Joekel van een poekel.

Een ‘joekel van een poekel.’ Zo noem ik de I’Iseran. Correctie: Zo noemde ik de Col de I’Iseran tot vandaag. Want ik ben van mening dat wij zo nog niet met elkaar om kunnen gaan. Hij staat daar ergens halverwege tussen Modane en Bourg-Saint-Maurice. Is 2.764 meter hoog en daarmee op papier een ‘joekel van een poekel.’

Ja meneertje I’Iseran. Op papier. Overal staat dat je vandaag open bent. Dus ik denk, dat mag niet te veel maar ik doe het stiekem toch, dan ga ik die als toetje van de vakantie beklimmen. Lekker naar boven. Geleidelijke klim vanaf de zuidkant. Geen gezeik met hoge percentages en nog voor het Pinkster-gepeupel met zijn motoren en sportauto’s de omgeving komt verzieken en fietsers het ravijn in duwelMaar wat doe jij? Jij wil persé dwars liggen. Want waar begin je met je bergvoetjes? Op de 7500 Modane. Ja, leuk maar waar op die postcode? Dat het de D1006 is snap ik en straks moet ik de D902 op. Maar waar heb je je stenen klompvoeten in de grond gestoken en kan ik je gaan beklimmen? Daar begint het al mee. En ik zie je ook nog niet eens staan. Je staat om de hoek. Allez, 52 kilometer klimmen. Daar heb je een punt. Dat is een pokkeneind en dan mag je je verstoppen. Ik neem die laatste opmerking terug. Het begin van jouw uitlopers zijn goed te doen. En de rest ook wel hoor. Lekker relaxed percentage en ik mag je. Je bent uitnodigend en mild voor zo’n zware, lange plattelander uit Nederland. 

Mooie dorpjes onderweg, wel wat gedateerd. Dat is bijna in heel Frankrijk zo. Dus trek je dat niet te persoonlijk aan. Maar dan. Een omleiding? De hele weg lag open in Lanslevillard. Zo’n foeilelijk ski-oord waar er veel te veel aan je voeten liggen. Man man. Dat wil je toch niet? Het is nog erger dan een pretpark! Weg ermee. Dat heb jij toch niet nodig kerel. Dus ik door de greppels klauteren en weer verder fietsen. Het is prachtig. Maar jij bent nergens te bekennen. Waar zit je? In Bessans is het adembenemend mooi. Dat heb je goed voor mekaar. Wel tien watervallen op een rij. Helder water. Muisstil. Groen gras, blauwe luchten en massieve bergketens. Mijn complimenten. Voor het eerst deze reis stond ik met de mond open. En de gast die ik al twee keer eerder passeerde haalt mij nu weer in omdat ik stil sta van verbazing. Zegt geen woord. Ken jij hem? In Bonneval-sur-Arc staat er een bord op de weg. Je bent van 13.00 tot 06.00 uur gesloten! Watte? Gesloten? Het is hier geen kroeg of meubelboulevard. Het is prachtig weer, geen vuiltje aan de lucht, ik rijd samen met mijn lief anderhalf uur met de auto naar jou toe, spring op de fiets en dan ben je dicht? Toen ben ik doorgefietst. Want als ik van zover kom wil ik je ook ontmoeten en de hand schudden. Onderweg kwam ik halverwege de kleine Col de Madeleine nog tegen. Ken je die? Nee? Niets gemist. De praat niet waard. Ze staat hier aan de D902 op 1.746 meter in een bosje wat stilletjes te lonken. Haar grote zus kwam ik van de week tegen. Die is gemener. Ik heb haar in de luren gelegd. Bij jouw doe ik dat niet maat. Maar ik heb nog wel wat op mijn lever. Luister. Je hebt van die mooie bordjes langs de kant van de weg laten zetten met ‘Territoire d’exeption’ en ‘Vous entrez dans le coeur du PARC NATIONAL de la VANOISE’. Top van je. Maar dat wil ik je de hand schudden op de top en niet op 2.148 meter moeten stoppen omdat er lawinegevaar is. Hoe koddig de bergmarmotten ook zijn, hoe liefelijk de schappen op je flanken grazen en de frisse verse bloemen open springen deze lente. Dan moet je ook de ballen hebben en je laten zien kerel! Dan ben je even geen ‘joekel van een poekel’.

Ik spreek het volgende met je af. Op donderdag 25 juli ben ik er weer. Dan fiets ik met een paar andere zotten een rondje door Frankrijk. Dan schud ik je graag de hand. Boven op de top. Ik heb sterk het gevoel dat we het goed met elkaar gaan vinden I’Iseran. Zet het D902 bordje maar alvast klaar want ik kom ‘m ophalen maat. ‘D’accord? Jusque là!’ 

Share

De éénvoud.

Na regen komt zonneschijn. Dat zeggen ze. Of nog meer regen. Of onweer. Of mist. Of toch een keer zonneschijn? Dat schoot vandaag door mijn hoofd toen ik door een suf Frans dorpje fietste. Na een dag misère besloot ik om aan het eind van de middag anderhalf uur te gaan draaien. Dat deed het in mijn hoofd al langer dus waarom de benen niet meenemen in die draaimolen?

