonlijkheid waarom zo weinig mensen slagen terwijl zo velen mensen op de wereld willen dat hun dromen werkelijkheid worden.”

Mijn focus werd verlegd en ik leerde mij te concentreren. Als ik binnen een maand de A-viertjes uit mijn hoofd leerde mocht ik bij hem blijven werken. Elke week kwam ik een stukje verder. Ik zat na het werk thuis bij het licht van de bureaulamp te lezen en liet zin voor zin binnen komen. Elke week overhoorde Geert mij. En elke week kwam ik een stap verder. Week na week. En bij week vier was ik er klaar voor. Alles stroomde er uit. Ik was geslaagd en mocht blijven. Dat gaf mij zo veel zelfvertrouwen en het besef dat ik keuzes durfde te maken en mijn besluiten waar kon maken. Geert, als volwassenen, had de weg voorbereid. Ik ben hem heel veel dank verschuldigd. Nog steeds kan ik er na al die jaren geëmotioneerd van worden als ik aan hem en Marian denk. Hij was mijn redder. Tegen alles in een voorbeeld voor Meerlo en de bekrompenheid die mij bijna de vernieling in had geholpen. Na Geert kwam de dienstplicht. Ik ging vervroegd in dienst. Mocht opkomen in maart 1988. Lichting: 88-2. Ik ging naar Blerick. Bij mijn geliefde Venlo De rijopleiding voor chauffeur Laro (Landrover). Daar in dienst ervoer ik voor het eerst in mijn leven wat kameraadschap betekend. 

Share

Tour Retour

Ziek thuis komen zitten bood mij de tijd om in alle rust te werken aan mijn herstel. Met het fysieke herstel kwam er ook mentale ruimte tot verwerking. Onverwacht en plotseling stonden er een aantal van mijn nare herinneringen om mij heen. Ze keken mij aan en daagden mij uit. De angsten voor ongewenst pijn en verdriet konden niet langer worden onderdrukt. Ergens ontstond er ruimte om ze er uit te laten ontsnappen. Een oud overlevingsmechanisme was over de datum. De eerste keer dat ik daar bewust van was kwam toen ik hardop sprak over de echte reden waarom ik de Tour de France ‘Jour avant’ wilde gaan fietsen. Met mijn lief zaten we een avond te filosoferen over ego, trots en geldingsdrang. Als donderslag bij heldere hemel kwam het besef binnen. 

De pijn en teleurstelling om niet te starten was groter dan de euforie om mee te doen. Toen pas drong het langzaam tot mij door. Het volbrengen van de bijna 3.800 kilometer in drie weken was niet voor mezelf. Het was voor anderen! Tuurlijk fiets je zoiets ook voor jezelf. Maar diep in mijn hart verborgen waren er andere redenen om dat te gaan doen. Die wuifde ik onbewust weg, negeerde ze, zette mijn blik op oneindig en had de volle aandacht voor de fiets, de fiets en anders niets. Focus, kiezen, doen maar dan verkeerd. Want ik dacht dat het moment rijp was om eindelijk te laten zien dat ik geen loser ben. Dat ik wel iets kan. Dat al die criticasters ongelijk hebben. Dat ik de moeite waard ben. De eigenlijke reden was dat ik wilde dat mijn kinderen trots op mij zouden zijn. De Tour fietsen is tenslotte een uitzonderlijke prestatie uit de categorie buitengewoon. Dat ik onze relatie zou kunnen laten opbloeien en mijn eigenwaarde zou kunnen vergroten door een grootse tocht te volbrengen. Hun met trots vervullen, ze laten stralen van vreugde. Want de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik af en toe twijfel of ze wel weten wie ik ben en waar ik voor sta in het leven. Wat ik belangrijk vind en wat mijn normen en waarden zijn. Hoe ik mij dagelijks gedraag en wat mij kenmerkt. Daar ben ik onzeker over. De Tour fietsen zou dat veranderen. Stiekem hoopte ik ze dan aan te treffen in Parijs op de Champs Elysées met een grote fles champagne zonder glazen. We drinken uit de fles en proosten op het leven. Zoals vaders dat met grote kinderen doen! 

