De eerste!

Vorige week lag de brief op de deurmat. Op woensdag. Tijdens het werken stormt mijn vriendin de werkkamer binnen en houdt de brief met het blauwe logo van het RIVM voor mijn ogen. Wat ik al vermoedde wordt werkelijkheid. Ik mag gevaccineerd worden. In mijn hoofd hoor ik alle muziek en deuntjes van een overvolle kermis. Turboooo in de turboooo. Woeooeoeoei! Daar gaan we nog een keer. Hou je vast!

Binnen een kwartier is de afspraak in gepland. Op de zeventiende mei en de tweeëntwintigste juni gaat het gebeuren. Dat vliegen de micro chips in mijn lijf. Vanaf dat moment ben ik reddeloos verloren. Ga ik van afstand bestuurd worden door 5G gedreven monsterlijke mensen die mij willen manipuleren en veranderen in een levende machine. Ik krijg superkrachten. En kan zittend op de stadsfiets met 35 kilometer per uur de Cauberg op met een volle fietsmand trappist en twee tassen met boodschappen aan de bagagedrager. De auto in naar Italie. De Stelvio in een dikke vijfentwintig minuten op. Dan naar de Provence. De Triple Cingle van de Ventoux haal ik voor mijn ontbijt. Sterker nog, voor het avondeten ben ik ‘m zes keer opgefietst en voor de eerste fles pastice open gaat maar ik de tien vol. Wie doet mij wat. De “Jour Avant” van de Tour de France doet zijn naam eer aan want ik fiets de hele toer in één dag. Op maandag heej, net na het weekend! Dinsdag Parijs-Roubaix, kasseien afstoffen en opvreten. Effe naar huis en woensdag de Ronde van het Rutselbos en acht keer de Acht van Chaam. Donderdag terug in Italië en de Giro d’Italia inclusief twee keer de Mortirolo, door naar de Toscane en vrijdag de Strade Bianche van de mannen en vrouwen. Je weet wel. Die van de jongens voor de lunch en na een bordje pasta met Barolo ‘s middag de korte versie van de meisjes. Zaterdag zak ik af naar Spanje. De Vuelta in twee dagen. Rustig aan want in Pamplona wacht een stier die ik wil nekken! Maandag weer thuis en dan even rusten. Bijkomen van de opwinding. 

De euforie van verlossing en vrijheid verlichte mij. De afgelopen week telde ik de uren af. Nu, na de eerste prik duizelt het in mijn hoofd. Mijn bovenarm is stijf en gevoelig. Ik ben moe en wil slapen. De wereld is weer klein en komt naar mij toe. Ik zit buiten en ga schrijven. Even kijk ik op en als ik wil beginnen zit er een bij met pootjes vol stuifmeel op de cmd toets van het toetsenbord. Alsof de bij mij tot rust roept. Rustig aan Cor, er komt genoeg tijd om je dromen te verwezenlijken jongen. Dit is een nieuw begin. Wen er maar vast aan lieverd!

Share

Relatie voor prestatie.

Samen is beter dan alleen. Dat is zo’n gevleugelde uitspraak tijdens het fietsen. 

Op het werk hoor ik het zelden. Daar geldt; Eerst prestatie, dan relatie. 

En dat bevreemd mij. Want waarom zou je in je privé tijd wel over samen hebben en daar meteen het waarde oordeel ‘beter’ aan verbinden terwijl je op het werk eerst iets moet laten zien, de prestatie, en dan pas kan spreken van een relatie. Een samen.

De ‘maar’ het onder voorbehoud van iets of wat. Waarom is dat? 

Zonder relatie geen prestatie. Dat is mijn uitgangspositie.  Waarom heb je eerst een bewijs van geldigheid nodig? De afgelegde proef. Het slagen. En daarna het geloof. Waarom niet eerst het geloof en daarna het bewijs?

Een interessante gedachte waar ik het antwoord nog niet op heb gevonden. Want is de waarheid niet aan vele gezichten onderhevig? 

