Ja. Het was COVID.

Na een lange periode met ziekte en tegenslag bleef de vraag naar boven komen of COVID mij te pakken had gekregen in februari van dit jaar. Een telefoontje met de assistente van de huisarts en heel veel overredingskracht leverde een doorverwijzing op voor onderzoek naar antistoffen. Dezelfde dag een afspraak gemaakt en er was die middag plek.

‘Bij jou heb ik geen band nodig. Die liggen er mooi op zeg.’ De naald ging zacht naar binnen. De buisjes vulden zich. 

‘Dat klopt. Over de aders op mijn armen hoor je mij niet klagen. Even knijpen en hopplaa!’

Toen ze de naald er uit trok voelde het vervelend. Vier dagen lang zat er een dikke bult aan de binnenkant van mijn arm. Ze was op zijn zachtst gezegd, een beetje onhandig, op dat vlak. 

Twee dagen later kreeg ik de uitslag. 

De assistente: ‘Je hebt het goed ingeschat Cor. Er zijn antistoffen tegen COVID in je bloed aangetroffen dus je hebt het honderd procent zeker gehad en dat verklaard je ziekte begin dit jaar. Dat neemt niet weg dat je het alsnog weer op kan lopen. Het is geen garantie tegen immuniteit.’ 

Een opluchting. Er spookten lange tijd gedachten door mijn hoofd dat het geen COVID was maar een ander virus, of een samenloop van omstandigheden die mijn nekten. Nu was het dat ook wel. Maar toch. Het liet mij niet los. Pas toen we thuis bespraken om bloeddonor te worden kwam de wil tot weten. Vervolgens werd het door mij via de app gedeeld met de mensen die de afgelopen maanden met mij mee hebben geleefd, belangstelling toonden voor mij zorgden en contact onderhielden. 

Mijn moeder zei toen ze het hoorde: Dan heb ik het ook gehad. Zeker weten. En Ellen ook! 

Misschien…het zou best wel eens kunnen mam. Alleen. Met een bloedonderzoek weet je het zeker. Zelf voor dokter of specialist spelen heeft niet mijn voorkeur. Dat is niet mijn vakgebied. Het invullen van iets werkt alleen bij een formulier waarbij je gegevens op schrijft.

Dat klopt jongen. Ik ga het eens bespreken met mijn huisarts. Maar ik heb het wel gehad hoor. Man wat was ik ziek! Weet je nog?

Klopt mam. Gelukkig ben je weer beter. En ben je er nog. Let goed op jezelf. Met kerst komen we op bezoek. Alleen zitten met die dagen vinden wij niets.

Maar ik kan goed alleen zijn hoor. Dat vind ik heerlijk.

Ja. Alleen, wij zijn er ook nog. Wij zijn graag bij je. Hald dich mam en tot gauw!

Share

Alle begin is moeilijk.

En dus nam ik de tijd om mezelf te herpakken. Ik realiseerde mij dat ik niet goed voor mezelf zorgde. Te veel stress en negatieve energie die ik binnen liet komen, ik gaf mijn grenzen onvoldoende aan. Zei te snel ‘ja’ en te lang geen ‘nee’ tegen zaken die mij geen energie gaven. Dat holde mij uit. Ik kreeg een virus onder de leden, ging door, en door en door totdat ik leeg was. Terwijl ik mij jaren eerder voorgenomen had dat niet meer mee te willen maken. Leeglopen zou mij niet meer overkomen. Het gebeurde echter wel. Ik stond er bij en keer er naar. En ik had niets in de gaten.

Het herpakken begon met het verbeteren van mijn conditie. Dat werkte in het verleden ook altijd en zou mij nu ook weer gaan helpen. Slapen lukte nog steeds hartstikke goed. Bewegen minder. Dus ik begon letterlijk in het klein en hield mijn wereld klein om het overzicht te behouden. Ik ging alleen met mijn trouwe zwarte labrador wandelen in het bos. Nam de tijd en keek om me heen. Maakte foto’s van een bloemen, een insecten, de lucht, de hond. Nam vitamine D. Ging elke week naar manuele therapie en voor het eerst sinds jaren zonnebaden in de hangmat. Slapen en ontspannen in de zon, luieren en lummelen. Het was ineens een verrijking en stond niet gelijk aan niets doen. Terwijl ik weet dat niets doen heel goed voor mij is. Alweer een confrontatie. Want ondanks dat ik weet dat ontspannen en niets doen goed is het deed ik er te weinig mee. Ik zorgde dus blijkbaar niet goed voor mezelf. Ik weet het maar doe het niet! Wat ik daar aan heb gedaan komt later in één van mijn blogs aan bod.