Uiteindelijk zie ik in dat het ging om de erkenning van anderen. Die had ik blijkbaar harder nodig dan de erkenning van mezelf. En laat dat nu net een weg zijn die niet leid tot verlichting en acceptatie. De echte erkenning zit in de mogelijkheid om mezelf te vergeven, te accepteren en te erkennen. Pas wanneer ik uit durf te komen voor wie ik ben, waar ik voor sta, hoe ik mijn talenten omarm en mijn tekortkomingen erken kom ik tot leven. En daar ben ik gelukkig mee begonnen. Mijn missie om de Tour de France te fietsen faalde destijds. Door het effect van die teleurstelling vielen blijkbaar mentale barricades weg. Dat bood ruimte om negatieve ervaringen uit het verleden te gaan herbeleven en een andere, vernieuwde en positievere plek te gaan geven. Terug naar de basis te gaan. Mijn leven trekt op dit moment aan mij voorbij. En mijn Tour is een hele andere geworden.

Share

Loden jas (13).

Op mijn Yamaha DT brommer of met lijn 29 van de Zuid-Ooster ging ik naar Venlo. De brommer koste benzine, het was kouder op dat ding en ik ging er niet mee omdat ik retezuinig was op mijn wit rode pronkstuk. Zo zuinig dat ik hem wel eens helemaal demonteerde om te poetsen en dan weer in elkaar zette. De maandkaart voor de bus werd betaald mijn ouders. Dus dat werd ‘m.

De Havo bracht mij voor het eerst in contact met leeftijdsgenoten die dat niveau minimaal aankonden. Op het Sint Thomascollege zaten slimme kinderen. En daar wilde ik graag bij horen. De sfeer was heel anders dan ik voorheen kende. Minder agressief en meer in balans. Op de Mavo kende ik een paar leraren goed en daar had ik een goede band mee. Hier leek het wel of er alleen maar toffe leraren waren. Een kantine, een intiem plein, een groot sportveld alsof het achter een villa lag. Kan kloppen want het was geloof ik ooit een klooster. Er zat een vervelend mannetje, die ik uit Horst kende, bij mij in de klas. En dan was er helaas weer een pestkop met twee meelopers in de klas. Tergende klojo. En slechts één leraar was een echte eikel. Ach ja…met uitspraken als: Jullie stomme koeien hebben nergens verstand van. Ga op de markt aan de dakgoot hangen en daar geluid maken. Onvoorstelbaar. Hij zat in de Provinciale Staten namens de CDA en bevooroordeelde de tergende klojo en verschafte hem de vrijbrief mij op de nek te zitten. De combinatie van staande zien te houden en de verlokkingen van de stad kon ik helaas niet weerstaan. Ik zwichtte voor de verleiding van het spijbelen en kende de binnenstad uit mijn hoofd. Alleen café ‘De gouden tijger’ was een enkele keer de plek waar ik heen durfde gaan. Ik was tenslotte de jongen van over de Maas. Toch een soort vreemdeling. Alweer een exoot. De tergende klojo zocht mij op. Bloed onder de nagels. Ik weet niet meer hoe het stopte en of het überhaupt stopte. En dat etterige gluiperige mannetje uit Horst heb ik daarna ook gelukkig nooit meer gezien. Want na een jaar was de havo gedaan. Over en uit. Te lage cijfers. Geen overgang naar Havo 5. Het lukte mij niet. Ik kreeg het niet voor mekaar. Toffe jongens en meiden in mijn klas. Fijne leraren. Veel complimenten van de leraar Nederlands over mijn schrijven. Maar resultaat ging voor relatie en met beiden had ik moeite. De overgang was te groot. Toch kijk ik met een goed gevoel terug op die tijd. Het was de eerste echte positieve schoolervaring in mijn leven. Ondanks domme acties, te laat komen, spijbelen, pesten en grote aanpassingsproblemen voelde ik mij er meer gewenst dan ooit tevoren. Ik was verdrietig dat het niet was gelukt om over te gaan. Mijn droom spatte uiteen. Ik had het gevoel dat ik het verprutst had, niets waard was en zag helemaal geen toekomstperspectief. Ik zie me thuis nog uitleg staan geven: Shit. Ik heb het verkloot pap en mam. Sorry, maar ik weet niet hoe dat kan? Ik weet het niet. Echt niet. Sorry. Achteraf realiseer ik mij dat er toen voor het eerst echt naar mij geluisterd werd. Conrector Hermans leefde echt met mij mee en probeerde mijn motivatie te stimuleren. Door vertrouwen te geven, een luisterend oor te bieden en begrip te tonen. Helaas was ik niet ontvankelijk voor zijn ondersteuning en bemoedigende woorden. Jaren later kwam ik hem tegen met de vastelaovend in Meerlo. Hij speelde in een joekskapel die daar op trad en was blij en opgelucht om te zien dat ik niet afgegleden was naar de criminaliteit en een vroege ondergang. 