Dan kijk ik naar twee fietsers waarmee ik op pad ben. Met de een fiets ik al jaren en we vertrouwen elkaar. Blindelings en ik elke situatie. De ander is nieuw voor mij, toch gaat dat ook vanuit vertrouwen en de relatie waarin we elkaar er niet af fietsen, testen, op de proef stellen of onze prestaties naast elkaar leggen voordat we een band opbouwen. Want de band ontstaat zodra je die wil laten ontstaan. Daar zit het verschil in.

Share

Obstakels.

In vele vormen verschijnen ze op je weg. In woorden van jezelf of in die van een ander. Gedrag dat je waarneemt en je prikkelt. Sensaties die je voelt. Fysiek of mentale obstakels. Niet altijd even welkom of gepland. Toch zijn ze er. Moet je er wat mee? Of laat je ze voor wat ze waard zijn?

Soms is het goed ze voorbij te laten gaan en je eigen weg te vervolgen. Er niets van aan te trekken want het voegt niets toe! Toch zijn er ook van die drempels die je over moet. Je wil het obstakel overwinnen. Omdat je het jezelf oplegt of laat opleggen door de verwachtingen van anderen.

Wat is goed en wanneer zorg je goed voor jezelf? Door naar je eigen stem te luisteren of naar de wil van een ander? Heb je een goede raadgever, vriend, vriendin of vertrouweling aan je zijde staan op wie je mag steunen? Heb je een moment voor stilte? Dat je even alles aan de kant mag zetten en tijd kan nemen om nergens aan te hoeven denken. Alleen maar te voelen en gewaar te worden wat er gebeurd? Welk obstakel in de weg zit om je weg te vervolgen?

Neem de tijd. Zet de tijd even stil. Parkeer je doordravende ‘fiets’ en durf eerlijk te zijn!

Share

KUTEPIDEMIE

Een jaar als dag. En langzaam glijden we de diepte in.

Het kost mij moeite om daar niet aan toe te geven.

Al ruim een jaar leven op een postzegel.

Er zijn momenten dat het fucking kut, klotenniks is.

Geen zak aan! Vervelende rotwereld. Zak d’r in!

Misselijk volk, akelige streken, domme knuppels!

Stomme ikke! 

Stomme samenleving. Belachelijke regels. Godverdommense kutepidemie. Opzouten!

Gekke geloofsfanaten, opruiende politiek. Flikker op man!

Opzouten, wegwezen.

Ik ben er klaar mee!  

Met mensen die me lastig vallen met hun waarheid. Zout op man!

Die me koeieneren. Ga weg. Laat mij met rust!

Die over stoepen fietsen en tegen het verkeer in rijden. Wegwezen jij! Wil je verongelukken? Halve zool!

Met niet groetende buurtbewoners die met hun hoofd omlaag voorbij lopen. Hallo! Hoe gaat het met je?

Rondracende auto’s door woonwijken. Intrekken dat rijbewijs en auto inleveren!

Zwerfafval en de onverschilligheid waarmee die troep op straat wordt gesodemieterd. Ik donder het spul in je woonkamer!

De grote bek van de jeugd als ze worden aangesproken op hun gedrag. Kom eens hier en praat met me!

Huizenprijzen die belachelijk hoog zijn. Moet je over mijn rug rijk worden? Echt niet!

De stellingname van de ene tegen de ander. Die zich laten opfokken. Rustig aan man!

Ik ben er klaar mee. Helemaal klaar. 

Gedachten als een bliksemstorm. Oncontroleerbaar en niet te bedwingen. Flitsend en alle kanten op. Wat als dit, wanneer dat, doe ik dit, moet ik dat, wat zal ik, wie weet of, ben ik, had ik, krijg ik, wat zal ik, en zal ik? Het blijft te keer gaan. Een op hol geslagen flipperkastknikker.