De bewustwording dat ik het weet en niet doe opende mijn ogen nog meer. Ik begon te doen wat ik weet. Het mooie daarvan was dat de schoonheid van nabijheid weer in mijn leven kwam. Ik zag letterlijk het mooie om mij heen weer en genoot van de zon die scheen, een koolmees in de tuin, een merel die vinnig sjilpte, goede koffie, muziek, mijn lief, aandacht van anderen. Voorzichtig werden er weer rondjes op de racefiets gefietst. De conditie kwam langzaam terug. Dat werd vervolgens door mij gemaild naar mensen die vroegen hoe het met mij ging. “Het gaat langzaamaan weer wat beter. Het houdt niet over. Maar het gaat bergop.” . Het delen met anderen dat het beter met mij ging deed me goed. Ik besefte mij niet alleen dat er vooruitgang in zat. Ik durfde het ook te delen en er voor uit te komen. Dat was een opluchting want door het te delen was ik bezig met mezelf en hoe ik mij voelde. Een terugval mocht er zelfs zijn. Ik voelde dat mijn fysieke conditie toenam. Maar mijn mentale conditie liep er op achter. Ik had last van mijn mentale wonden. Die bleven zeuren. Daar veranderde mijn houding niets aan. Dat kwam hard aan. Ik wist in eerste instantie niet waar het vandaan kwam. Pas toen ik mij realiseerde dat het verleden mij inhaalde werd ik bewust van de oude pijn. Die lag als een loden jas om mijn schouders. En dat is gevaarlijk. Zeker als je wil veranderen en afscheid wil nemen van gedrag, gewoontes en gedachten die je belemmeren. Dan bestaat de kans dat mijn verleden mijn heden en toekomst te veel beïnvloed. En dat wil ik niet meer. Ik realiseerde mij dat ik het verleden niet kan veranderen. Andere mensen of hun gedrag kan ik ook niet kan veranderen. Ik kan er een mening over hebben, er met ze over in gesprek gaan, ze negeren. Zeg het maar. Maar het verleden of een ander verander ik niet. Waar ik wel invloed op heb is hoe ik zelf om ga met mijn verleden en de littekens die door mijzelf en anderen zijn toegebracht. Daar ben ik mij vervolgens ook op gaan richten. 

Share

DOEN!

Zaterdag ben ik spontaan naar Zuid-Limburg gereden en van daar uit heb ik een 120 km / 2000 hm rondje Slenaken-Monschau-Slenaken gefietst. ‘Het laeve beej de kloëte griepe!’ zei een wijze man ooit tegen mij. Dus heb ik dat ook gedaan. In mijn eentje. Want niemand mag of durft. Het was een zalige rit. Zalf voor de ziel! Fantastisch dat mij dit weer lukt. En dat ik tegelijkertijd kan genieten. Want wat ik na al die maanden heb moeten missen ervoer ik gisteren. Dit is echt mijn liefhebberij man. Het buiten zijn, mijn lichaam gebruiken, de natuur en omgeving in mij opnemen. Bijna als een soort van avonturier er op uit trekken. Een vrij gevoel. De endorfine en testosteron vermengd met het getjilp van heggemussen, vijftien buizerds in een wei! Ja echt zoveel. Schijt aan de tijd. Vertrekken wanneer het mij uitkomt. En dan klaar zijn als het donker is en er geen wielrenners meer op de weg zijn en het koud wordt. Onderweg naar Breda ‘even’ naar mijn moeder gaan en haar verrassen. En zij verrast mij met een bord nasi en koffie! Uiteindelijk moe en voldaan om half twaalf thuis komen en dan na een warme douche een fles koude Val Dieu Blond open trekken en rozig worden van de alcohol. Het zachte bed omarmde mij en ik heb als een blok geslapen. Een dag geleefd zoals ik graag leef. Vrij in doen en laten en waar mijn ziel van gaat stralen. 

Ik kan het iedereen aanbevelen om zo te leven! Ciao en tot gauw.

On Saterday the fifth of november I went out for a 120 km and 2000hm ride from the south of the Netherlands and the Belgium Ardennes to the German city of Monschau. Through the woods, the countryside climbing hills and felt like being free! Do it too. Live the life you love and with compassion!