Share

Welkom in mijn leven.

De afgelopen dagen kwam er veel op mij af. De blogs over mijn jeugd maakte veel los bij mijzelf en anderen. Hartverwarmend en confronterend. Want wat ik al mijn hele leven met mij mee draag heb ik met het naar buiten brengen ook deel laten uitmaken van het leven van anderen. Het staat online. Openbaar. En daarmee voor iedereen die het wil binnen handbereik. Die gewaarwording is zoals het moet zijn. Vroeger zou ik mij druk maken over wat anderen er van zouden vinden. En dan met name de negatieve reacties en de kritieken. Nu niet. De hobby analisten en ‘ogen’ mogen gerust hun gang gaan. Het zijn mijn verhalen. Door mij beleefd, jarenlang vastgehouden in mijn hart, hoofd en hele lijf. En met het verstrijken van de tijd wakkerde een zachte wind aan tot een storm die leidde tot een golf van opgekropte beleving die er uit moet. Alsof ik een deur open in een immens hotel en in plaats van één kamer vliegen alle kamers open! In mij schuilen heel veel verhalen. Het tolt er soms van in mijn hoofd. Ik ervaar ze en moet ze een klank geven door ze uit te schrijven. Wat jarenlang verstopt werd breekt zich nu een weg naar buiten. En het blijft maar komen. Het hek is van de dam en ik kan het niet meer stoppen. Wat jarenlang opgesloten zat in mijn binnenste komt er nu uit. Voor mij is het een zwaar bevochten vrijheid die ik omarm. En ondanks dat ik niet weet waar het toe zal leiden ga ik door. Ik ben de angst voor het verdriet aan het laten binnen komen. Laat maar komen. Ik moet er door heen. Er is geen ‘ja maar’ meer. Vroeger deed ik dat. Ik vocht en beet van mij af. Beter bijten dan gebeten worden. Geen ontwijken of verdedigingsmechanisme. Geen aangeleerd gedrag meer om mij staande te houden, gezien, geaccepteerd en getolereerd te worden. Geen aannames meer over verondersteld sociaal wenselijk gedrag, het behagen van anderen, niet uit de toon willen vallen. Geen angst meer voor een ontstemde autoriteit, werkgever, buurman, bekende of ‘vriend’ waardoor ik niet meer bij een groep hoor waar ik denk bij te moeten horen omdat ik anders denk alleen te staan. De pijn die al die slechte ervaringen heeft veroorzaakt ketende mij veel te lang. En dat wil ik niet meer!

Voor mij werkt het goed om mijn gedachten en gevoelens te uiten en te delen. Mijn integriteit is anderen deelgenoot uit te laten maken van wat er in mij omgaat en dat zij mijn leven respecteren in plaats van veroordelen. Verbinding te vinden vanuit acceptatie en compassie. Dan ben je welkom in mijn leven!

Share

Ja. Het was COVID.

Na een lange periode met ziekte en tegenslag bleef de vraag naar boven komen of COVID mij te pakken had gekregen in februari van dit jaar. Een telefoontje met de assistente van de huisarts en heel veel overredingskracht leverde een doorverwijzing op voor onderzoek naar antistoffen. Dezelfde dag een afspraak gemaakt en er was die middag plek.

‘Bij jou heb ik geen band nodig. Die liggen er mooi op zeg.’ De naald ging zacht naar binnen. De buisjes vulden zich. 

‘Dat klopt. Over de aders op mijn armen hoor je mij niet klagen. Even knijpen en hopplaa!’

Toen ze de naald er uit trok voelde het vervelend. Vier dagen lang zat er een dikke bult aan de binnenkant van mijn arm. Ze was op zijn zachtst gezegd, een beetje onhandig, op dat vlak. 

Twee dagen later kreeg ik de uitslag. 

De assistente: ‘Je hebt het goed ingeschat Cor. Er zijn antistoffen tegen COVID in je bloed aangetroffen dus je hebt het honderd procent zeker gehad en dat verklaard je ziekte begin dit jaar. Dat neemt niet weg dat je het alsnog weer op kan lopen. Het is geen garantie tegen immuniteit.’ 