Het mag stoppen. Weer gewoon worden om elkaar te zien, te groeten, te omhelzen. Wang tegen wang. De stad in. Naar een concert. Zwetend elkaar in de armen vallen met in een hand een pilske dat leeg loopt. Dat en nog veel meer. Vrij zijn. In een wereld waar we elkaar zien en niet zien als bedreiging. Echt leven. En we weer durven.

Dromen. En plannen maken die uit, mogen, komen.

We glijden weg. Al een jaar. En daar ben ik klaar mee!

Share

Gas terug.

Hoi!

Er zijn momenten dat je gas terug moet nemen. Je even bij jezelf te rade moet gaan.
‘Wat ben ik aan het doen? Is dit goed voor mij? Wat is het effect van mijn handelen? Hoe kan ik een verandering in gang zetten die beter voor mij is? Die recht doet aan mijn vitaliteit?’
Na twee weken rust ging ik vandaag weer de weg op. Rust doet mij goed. En jij? Wanneer voel jij dat het wel even wat minder mag? Zorg goed voor je zelf. Luister naar je lichaam.


Ciao, Cor✌🏼🙏🏼

Share

Vasten inzichten.

Achttien dagen geleden schreef ik dat vasten al vijf dagen duurde. Vanavond op donderdag de elfde maart zijn wij al drieëntwintig dagen bezig. Dik drie weken bezig. Nou, dik wordt ik er niet van. Minse kinders. De onsjes vliegen er bij ons af. Kilo’s en centimeters.

Dat is een mooie bijkomstigheid van vasten. Mijn vriendin en ik vasten tegelijkertijd, zo bezig zijn krijgt eten een heel andere lading. 

Wat hebben de afgelopen achttien dagen mij nog meer voor inzichten gegeven? Veel waren open deuren die ik zelf moest intrappen. Hier komen ze:

1. Samen werkt het beter.

Zodra ik iets in mijn kop heb moet het gebeuren. Mijn zelfkennis reikt zo ver dat ik dan ook echt begin en doorzet. Maar met eten en een eetpatroon werkt het anders. In een huishouden kun je dat niet alleen bepalen. Dat doe je samen. Afstemmen hoe laat we eten, wat we op tafel zetten en wie wat doet in de voorbereiding, boodschappen en bovenal eetwensen. Want als ik daags erna een lange fietstocht ga doen volstaat een boterhammetje met jam ‘s ochtends niet meer. Dan mag er de avond vooraf gerust rekening mee worden gehouden. 

2. Eten is meer dan voeding.

De momenten dat ik eet is niet alleen het stillen van stevige trek (honger of hoe je het noemen wil). Het is tegelijkertijd bewust met voeding bezig zijn. Niet gedachteloos happen, kauwen, slikken totdat het op is. Omdat we drie eetmomenten per dag hebben (ontbijt, middagmaaltijd, avondeten) kiezen we vooraf wat we eten op basis van voedingsstoffen, variatie en hoe het valt. Een bord friet om zeven uur ‘s avonds geeft geheid een opgezette plofbuik. 

3. De tijd nemen.

Een maaltijd nuttigen. Klinkt mooi. En dat is het ook. Het is een moment van je lichaam brandstof, rust en genot gunnen. Dat doen we. Mocht je twijfelen, vraag je dan eens af wat je een beter gevoel geeft. De smaakvolle, weloverwogen uitgebalanceerde maaltijd of de snelle hap. De snelle hap is niet alleen slecht voor je rust maar ook slecht voor je lichaam en de verwerking van eten. En als je dan toch ‘verslaafdenvoedsel’ tot je neemt zoals vette hap of te veel suiker. Eet dan rustig en met aandacht. 

Wij eten altijd aan een gedekte tafel. Eten onze mond leeg voordat we iets zeggen. Blijven na het eten zitten en laten het eten letterlijk zakken. Uitbuiken! Het verzadigde gevoel komt rond vijftien minuten. Neem de tijd. Geniet samen. 