Share

Licht.

Het was aan het einde van de yogales. Op een dinsdagavond. Het licht werd gedempt. Ik trok mijn sokken en een zacht vest met capuchon aan. Een dikke handdoek over mijn benen. Een kleine handdoek opgevouwen als een kussen onder mijn hoofd. Liggend op mijn rug, de armen naast mijn romp op een handbreedte van mijn heup, de handen met de palmen op de grond. De benen licht gespreid en de voeten vallen naar buiten. Ontspannen. Ik luister naar de instrumentale muziek die door de zaal vloeit. Melodieuze, ronde tonen die het ontspannen versnellen. “Laat het denken los, maak contact met de ondergrond, voel hoe je lichaam gedragen wordt.” De stem vervaagde en ik was weg! En wat er toen in beeld kwam heb ik nog nooit eerder in mijn leven meegemaakt. Uit het niets had ik met mijn ogen dicht zicht! Het was vreemd. Want ik sliep niet dus kon ik niet dromen en toch zag ik helder en levensecht beeld. Het was winter. Veel bomen zonder bladeren. Zwarte stammen en takken. Een akker die grof geploegd was. Het zand bevroren en met een dunne laag sneeuw. Eerder bevroren dauw. Het parelde van het licht dat de dunne rijplaag verlichtte. De zon kwam op vanuit het westen en legde een goud oranje gloed over de akker en de zandweg naar het water toe. Een groot water. Het was het Schuitwater in buurtschap de Megelsum. In mijn dorpje is er een oude Maasarm die ‘s winters dicht vriest . Een groot zwart water. Stilstaand water wat vaak prachtig strak ijs aan ons schonk. Ik zweefde aan de overkant van het water vanaf de Hamkant van het water en keek uit over de plek waar wij onze schaatsen aantrokken en het krakende ijs op gingen. Het ijs, de akker, de bladloze bomen en de lucht vol licht dat van wit overging naar donkeroranje. Het beeld vloog over het ijs en ik hoorde het schuren van de ijzers over het ijs, de ademhaling en voelde de snelheid een schaatser. Ik zweefde mee, zonder inspanning en met het grootste gemak was ik aan van de oost naar de westzijde geschaatst. Het volgende moment liep ik vanaf de westkant naar de plek waar we de schaatsen aantrokken. De ‘nattere’ kan. Daar waar de toegang moeilijker was. Maar het was dichterbij vanaf ons thuis. Dan hoorde je er niet echt bij want daar gebeurde ‘het’ niet. De dorpse kinderen gingen vanaf de oostkant. Daar waren de meiden en was de reuring. Daar kon je ijshockeyen en je meten met anderen. En daar zweefde ik weer. Door de oranjewitte lucht, vol van rijp, sneeuw en ijs. Met een licht gevoel in mijn longen en benen. Over het ijs van oost naar west en terug. En ik voelde de extase van destijds weer! Alsof ik letterlijk weer op het ijs stond, daar op het Schuitwater. En terwijl ik mezelf levensecht zag zweven over het ijs voelde ik de zorgeloosheid en vrijheid die het schaatsen mij bracht. Alleen ik en de koude winterse lucht, het ijs en de vreugde die bewegen mij gaf. Niets om over na te denken. Niemand om rekening mee te houden. Het was van mij alleen. Het ijs, het meertje, de zon en het vermogen om te bewegen, vrij en onafhankelijk te zijn. Ik werd echt terug in de tijd geplaatst en was een toeschouwer van een gebeurtenis uit mijn verleden die super herkenbaar is. Mijn ogen waren gesloten en toch was er klaar en helder beeld. Het was echt! Een kennismaking met mijn jongere versie. Het beeld herhaalde zich. De intensiteit vervaagde echter. En toen kwam de stem van de yogi van ver met de vraag terug te komen en langzaam de handen en voeten te bewegen. Het beeld loste op.

Het duurde lang voordat mijn bewustzijn in het hier en nu terug was. En bij het verlaten van de yogaschool kwam er nog steeds weinig bij mij binnen. Op de fiets, terug naar huis, vroeg ik mij af: “Is dit mijn eerste gelukkige jeugdherinnering?”

Share

Het gesprek.

En hij zei: 

Laat me met rust. 

Ik leid mijn leven. 