Een opluchting. Er spookten lange tijd gedachten door mijn hoofd dat het geen COVID was maar een ander virus, of een samenloop van omstandigheden die mijn nekten. Nu was het dat ook wel. Maar toch. Het liet mij niet los. Pas toen we thuis bespraken om bloeddonor te worden kwam de wil tot weten. Vervolgens werd het door mij via de app gedeeld met de mensen die de afgelopen maanden met mij mee hebben geleefd, belangstelling toonden voor mij zorgden en contact onderhielden. 

Mijn moeder zei toen ze het hoorde: Dan heb ik het ook gehad. Zeker weten. En Ellen ook! 

Misschien…het zou best wel eens kunnen mam. Alleen. Met een bloedonderzoek weet je het zeker. Zelf voor dokter of specialist spelen heeft niet mijn voorkeur. Dat is niet mijn vakgebied. Het invullen van iets werkt alleen bij een formulier waarbij je gegevens op schrijft.

Dat klopt jongen. Ik ga het eens bespreken met mijn huisarts. Maar ik heb het wel gehad hoor. Man wat was ik ziek! Weet je nog?

Klopt mam. Gelukkig ben je weer beter. En ben je er nog. Let goed op jezelf. Met kerst komen we op bezoek. Alleen zitten met die dagen vinden wij niets.

Maar ik kan goed alleen zijn hoor. Dat vind ik heerlijk.

Ja. Alleen, wij zijn er ook nog. Wij zijn graag bij je. Hald dich mam en tot gauw!

Share

Alle begin is moeilijk.

En dus nam ik de tijd om mezelf te herpakken. Ik realiseerde mij dat ik niet goed voor mezelf zorgde. Te veel stress en negatieve energie die ik binnen liet komen, ik gaf mijn grenzen onvoldoende aan. Zei te snel ‘ja’ en te lang geen ‘nee’ tegen zaken die mij geen energie gaven. Dat holde mij uit. Ik kreeg een virus onder de leden, ging door, en door en door totdat ik leeg was. Terwijl ik mij jaren eerder voorgenomen had dat niet meer mee te willen maken. Leeglopen zou mij niet meer overkomen. Het gebeurde echter wel. Ik stond er bij en keer er naar. En ik had niets in de gaten.

Het herpakken begon met het verbeteren van mijn conditie. Dat werkte in het verleden ook altijd en zou mij nu ook weer gaan helpen. Slapen lukte nog steeds hartstikke goed. Bewegen minder. Dus ik begon letterlijk in het klein en hield mijn wereld klein om het overzicht te behouden. Ik ging alleen met mijn trouwe zwarte labrador wandelen in het bos. Nam de tijd en keek om me heen. Maakte foto’s van een bloemen, een insecten, de lucht, de hond. Nam vitamine D. Ging elke week naar manuele therapie en voor het eerst sinds jaren zonnebaden in de hangmat. Slapen en ontspannen in de zon, luieren en lummelen. Het was ineens een verrijking en stond niet gelijk aan niets doen. Terwijl ik weet dat niets doen heel goed voor mij is. Alweer een confrontatie. Want ondanks dat ik weet dat ontspannen en niets doen goed is het deed ik er te weinig mee. Ik zorgde dus blijkbaar niet goed voor mezelf. Ik weet het maar doe het niet! Wat ik daar aan heb gedaan komt later in één van mijn blogs aan bod.

De bewustwording dat ik het weet en niet doe opende mijn ogen nog meer. Ik begon te doen wat ik weet. Het mooie daarvan was dat de schoonheid van nabijheid weer in mijn leven kwam. Ik zag letterlijk het mooie om mij heen weer en genoot van de zon die scheen, een koolmees in de tuin, een merel die vinnig sjilpte, goede koffie, muziek, mijn lief, aandacht van anderen. Voorzichtig werden er weer rondjes op de racefiets gefietst. De conditie kwam langzaam terug. Dat werd vervolgens door mij gemaild naar mensen die vroegen hoe het met mij ging. “Het gaat langzaamaan weer wat beter. Het houdt niet over. Maar het gaat bergop.” . Het delen met anderen dat het beter met mij ging deed me goed. Ik besefte mij niet alleen dat er vooruitgang in zat. Ik durfde het ook te delen en er voor uit te komen. Dat was een opluchting want door het te delen was ik bezig met mezelf en hoe ik mij voelde. Een terugval mocht er zelfs zijn. Ik voelde dat mijn fysieke conditie toenam. Maar mijn mentale conditie liep er op achter. Ik had last van mijn mentale wonden. Die bleven zeuren. Daar veranderde mijn houding niets aan. Dat kwam hard aan. Ik wist in eerste instantie niet waar het vandaan kwam. Pas toen ik mij realiseerde dat het verleden mij inhaalde werd ik bewust van de oude pijn. Die lag als een loden jas om mijn schouders. En dat is gevaarlijk. Zeker als je wil veranderen en afscheid wil nemen van gedrag, gewoontes en gedachten die je belemmeren. Dan bestaat de kans dat mijn verleden mijn heden en toekomst te veel beïnvloed. En dat wil ik niet meer. Ik realiseerde mij dat ik het verleden niet kan veranderen. Andere mensen of hun gedrag kan ik ook niet kan veranderen. Ik kan er een mening over hebben, er met ze over in gesprek gaan, ze negeren. Zeg het maar. Maar het verleden of een ander verander ik niet. Waar ik wel invloed op heb is hoe ik zelf om ga met mijn verleden en de littekens die door mijzelf en anderen zijn toegebracht. Daar ben ik mij vervolgens ook op gaan richten. 