4. Gezellig.

Aan tafel eten met je dierbaren is een bijzonder moment. Met aandacht voor het eten en elkaar. De rijkdom om überhaupt goed en gezond te kunnen eten is al een zegen an sich. De dag te delen. Wat je meemaakt, wil gaan doen, samen praten, ervaringen uitwisselen, elkaar in de ogen kijken en je gelukkig prijzen. Zodra we weer gasten mogen ontvangen of ergens op bezoek mogen gaan verheug ik me op de gezelligheid, een goed glas wijn er bij en het leven vieren. Heerlijk. Het leven bestaat uit mooie herinneringen creëren. 

5. Variatie.

Ik noemde het eerder al. Zodra je bewust bent van de effecten van voeding op je lichamelijke gesteldheid ga je rekening houden met wat je eet zodat je voldoende voedingsstoffen binnen krijgt. De Eetmeter van het Voedingscentrum helpt daar hartstikke goed bij. De schijf van Vijf, de BMI meter. Ze zijn niet bepalend maar maken het makkelijk overzicht te krijgen. Handig en goed voor het overzicht en bevestigd de goede weg die je ingeslagen bent.

6. Discipline.

Je krijgt niets voor niets. Om vol te houden en voldoening uit vasten te halen is discipline onontbeerlijk. De volle zesenveertig dagen! Dus niet stiekem bij de kassa van de supermarkt een snoepreep kopen, onderweg naar huis opvreten en het papiertje in de prullenbak van het plantsoen mieteren. Nee nee, zo werkt dat niet mensen. 

Het resultaat van een dalende BMI in 23 dagen.

7. Verleidingen.

Shit! Wat heb ik de laatste tijd vaak gedacht aan een stuk vlaai, chocolade, een groot glas speciaalbier, wijn bij lasagne, en die verrekte koekjes bij de koffie. Het zit in mijn systeem gebakken.

8. Gewoontedier.

Zoals ik al schreef: verleidingen. Het is verbazingwekkend hoeveel eetgewoonten onderdeel uitmaken van gedragspatronen. Bij een nootje hoort bier, bij kaas hoort wijn, bij koffie een koekje (voor mij als Limburger vlaai, en dan nog het liefst in de ‘s ochtends om tien uur en om drie uur ‘s middags). Of even wat zoetigheid om de suikerdip op te krikken. Alsof mijn lichaam volop in de weerstand gaat en zich niet neerlegt bij wat ik doe. Zelfs na dik twintig dagen overvalt mij dat bijna dagelijks. Dat is kei en keilastig!

9. Nieuw gedrag aanleren.

Voor alles wat was komt iets anders terug. Alleen heb ik nu de keuze een betere te maken. En dan is het geweldig als je dat samen met je partner kan doen. Stel je voor, ik vasten en zij doorgaan met het ‘oude’. Of andersom. Hoe zal zich dat op lange termijn ontwikkelen?

10. Bewerkt versus onbewerkt eten.

We eten zoveel mogelijk onbewerkt eten. Minder shit er in. Er moet wel meer voedsel in om een verzadigd gevoel te krijgen. Geen toetje uit een pak, maar twee kiwi’s en een sinaasappel. Zo makkelijk is het maar je moet het wel doen!

11. Mentale ruimte.

Naast voeding brengt deze sobere tijd in aanloop naar nieuw leven veel inzichten in de mentale processen van vasten tijdens een pandemie en in een kleine wereld leven.

Daarover de volgende keer meer. 🙂 

Morgen bevind ik mij precies op de helft van achtenveertig dagen vasten. 

De helft. Phoe!

Share

Vasten. De eerste vijf dagen.

Ze zeggen wel eens dat alle begin moeilijk is. Dat klopt voor geen meter, zei ik hier in huis toen ik begon met vasten. Het gaat mij goed af. Even doorbijten (vergeef mij de woordspeling) en dan zijn de zesenveertig dagen zo om.