Mijmerend staarde ik voor mij uit. De weg sinds kort bekend. De omgeving niet de mijne. Het is hier mooi. En zo mijmerend en fietsend realiseer ik mij dat ik overal te gast ben als ik niet ben waar mijn wortels liggen. Altijd een gast. Dan heb je je te houden aan de regels van de gastheer. ’s Lands regels, wetten, normen en waarden. Want anders ben je geen gast zijn waardig. Of zijn dat de normen en waarden die ik van huis uit mee heb gekregen? Dat je je aanpast aan je omgeving, je dienstbaar opstelt? Het algemeen belang voor je eigen belang stelt? Klaar staat voor een ander als ie hulpbehoevend is, je oog hebt voor de noden van je medemens, een mooiere samenleving nalaat dan je kreeg van je ouders en hun ouders en al mijn voorouders die bij mij zijn? Zo fietsend door Frankrijk denk ik aan de mensen die ik ontmoet en voor wie ik iets beteken. Op welke manier dan ook. En wat voor een effect dat heeft op onze relatie. Hoe die dan ook moge zijn? Ik zweef weg in mijn mijmeringen zonder antwoord op de vragen. Dan is het leven op de fiets simpel. Kinderlijk éénvoudig. Je fietst van het ene naar het andere punt. Met de regel dat het weer bepaald wat voor kleding je aantrekt. En je conditie bepaald hoe ver en op wat voor een manier je fietst. Meer is er niet. De fiets en je eigen bubbel.

Het moderne leven vraagt, verwacht, eist, wenst, verlangd, verleid. Zo veel dat het niet altijd overzichtelijk is. Er is zoveel dat het er niet makkelijker op maakt. De kracht van het leven is dat alles waarnemen en de éénvoud omarmen. Wellicht is dat wat mij zo aan het fietsen trekt. De éénvoud!

Share

Zwarte sneeuw.

‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, hoor ik Marianne Vos zeggen bij de pauzeplaats van de Silver Medal toertocht. Het was herfst 2017 en het regende hard en veel, modder op de West Brabantse wegen en we stopten voor koffie met wat lekkers en wat plichtplegingen bij het gemeentehuis van Zevenbergen. Zij had als één van de weinige een tas met droge kleren bij. Terwijl wij zaten te vernikkelen en hoopten op te drogen voor we verder fietsten kwam ze terug met droge en warme kleren aan. Daar moet ik aan denken als ik de rit van gisteren weer voor de geest haal.

Daags van tevoren de routen uitstippelen. Weerbericht kijken. Kleding en eten klaar leggen. Fiets in orde maken. Op tijd naar bed. Voor alle zekerheid de route op een kartonnetje geschreven zodat ik kan spieken en niet een verkeerde afslag neem. Ik slaap uit en ga vanaf de camping in Aigueblanche via Albertville voor een rit over de Cormet de Roselend en dan in Bourg-Saint-Maurice links af naar de Col du Petit Saint Bernard. Het is de helft van etappe 20 van de Tour de France. Val Thorens heb ik eerder deze week al beklommen. Na vandaag ga ik later deze week etappe 19 van Saint-Jean-de-Maurienne naar Tignes fietsen. Dat is de planning. ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, toch?

In de aanloop naar deze dagen heb ik mijn trainer gebeld: “Niet te veel denken Cor. Je moet ervaring op doen. Ga maar door de pijngrens. Ga diep en vergeet die teller op je stuur. Niet naar kijken. Daags erna voel je je benen. Herstellen kun je de dag na een zware inspanning. Je moet weten wat het is. Dan kom je niet voor verrassingen te staan als je in de Tour bent. Je hebt tot nu toe precies het schema gevolgd en ga nu op gevoel aan de slag en kijk hoe ver je komt. En geniet er van. Je mag gerust plezier hebben!’ 