Zoals ik dat wil. 

Dus laat mij met rust.

Met je dwang en je drammen

Je mist het verlangen

Om mij los te laten

Zoals ik het wil

Met de angst in je wezen 

En geblaat in de lucht

Vanuit onzijn bestaan

En onwillig verleden

Met de rem op je hart

En verscholen verdriet

Dus laat mij met rust

En gun mij mijn leven

Met mijn lief en verlangen

Uit de dageraad vers

In de aarde geplant

En uit liefde geboren

Wars van wrok en geweten

Maar uit zuivere lucht

Dus leef je eigen leven

Zoals ik dat nu doe

Zonder vrees of verlatenheid

Onder je huid

En laat mij in mijn waarde

Schop de oordelen weg

Vanuit luchtigheid uit het vreemde gewag

En omarm je verlangen

Om de pijn te verzachten

En de zekerheid van je verlies

Schep de ruimte tot delen

En de vrijheid tot leven

Door los te laten wat jouw vast heeft gezet

En laat mij los

Stop met strijden en vechten

Geef de ruimte aan hen die de stormen doorstaan

En die in vrijheid en ineenvoud

Het lef durven tonen

Om in vrede en vrijheid 

Het gesprek aan te gaan

Share

Hervinden.

Het was vreemd om de stilte en leegte in mij waar te nemen. COVID stak zijn kop op en waar ik moeite had om mij staande te houden kreeg het virus steeds meer voet aan de grond. Ik sliep veel, draalde in mijn huispak door het huis en moest moeite doen om naar buiten te gaan. De hond uitlaten was te veel van het goede. Hij trekt aan de riem en het leek destijds wel alsof ik het heftiger voelde dan normaal. Mijn rug kraakte, de armen trilden van de spierspanning en de hoofdpijn ging niet over. Die nam toe. Ik beet mij nog even vast in een letselschade claim maar dat ebde weg in de tijd. Helemaal vergeten. Niet meer aan gedacht. De energie ontbrak mij. Alle besef van tijd ging langs mij heen. Pas begin april kon ik mijn bloed laten onderzoeken. Mijn huisarts was zelf ziek en haar vervanger stond mij te woord. “Je hebt een veel te laag vitamine D gehalte en een virus gehad dat niet meer te traceren is. Ik schrijf je ampullen vitamine D voor. Per week twee en dat acht weken lang. Innemen met een lepel.” Daar kon ik het mee doen. Ondertussen nog steeds bek af. Maar ja…het bloed liegt niet. Ik zette geen pet meer op als ik naar buiten ging en wilde zon op mijn hoofd. Ik ging zelfs weer zonnebaden achter in de tuin in mijn hangmat. Speedo’ke aan en niet insmeren. De afspraken met de orthopedisch chirurg die begin maart gemaakt waren werden afgezegd. “COVID mijnheer Seijkens. We weten niet wanneer u wel bij ons terecht kunt. Tot die tijd vragen wij om uw geduld!” En ik maar verrekken van de pijn aan mijn elleboog, rug en nek. Wekenlang. De moed zakte mij in de schoenen. Half april: “U wordt nu niet geholpen. Er wordt nu niet gestart met patiënten ontvangen. Als het veilig kan ontvangt u een oproep.” Eind april: “Nog steeds niet mijnheer Seijkens. Alleen acute gevallen!” En ik maar duwen. Half mei kon ik terecht bij de orthopedisch chirurg. Röntgenfoto’s maken. Eerdere foto’s waren niet meer terug te vinden. Geen goed nieuws. “ We geven u nu geen behandeling, wel kan ik u vertellen wat de prognose kan zijn van deze kwetsuur en een doorverwijzing regelen naar een revalidatiearts. Die kan je verder helpen.” Dagen later belt de orthopedisch chirurg mij op: “Cor, mijn doorverwijzing naar de revalidatiearts kan niet door gaan. Het is zo druk met alle COVID gevallen die moeten revalideren. Jij bent minimaal pas over een half jaar aan de beurt. Ik verwijs je naar twee collega’s door die je kunnen gaan helpen.” Dus daar ging ik contact mee opnemen….via Skype. Want in levende lijve ontmoeten durfden ze niet aan. Pffff…dan dat maar. Uiteindelijk kon ik eind mei pas voor het eerst ‘contacten’. En half juni eindelijk naar een manueel therapeut. Voor langdurige therapie. In de tussentijd moest ik nog eens naar een orthopedisch chirurg voor onderzoek aan mijn ruggegraat, schouders en nek. Daaruit bleek dat ik er röntgenfoto’s van moest laten maken. En ook een botscan naar de stofwisseling van het skelet. Met licht radioactieve vloeistof. Ondertussen is het eind juni. En mijn lichaam is nog steeds niet op orde. Tijdens de eerste sessie bij de manueel therapeut kraakt hij acht wervels. Die stonden scheef. Mijn flex in de rug was bagger. De boven, midden en onderrug zaten vast. De pijn in de nek heeft te maken met het vastzitten van mijn schouder. Alles zit met elkaar verbonden. Na de eerste behandeling fietste ik blij en opgelucht naar huis. Eindelijk ging het de goede kant op. Weliswaar was het een kleine stap, maar die kleine stap gaf mij lucht en zich op mogelijk herstel. Dat was de eerste keer sinds eind oktober. En eigenlijk pas sinds eind juni van het vorig jaar. Er begon iets in mij te veranderen. Mijn ruggenwervels werden elke week goed gezet. En voor het eerst in jaren raakte mijn rechterhand de onderkant van mijn schouderbladen zondag dat ik pijn in mijn nek, schouder en rug kreeg. Het begin was gemaakt en ik begon langzaamaan mezelf weer te hervinden. Ik kon weer blij worden, winde mij op over de tijd voorafgaand aan mijn uitval en er was nu pas de ruimte om langzaamaan naar binnen te kijken. Wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik wil! Toen besefte ik pas hoever ik weg was geweest. Ik was een schim van mezelf en had het niet in de gaten gehad. Dat kwam hard aan. Toch wist ik mijzelf te herpakken. Zoals altijd! Alleen deze keer was anders. 