Vandaag kreeg ik de rekening gepresenteerd. Op dag zes. Wat een verschrikkelijke klotendag. Man o man. De hele dag chagrijnig. En ik weet niet waarom. Belachelijk. Te gek voor woorden. De hele dag voel ik een vreemde druk in mijn hoofd. En de hele dag heb ik zin in vulling. Eten dat de maag verzadigd. Een groot stuk kersen-roomboter vlaai, of rijstevlaai met slagroom en chocolade vlokken. Een pond balkenbrei, vijf worstenbroodjes. Woensdag en donderdag ging het nog wel. Beide dagen woog ik mezelf en de weegschaal gaf 1,6 kilogram verschil weer. Watte? Kan dat? Ja dus. Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag heb ik op de racert gefietst. Bezig zijn leid af. Dat is zeker. En dat mag ook want er ontstaat onrust in mijn lichaam. Ik schrijf dit op maandagavond na tienen. Schrijf ik het niet op dan blijft het in mijn hoofd draaien. De belangrijkste ervaringen en inzichten van de afgelopen dagen. 

1. Het invoeren van mijn dagelijkse eetmomenten.

Het invoeren van wat ik eet in een app geef maakt veel duidelijk. De hoeveelheid, gewoontes, de kcal. Uit de Eetmeter blijkt dat ik best veel belegen kaas eet (onverzadigde vetten) en die tikken aan. Elke maaltijd wordt genoteerd. Mijn ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes. De app geeft meteen weer wat de kcal zijn. Handig. 

2. Afwegen van voeding.

Om goed te kunnen bijhouden wat er in gaat moet ik ook weten hoeveel het is. Dus pak ik er een klein keukenweegschaaltje bij en weeg het. Klinkt maniakaal maar is wel keihandig. Ik at 600 gram groente en schrok van de grote hoeveelheid op mijn bord.

3. Bewustwording 3.0.

Meer dan ooit ben ik bewust bezig met het soort eten dat ik eet en het effect wat die hebben op mijn gezondheid. Een voorbeeld, ik eet graag een schaaltje vla als toetje. Mijn schaaltjes tellen dik 600 kcal. Na een volledige maaltijd tikt dat ‘extraatje’ wel aan. Ik had er zin in en ook nodig na een lange fietstocht. Maar toch. Had ik het nodig? Nee. Was het lekker? Ja, heerlijk.

4. Actie – reactie. 

De registratie van mijn voeding geeft direct het effect weer van mijn handelen. Door de informatie die meteen tot mij komt kan ik zien wat de, mogelijke, invloed is van voeding op mijn lichaam. Daar kan ik in mijn eetpatroon rekening mee houden. 

5. Variatie.

Routine en eenzijdigheid ligt op de loer. In mijn geval werd dat duidelijk met de boterhammen met veel roomboter, belegen kaas, appelstroop en roggebrood. Lekker. Doe er maar twee. Het roggebrood moet op anders wordt het oud. Dus daags er na weer hetzelfde. Het smaakt goed, vult en ik krijg er een blij gevoel van. Maar, het is funest voor de variatie en het binnenkrijgen van de juiste voedingsstoffen. De app laat dat zien. De ‘wijzers’ slaan verkeerd uit. Tijd voor verandering.

6. Geen foute tussendoortjes.

Helaas hield ik het voor het vasten niet bij maar voor de gein ben ik gaan invoeren wat een zak chips, drop, cola, bier, kaas, worst en wijn betekenen voor je gezondheid. Wauw. Dat is schrikken!

Op tijd naar bed. Rust, reinheid, regelmaat. Het is wennen. Af en toe krab ik mij achter de oren. Had ik dit onder professionele begeleiding moeten doen?Met een diëtiste? Moet ik dat alsnog doen?  Vroeger deed iedereen dit. Waar hebben we het over. Vandaag sprak ik mijn huisarts in verband met een medische keuring en bloedonderzoek. Begin juli ga ik, mocht het doorgaan, een fietsrit maken in de Dolomieten. De belegen kaas gaat geschrapt worden want dat was terug te zien in mijn bloedwaarden. Na de vastentijd mag ik me weer laten prikken en zullen we de verschillen zien. 

