Schepen verbranden.

Toen hij vertrok fikte het alsof de hel op aarde was gekomen. De schepen waarop hij had gevaren schreeuwden het uit vanuit hun buik en bulderden, het monster kwam tot leven. De vlammen schoten als tollende zuilen van vuur de inktzwarte lucht in. Hels vuur en kokend water. Verwoestend en alles verterend. Niets bleef heel van waar hij op had gevaren. Het vege lijf redden was wat overbleef. Het vuur werd aangewakkerd door de snelheid waarmee de ankers waren gehesen. Zijn vloot reddeloos verloren. Een vijand met de wind in de zeilen en de dubbele tong van list en bedrog. Hordes volgelingen zonder ziel. De waterspiegel kookte. Het slagveld dreef vol verloren idealen en dromen die verdampten in de kille nacht. Een zee vol ellende en een puinhoop van jaren verloochening die zonken en zich neerlegden op de zeebodem. Diep in de duistere diepte van het koude water.Β 

De dood kreeg geen vat op hem. Zijn brandwonden bleven onzichtbaar voor de buitenwereld maar pijnlijk en zonder rek binnen in zijn ziel. Zichtbaar voor hen die hij toeliet in zijn binnenste. Op het strand van verlangen en hoop spoelde hij aan. Buiten adem, zijn wonden vol zout. Ver weg van zijn vaderland. In een wereld waar hij zijn langzaam genezende wonden liet verzorgen. Alleen en ontheemd. Ontheemd in de armen van liefde in een huis met de innige omhelzing van een hart vol goud.

Ergens drijft nog rottend hout. Laat het alstublieft zinken en voor eeuwig verdwijnen.

Share

Haast.

Hij kwam de hoek om. De zon stond eerst rechts van hem en scheen door het raam op de stoel van de bijrijder. Het glas was niet helemaal helder. Hele fijne krasjes waren door jarenlang zand en slecht wassen in de raam gekrast. De stoffen bekleding van de stoel leek op een oude spijkerbroek. Licht en donkerblauw met een fijne structuur maar nog wel strak en zonder scheuren of slijtage. Niet doorgezakt. Het nodigde uit om in de stoel te gaan zitten en mee op reis te gaan. Want het was een reisauto. Tenminste, zo was ie ooit geadverteerd. In een tijd waarin de klant via brochures werd bereikt. Je naar een garage ging en daar de informatie haalde. Waar de verkoper een adviseur was die je wegwijs maakte in een wereld van onbegrensde mogelijkheden om onderweg te zijn in je eigen auto. Die tijd lag ver achter hem. De auto was gedateerd in een tijd waarin de verbanning van de verbrandingsmotor in volle gang was. Hij had niets met de nieuwe tijd. Al die emissiepraatjes en het gezever van de nieuwe marketing wantrouwde hij. Eenvoud. Dat sprak hem aan. Dus reed hij al dertig jaar in zijn destijds nieuw gekochte auto en vond het prima zo. Wat anderen ook van hem vonden. Hij bleef trouw aan wat voor hem belangrijk was. En zo draaide hij ook rechts af. De zon scheen in zijn gezicht. Met een voorruit die ook vol krasjes en spikkels zat van zand, talloze steentjes en ruitenwissers die hun slijpende werking in het glas hadden verricht. Hij schakelde op en gaf gas. Van de twee naar de drie. En van de drie naar de vier. Daar bleef het bij. Vijftig is hard genoeg. Gisteren was dat anders. Toen werd hij in de late ochtend gebeld. Hij sliep nog vast. Na het ophangen was hij binnen vijf minuten gewassen, aangekleed zat in zijn auto en vloog de straat uit, reed drie keer door rood en zat een minuut later op de autosnelweg en jakkerde met honderdvijftig naar het Zuiden. 

Share