Share

Leeg.

Toen moest ik nog een keer aan de bel trekken! Het was de moeilijkste ‘belletjestrekkersactie’ tot dan toe. Want ik kon niet meer werken, niet meer helder denken en stond te tollen op mijn benen en mijn hoofd bonkte van mijn romp af! De ontelbare ‘molletjes’ en ‘profennen’ sloegen niet eens meer aan. Het waren snoepjes die mij door de week op de been hielden waardoor ik op vrije dagen kon herstellen en af en toe deed waar ik energie van kreeg. Dus ik belde die maandagavond op. En ik wilde niet…maar het moest. En ik wilde mij niet afmelden.

“Als jij het niet kan doe ik het wel. Ik beslis nu voor jouw dat je thuis blijft. Punt uit. En je komt pas terug als je weer helemaal beter bent! Het mag Cor, je mag je er nu aan overgeven. Het is goed.”

Dat waren confronterende en verlossende woorden. Hoe duaal kan het zijn. Ik wist dat het goed was maar wilde dat niet toegeven. Er viel een last van mijn schouders af. In de weken die volgden werd ik alleen maar zieker. Mentaal had ik de knop omgezet en daarmee viel laatste bolwerk van mijn verdediging. Het virus zag dat als een vrijbrief om door te zieken. Wat vanaf begin oktober niet lukte zette zich vanaf begin maart voort als een op hol geslagen kudde gnoe’s die door mijn lijf raasden. Knallende hoofdpijn vermengde zich met pijn in mijn nek, hele rug, schouder en schouderblad, arm, elleboog, pezen, spieren, darmen, keel. Geen geur of smaak meer. Emoties vlakten af tot een waakvlam. Nachten en dagen die zich aaneen regen als een ketting van gelatenheid. Geen puf. Na twaalf uur slaap en twee uur wakker weer kunnen slapen. Niet uit kunnen rusten. Af en toe wandelen, een stukje fietsen op de stadsfiets was een uitje. De blik naar binnen gericht. Lak aan de omgeving. Ik zag alleen mijn huis, lief, de bloemen, de vogels en de bomen. Het gezang van vogels in een zwijgende samenleving. Oog voor het kleine. De miniatuurwereld van bloemen, insecten, de zonneschijn die het verlicht en het oorverdovend geluid van stilte. Om mij heen en diep in mij. 

Share

Midzomernachtrit.