Ik denk dat ik het wel vol kan houden en door zal zetten. Wat ik wel lastig vind is om er mee om te gaan.

Share

Van Vastelaovend naar Vasten.

Vanaf vandaag gaan 46 dagen ‘anders eten en drinken’ in. Ik noem het bewust geen vasten al valt het toevallig wel precies in dezelfde periode. Van Aswoensdag tot Pasen. Een dikke week voordat de Parijs-Roubaix Challenge is. Na het starten met yoga, dat ik al bijna twee maanden ‘vergeten’ ben, ga ik me begaaien en pijnigen. Geen koek, snoep, chocolade, chips, bier, wijn en andere snelle en lekkere happen meer. Gisteravond graaide ik in de supermarkt nog drie zakken chips en wat flessen pils mee en vrat en zoop die op voor het scherm. Bijna misselijk van het schransen. Voordat het knabbelspul in de kom lag zat ik er met mijn hongerige vingers al aan. Met koude pils spoelde ik zoute smaak weg. “Schat, ik pak nog een zak en fles. Jij wil zeker niet?” Het vreetmonster was ontwaakt. Het was heerlijk om te doen. Ongegeneerd eten waar je zin in hebt. Nergens op letten. Gewoon dom stouwen! ‘s Middag at ik de laatste stukken vlaai op die uit de diepvries kwamen. Wegspoelen met zwarte koffie. ‘Aaaaah, wat lekker. Doe er nog maar een!’  Voor middernacht moest de zooi weg zijn. Uit huis, niet in het zicht, de verpakkingen en lege flessen de deur uit. ‘Weg ermee! Morgen gaat het roer 46 dagen om.”

Ging het dan zo slecht? Nee! Helemaal niet. Ik ga het gewoon doen. Het kwam spontaan in mij op. Van een goede voorbereiding is geen sprake. Weet je, niet zo met een doelstelling van ‘zoveel kilo’s afvallen’, of ‘een BMI van dit of dat’. Wel leuk als dat het gevolg is. Als ik voor de spiegel sta tijdens het scheren zie ik liever een strakke platte buik dan een kwiegelig vel dat flubbert. Niet dat ik dat heb, asteblief niet. Maar ik merk wel dat het mee bezig houdt. Gezondheid, fit voelen, goed in je vel zitten en fris de zomer in. De verleidingen weerstaan en matigen. Ik lees wel eens wat van de boeken die mijn vriendin heeft over gezonde voeding en levensstijl, kookboeken en artikelen in vakbladen zoals mijn maandelijks Fietsblaadje, maar allez. Maar daar bleef het bij. De komende 46 dagen ga ik mij eens wat meer verdiepen in deze materie. Iets wat ik tot voor kort eigenlijk meer iets vond voor beroepslijners, dieet-verslaafden, aanstellers en ouderwetse gelovigen. 

Maar de reinigende werking van vasten is door de eeuwen heen bevestigd en ik wil het eens aan den lijve ondervinden of dat echt zo is. Of je door 46 dagen anders te eten, meer rust, reinheid en regelmaat en soberder te leven fitter wordt en voelt. En de reinigingen betreft niet alleen het fysieke aspect. Er zit denk ik ook een mentale kant aan. Die ga ik ook ontdekken. 

Wat eten betreft ga ik vanaf vandaag alles bijhouden in een app van het Voedingscentrum, genaamd ‘Mijn Eetmeter’. Ja echt? Je maakt een persoonlijk profiel aan, voert in wat en hoeveel je hebt gegeten bij je ontbijt, lunch en avondeten. En de app vertaalt dat in kcal en splitst het uit in voedingsstoffen. In een overzicht zie je dan meteen staan wat je aan vitamines, mineralen, eiwitten en de hele zwik binnen krijgt. Daarnaast kun je ook je beweging invoeren. En dat zie je wat je inneemt aan eten en wat je verbrandt hebt. Ik eet en drink tussen 10.00 en 18.00 uur en buiten die tijden om niet. 