Share

DOEN!

Zaterdag ben ik spontaan naar Zuid-Limburg gereden en van daar uit heb ik een 120 km / 2000 hm rondje Slenaken-Monschau-Slenaken gefietst. ‘Het laeve beej de kloëte griepe!’ zei een wijze man ooit tegen mij. Dus heb ik dat ook gedaan. In mijn eentje. Want niemand mag of durft. Het was een zalige rit. Zalf voor de ziel! Fantastisch dat mij dit weer lukt. En dat ik tegelijkertijd kan genieten. Want wat ik na al die maanden heb moeten missen ervoer ik gisteren. Dit is echt mijn liefhebberij man. Het buiten zijn, mijn lichaam gebruiken, de natuur en omgeving in mij opnemen. Bijna als een soort van avonturier er op uit trekken. Een vrij gevoel. De endorfine en testosteron vermengd met het getjilp van heggemussen, vijftien buizerds in een wei! Ja echt zoveel. Schijt aan de tijd. Vertrekken wanneer het mij uitkomt. En dan klaar zijn als het donker is en er geen wielrenners meer op de weg zijn en het koud wordt. Onderweg naar Breda ‘even’ naar mijn moeder gaan en haar verrassen. En zij verrast mij met een bord nasi en koffie! Uiteindelijk moe en voldaan om half twaalf thuis komen en dan na een warme douche een fles koude Val Dieu Blond open trekken en rozig worden van de alcohol. Het zachte bed omarmde mij en ik heb als een blok geslapen. Een dag geleefd zoals ik graag leef. Vrij in doen en laten en waar mijn ziel van gaat stralen. 

Ik kan het iedereen aanbevelen om zo te leven! Ciao en tot gauw.

On Saterday the fifth of november I went out for a 120 km and 2000hm ride from the south of the Netherlands and the Belgium Ardennes to the German city of Monschau. Through the woods, the countryside climbing hills and felt like being free! Do it too. Live the life you love and with compassion!

Share

Het gesprek.

En hij zei: 

Laat me met rust. 

Ik leid mijn leven. 

Zoals ik dat wil. 

Dus laat mij met rust.

Met je dwang en je drammen

Je mist het verlangen

Om mij los te laten

Zoals ik het wil

Met de angst in je wezen 

En geblaat in de lucht

Vanuit onzijn bestaan

En onwillig verleden

Met de rem op je hart

En verscholen verdriet

Dus laat mij met rust

En gun mij mijn leven

Met mijn lief en verlangen

Uit de dageraad vers

In de aarde geplant

En uit liefde geboren

Wars van wrok en geweten

Maar uit zuivere lucht

Dus leef je eigen leven

Zoals ik dat nu doe

Zonder vrees of verlatenheid

Onder je huid

En laat mij in mijn waarde

Schop de oordelen weg

Vanuit luchtigheid uit het vreemde gewag

En omarm je verlangen

Om de pijn te verzachten

En de zekerheid van je verlies

Schep de ruimte tot delen

En de vrijheid tot leven

Door los te laten wat jouw vast heeft gezet

En laat mij los

Stop met strijden en vechten

Geef de ruimte aan hen die de stormen doorstaan

En die in vrijheid en ineenvoud

Het lef durven tonen

Om in vrede en vrijheid 

Het gesprek aan te gaan

Share