‘s Avonds fietsen heeft voor mij iets bijzonders. De overgang tussen licht en donker zit binnen onze wereld verzonken in structuur. De rituelen zijn anders. Je gaat van bezig zijn naar rust en slaap. Deze grens passeren en op een tijdstip sporten dat je in de winter al slaapt kan tijdens de midzomernacht. Ik ging alleen en fietste België binnen, sprak een goeie bekende en keerde om. Terug naar Nederland. De prachtige zonsondergang liet mij stil staan. Endorfine met een verrukking die sidderde door mijn lijf. Morgen verder werken aan mijn herstel met radioactieve vloeistof in mijn aderen. Mocht je mij morgenavond zonder een lamp op de fiets toch zien weet je waar de straling vandaan komt. 😉🤟🏼🙌🏼✨✨✨✨✨

Share

Stilte binnenin.

Stickers met draadjes zijn op mijn lijf geplakt. Ik ben het gewoon geworden. Na alle onderzoeken de afgelopen maanden. Het doel overstijgt het gevoel van schroom en ik laat het over mij heen komen. De ingreep begint nu echt en het eerste wat ik moet doen is een slang inslikken die via mijn slokdarm in mijn maag terecht komt. Zo maken ze een rontgen opname. Het doel is om te controleren of er geen stolsels in mijn hart zitten. Het verrast mij want dit had ik niet verwacht. Niet onthouden of was het mij niet verteld? De eerste keer kots ik de slang terug. De tweede keer niet. Dit moet slagen en ik ben vastberaden. Slang er in. Opnames maken. Alles zit goed. Slang er uit. Ze kunnen beginnen. Ik kijk om mij heen en neem alles waar. Mijn bril gaat af. Ik geef me over.

De verdoving is in werking getreden en wijdbeens wacht ik gelaten af tot de katheters via mijn liesaders worden ingebracht. Tijdens de ingreep zal ik een een soort van roes ‘wakker’ blijven. Al naargelang de situatie wordt de roes zwaarder of lichter. Hoe het kan weet ik niet maar ik dreig van mijn stokkie te gaan. Blijkbaar ben ik nerveuzer dan verwacht. Ik adem zwaar en zoek de arts. ‘Maak je kwaad!’roept de cardioloog-elektrofysioloog. ‘Maak je kwaad Cor. Laat de adrenaline komen en zorg dat je niet wegzakt!’ 

Huh? Okay dan! Ik gehoorzaam. Dus ik maak me kwaad en het werkt. Ik ben weer klaarwakker. De adrenaline pept me op en alle gevaar is geweken. Adrenaline als remedie tegen flauw vallen. Hoe simpel kan het zijn. Die ga ik onthouden. De katheters zitten er in. De cardioloog zegt dat alles goed gaat. “Laat me weten als je ze in je hart voelt of als er iets niet helemaal lekker gaat.” Versuft en tegelijkertijd wakker wacht ik af wat er gaat komen. 

“Laat me weten als je wat voelt.” Werkelijk. Alsof we aan het klussen zijn. Dat zijn de cardioloog-elektrofysioloog eerder al. “Zie ons als de electriciens van de cardiologie. Zo zijn er ook nog loodgieters en cardiologen die complete renovaties uitvoeren. Eigenlijk is het niets anders dan klussen voor gevorderden.” “Hoezo relativeren meneer de cardioloog.” Ik voel het kriebelen in mijn hart. Vanaf de rechterboezem wordt een gaatje geprikt in de boezemwand om zo in de linkerboezem te komen. Daar liggen de uitgangen van de longaders. Daar moeten ze in zijn. Het gaat hartstikke goed.

Ik stuiter! Wel een halve meter de lucht in. “Wat is dat?” hoor ik mezelf zeggen. Zelf bevind ik mij in een staat van zijn die tussen bewusteloosheid en bewustzijn in zit. Wakker en tegelijkertijd niet aanwezig. Achteraf hoor ik dat dat de verdoving is. Het beroemde ‘roesje’. “We testen of we goed werk hebben afgeleverd en de ingreep effect heeft Cor. En het werkt! Nu gaan we verder met de andere longvenen!” “Ben ik dat ook vergeten of niet?” Ik weet het niet…in mijn hoofd wordt het weer zwaar en ik hoor ergens ver weg iemand zeggen “Geef hem nog maar wat er bij.” De keren die volgen heb ik blijkbaar goed gereageerd want het lukt. 