Ik ben benieuwd wat het me allemaal voor inzichten gaat geven en of ik het 46 dagen vol zal houden. Vanavond knorde mijn maag behoorlijk om 22.00 uur. Maar ja. Met 1.710 kcal inname en 2.600 kcal verbruik snap ik dat wel. Da’s niet zo slim. Ik moet de balans nog zien te vinden. 

Wordt vervolgd. 

Share

Heej maat!

Fietsen in je eentje kan leuk zijn maar de laatste tijd voel ik mij niet alleen. In het donker hoor ik tijdens het fietsen links achter mij van alles. Een windvlaag die kranksom om me heen draait terwijl de rijwind al hevig is. Een tikkend geluid terwijl mijn fiets geen geluid maakt. Behalve het zoeven van de banden en het zacht ruisen van de ketting over de bladen. Ik houd mijn adem in maar dat helpt niet. Ik hoor het links en kijk over mijn schouders. Beurtelings links, rechts, links. Ik ga verzitten en trek mijn jasje strak. Geen klapperende windstopper of rammelend zadeltasje. Niets van dat alles. Als ik het hoor ga ik harder fietsen. En wanneer ik thuiskom hangt er niets aan mijn fiets. Ik hoor het al maanden. Vanaf het schemerduister. Het ongrijpbare geruis en tikken. Eerst dacht ik aan een plakker, een wieltjeszuiger, een profiteur, uit de wind zitter, stil en onzichtbaar in mijn slipstream hangend mijn bordje leegeten en dan bij de brug naar Bavel zeker voorbij stuiven om een KOM’etje te pakken, vanachter mijn hoge rug er tussenuit peren en vol gas het viaduct op! Dat is het niet. Toch is het er. Ook op andere momenten en routes. Het hangt aan mijn wiel. Ik ga dan op de pedalen staan en gooi mijn fiets van links naar rechts over de weg. Een koploper op weg naar de wielerbaan in Roubaix die zijn volger de vernieling in wil rijden. De volger verdwijnt echter voordat het de vernieling in gereden wordt. Het achtervolgt mij. Het laat mij niet los. Ik wil het afschudden maar het plakt aan mijn achterwiel. Laatst hoorde ik links iets en voelde ik in mijn rechterzijde een steek. Een prik. Zomaar. Zonder aanleiding. Mijn hartslag was goed. Genoeg gegeten en gedronken. Een paar kilometer later weer hetzelfde. Links geluid, rechts een steek. En daarna weer een paar dagen later. Uit het niets! Ik schrijf het op omdat ik bang ben. Het weerhoudt mij niet te gaan fietsen. Ik vind het eng. Maar ik ga door. Ik geef niet op. Ik moet verder. Kan niet stoppen. Het kan toch niet zo zijn dat? Laatst kwam ik een fietsmaat tegen en ik was als de dood dat hij zou zien dat ik de schrik in de benen had. Ik was in alle staten. Hij stond bij het stoplicht in Dorst te wachten om de provinciale weg over te steken maar ik had geen rust in mijn lijf. Later belde ik hem en deelde mijn ervaringen. Ik moest het kwijt. Stel dat er iets met mij gebeurd dan weet hij het tenminste. 

Ja? Dat kan toch man? zei hij.

“Kan dat? Ik weet het niet maat. Ik vind het vreemd.”

Waar gebeurd zo iets dan? vroeg hij. 

“Op de Royale Dreef, de Slingerdreef, en de weg van Chaam naar Gilze. Daar in de bossen. Ik heb het er niets op maat. Wat moet ik er mee gast?” 

Goeie vraag. Wat wil je er mee?

“Vanaf zijn. Maar ik stop niet met fietsen. Het zal wel een hersenspinsel zijn. En weet je, soms voel ik het dan steken in mijn rechterzijde. Dan, als ik die dingen ervaar. Dan knal ik vol gas door.”

Het luchtte op maar ik voel me er nog steeds ongemakkelijk bij. Stomme gevoelens!

Share

Heej maat!

Ik sprak hem voor het laatst, nee ik zag hem voor het laatst, zo ergens eind november 2020. Het was maanden geleden dat we elkaar hadden gezien. Nou nee, het was eerder een dik jaar geleden. Zo lang al. Vreemd hoe de tijd verstrijkt als de wereld om je heen bijna stil staat. We waren blij elkaar te zien. Dat was altijd zo maar die keer was het anders. Hij keek anders uit zijn doppen. Zijn gezicht wat gespannen. Eerder een grimas dan een glimlach. Bij toeval stonden we daar naast elkaar op onze racefiets te wachten bij het verkeerslicht. Het licht van zijn voorlamp verlichte zijn gezicht van onderen en creërende lange schaduwen. Zijn toch al lange neus leek groter, de fietsbril had hij afgezet en zijn oogkassen leken wel kuilen. Hij stond stil maar zijn ademhaling was onregelmatig.

“Alles goed?

“Ja, gaat wel.”

“Hoezo gaat het wel. Da’s niets voor jou om dat te zeggen. Bedoel je dat het niet lekker gaat?”

“ Ik bel je straks wel effe. Goed? Groen! Groener wordt het niet!”

Klak, zeiden zijn schoenplaatjes en ze zaten in de pedalen, hij zoog zich omhoog in zijn stuur, zette aan en weg was ie. Alsof de duivel hem op zijn hielen zat. 

Een uur later belde hij. 

“Ik moet je wat zeggen. De laatste tijd voel ik van alles.”

Oh ja? Dat zal wel. Dat heb ik ook. Je wordt een jaar ouder maat al is het je niet aan te zien. Dan voel je van alles wat er eerst niet was. Met het klimmen van de jaren daalt er van alles. Hahahaha!

“Nee joh. Dat bedoel ik niet. Effe serieus. Ik voel andere zaken.”

Andere zaken? Waar heb je het over gast?

“Het is nu zo’n maand of drie aan de gang. Wanneer ik overdag fiets is er niets aan de hand. Maar in het schemerduister en het donker is het er. Ik kan er niet de vinger op leggen. Het is er. Ik voel het, hoor het, neem het waar en dat is het. Alsof er iemand achter mij fietst. Iets achter mij aan zit. Het begint bij mijn zij. Weet je, zo’n zachte beroering alsof een laken over je rug glijdt. Ik krijg dan de onweerstaanbare drang om over mijn schouder te kijken. En wanneer ik om kijk is er niets. Ik hoor het tikken, ruisen en schuren. Maar er is niets te zien.”

Ja? Dat kan toch man? 

“Kan dat? Ik weet het niet maat. Ik vind het vreemd.”

Waar gebeurd zo iets dan? Ik moest mijn lach inhouden en beet op mijn lippen. Hij was bloedserieus, dat hoorde ik aan zijn stem en toen we elkaar zagen bij het stoplicht keek hij angstig. Bang. En hij was niet aan het toneelspelen. Het was voor het echt. Dit paste helemaal bij zijn blik die hij zoeven liet zien. Het was menens. En ik liet de gedachten varen om het te bagatelliseren.

“Op de Royale Dreef, de Slingerdreef, en de weg van Chaam naar Gilze. Daar in de bossen. Ik heb het er niets op maat. Wat moet ik er mee?” 

Goeie vraag. Wat wil je er mee?

“Vanaf zijn. Maar ik stop niet met fietsen. Het zal wel een hersenspinsel zijn. En weet je, soms voel ik het dan steken in mijn rechterzijde. Dan, als ik die dingen ervaar. Dan knal ik vol gas door.”

Toen viel een stilte. Wie er begon met praten weet ik niet meer. Het was eerder een zucht dan een woord of zin.

Share