Nu ik er aan terugdenk voel ik het weer in mijn lijf. Mijn hart heeft in mijn beleving ook een herinnering en het is bijna eng om mijn ervaring openbaar te maken. Blijkbaar zit de schrik er nog steeds in dat het terugkomt. De tijd heelt alle wonden al vermoed ik dat de herinnering in mijn hart gebeiteld zit en niet herinnert wil worden aan de pijn. Het voelt bevrijdend om dit te delen. Eindelijk durf ik het. Trots op mijn hart waar ik zo van hou. 

Ik kom even bij als ik door een gang rijd. Achteraf blijkt dat ik toen om weg was naar de afdeling.  De wielen zoemen en ik ben versuft. Mijn liezen strak ingezwachteld met drukverband. Er is absolute rust in mijn borstkas. Geen gerammel meer. Het is stil en ik kan me niet meer herinneren wanneer ik dat voor het laatst had. Er is stilte binnenin. Tijd om opnieuw naar mijn hart te luisteren. 

Share

Het is zover.

Weten dat er iets gaan gebeuren dat je nog nooit eerder mee hebt gemaakt kan eng zijn. Het kan angsten oproepen. Vreemd eigenlijk. Angst is vaak terug te herleiden naar iets waar je bang voor bent dat nog niet is gebeurd. De nacht voor de ingreep sliep ik goed. Ik was niet bang of angstig. Er was eerder een serene rust over mij heen gevallen. Als een ondoorzichtig laken. Was het gelatenheid, vermoeidheid of was ik zo murw dat het lang mij af gleed en onberoerd liet? De avond vooraf was echter lang en ik kon moeilijk in slaap komen. Vreemd want elke avond is net zo lang. Behalve bij de overgang van de zomer naar de wintertijd en andersom. Het was een lange avond. Niet omdat ik in Maastricht was waar ze zeggen dat de stad niet ‘breed mor laaank’ is. Nee….het was stil. Bijna verlaten. Innerlijke rust voor zelfreflectie was er niet. Dus maakte ik een selfie. Mijn toenmalige vrouw wilde geen foto van mij maken. Dus nam ik na haar vertrek de BlackBerry en draaide ‘m om. Toentertijd hadden ze slechts een camera en die zat aan de achterkant. Dus moest ik het toestel zo manoeuvreren dat ik recht in de lens keek en de knop van de camera op de tast aan de achterkant van het toestel indrukte. De foto liet mij zien wat de toestand was. Een grauwe grijze huid, hangende oogleden, rood doorlopen ogen. De volgende dag zou alles gaan veranderen. De slaap kwam snel.

De liezen geschoren en het infuus aangebracht. Een operatiehemd aan. Het rook vreemd. Naar ‘te schoon’. Een mengeling van chloorwater, zeep en pure katoen. Met hele korte mouwtjes als een modern t-shirt. Op de achterkant touwtjes om het dicht te knopen. Een achter de nek, de anderen voor de rug en de billen. Hoe het uit is gegaan is mij een raadsel. Toen ik geopereerd werd lag ik naakt op een smalle operatietafel, eerder een plank, met sokken aan. Dat schijnt zo te horen. De rit met het bed naar de operatiekamer was kort. De cardioloog stelde zich voor. ‘Goedemorgen meneer Seijkens! Wij gaan er een mooie dag van maken.’ Zijn mentor en collega zat in een soort van controlekamer en keek door een raam de OK in. Hij zwaaide en heette mij welkom. “Goedemorgen Cor. Hoe gaat het met u? Fijn u weer terug te zien. Ik zal u vanaf hier in de gaten gaan houden terwijl mijn collega u gaat helpen. Hij is net zo goed als ik. U bent in goede handen.” Ik lachte naar hem en keek zijn collega aan. Een korte indringende blik. Hooguit 5 seconden. Meer niet. Meer was ook niet nodig. Er liep veel personeel rond in de operatiekamer. De cardioloog-elektrofysioloog, cardioloog, een anesthesist een paar verpleegkundigen en een technicus. Vooraf was me verteld dat een heel team klaar zou staan. Het was indrukwekkend. Aan het plafond beeldschermen aan beugels, platte monitoren voor de cardioloog. Een röntgenapparaat en dikke plastic gordijnen die  bescherming bieden tegen de straling. De kamer was groot. Ik was rustig. Geen zenuwen of angst. Lichtelijk opgewonden en opmerkzaam. Ik wilde alles zien en waarnemen. ‘Dit maak ik nooit meer mee. Nu is de kans alles op te slaan.’ De kamer was groot.

Share