Eerst naar Albertville, de brug over, rechts af richting Venthon de D925 op. In de koelte klimmen vanaf de Noordkant. Heerlijk. Mooie rustige klim. Prachtig weer. Ik ontmoet een fietser die dezelfde kant op gaat. Steve. Een Australiër die hier zes maanden per jaar toertochten organiseert en de andere zes maanden in Australië woont. Wat een zwetser! Te veel, te snel, alle Franse namen in het Engels en met een zakelijke kater omdat hij dit jaar stopt met zijn reisbureau. Hij stop en gaat koffie drinken. Gelukkig. Pfffff! Soms is het tof iemand te ontmoeten. Deze keer niet. Ik ben gelukkig weer alleen en begin in het Forêt-des-Pointières aan de Roselend. Mijn hartslag is hoger dan een dag eerder op de Madeleine. Maar allez. Dat mag. Ik wordt ingehaald door drie mannen. Eén met een triatlon fiets met ligstuur. Belgen blijkt. Hun maat volgt tien minuten later. In Beaufort stop ik bij het stuwmeer voor koffie met bosbessentaart en mijn mond valt open. Zonder taart er in. Tegenover mij zie ik een muur van een berg liggen. Wat een blok steen. Met watervallen die de wel 100 meter de diepte in storten. Zonlicht dat de flanken verlicht als een zoeklicht. Prachtig. Daar moet ik heen. Bidons vullen en verder! Ik stop een paar keer en kijk haar het stuwmeer, de omgeving en de berg voor mij. Want dit geloof ik niet, zo inmens. Als ik richting de blok steen fiets zie ik dat er zich twee bergkammen boven elkaar bevinden. Ik fiets recht op de kammen af en het is net alsof de eerste zich over mij heen buigt. Alsof het dak van een stadion zich boven mij sluit. Ik knipper met mijn ogen en weet dat het niet echt is. Maar toch. Stel je voor. Door en door. De kammen over, tussen de kammen en het blok steen door en dan verandert de sfeer. Van zon en groen beland ik tussen ijs, sneeuw, grauwgrijze rotsen en smeltwater. De lucht is bewolkt en het wordt fris. Doortrappen en de hartslag niet te veel laten zakken. Ik haal een gast in op een oude zwarte Pinarello en een fietser op een rode Cinelli met een megagrote zadeltas zonder helm maar met een koerspetje. Bijzondere combinatie. Op de top van de Roselend snel een foto voor het plakboek en dan naar beneden. Geen jasje of armstukken aan. Gaaaan! Nu zit ik op de Route des Grandes Alpes. En voor mij een recht weg die naar beneden gaat. Kaarsrecht. Ik maak een foto en plaats dan de handen in de beugels. Gas erop. Daar waar de klim heerlijk liep en best wel wat van mijn benen vroeg is de afdaling een verraderlijke. Met haarspeldbochten die een extra knik in zich hebben. Op tijd remmen en van buiten naar binnen naar buiten. Wanneer ik aan de rand van de weg stop om een paar foto’s te maken zie ik beneden een ouder echtpaar liggen in het gras. Zij op haar zij en hij op zijn rug. Ze slapen. Ik zwaai en hij lacht en zwaait terug. We lachen. En verder. Goed opletten in de haarspeldbochten en voor het slechte wegdek.

Rond drie uur ben ik pas in Bourg-Saint-Maurice. Er moet eten in. Een sportreep als voorafje. Bij een reformzaak koop ik twee bananen, stroopwafels, nougat en anderhalve liter water. Ik tik de bananen en drie stroopwafels naar binnen en blus het af met veel water. De rest gaat mee in de bidon en mijn shirt. Zoals het nu gaat kan ik nog naar boven en op tijd beneden zijn. Toch?Bij de D1090 staat het bordje met La Rosière, Col du Petit Saint Bernard, Col de I’Iseran, Tignes. Even verder op het kilometerpaaltje. De beroemde witte blokken met gele kop. De D-wegen. Daar staat op dat het nog 26 kilometer is. Wat? Dat is mij ontgaan. ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, hoor ik als een echo door mijn gedachten gaan. “Niet miepen. Doortrappen. Ik ben er nu toch.” Wat ik wel had gelezen over deze klim is zijn goede profiel. Gemiddeld een goede 5%. Dus dat is te doen. Dacht ik… 

“Niet te veel denken Cor. Je moet ervaring op doen. Ga maar door de pijngrens. Ga diep en vergeet die teller op je stuur. Niet naar kijken. Daags erna voel je je benen. Herstellen kun je de dag na een zware inspanning. Je moet weten wat het is. Dan kom je niet voor verrassingen te staan als je in de Tour bent. Je hebt tot nu toe precies het schema gevolgd en ga nu op gevoel aan de slag en kijk hoe ver je komt. En geniet er van. Je mag gerust plezier hebben!’

Het landschap is prachtig. Wel veel bewolking. Dat is richting het Zuiden en Italië. De pas gaat de grens over naar Aosta. Zover is het nog niet. Eerst boven zien te komen. Het is rustig. Er dalen meer wielrenners dan omhoog gaan. Iedereen hier is trouwens vriendelijk. Dat valt mij overal weer op. Ze groeten je. Maken een praatje, ik zeg dan niet zo veel terug want met mijn twee jaar Frans mag ik blij zijn als ik überhaupt me verstaanbaar kan maken. Enfin. Ik ben die berg aan het beklimmen en het gaat niet zo lekker als de dag er voor. Hogere hartslag, meer aan het werken, de soepelheid is er niet, last van tintelende handen en mijn rechterbeen lijkt wel af te toe te slapen. Het is niet fijn rijden zo. Er zijn nog 23 kilometer te gaan. En dat gaat door en door en door en door. Bij La Rosière zie ik eindelijk twee fietsers die ook naar boven gaan. Het zal nog kilometers duren eer ik bij ze kan komen. Dan is het al aan het afkoelen. De wind die vanaf de bergtop waait is ijs en ijskoud. Het smeltwater ook. Mijn schoenen worden nat. Ik kom bij de twee gasten die voor mij fietsen. De ene heeft een tenue aan van het FDJ opleidingsteam, hij heeft een bloedneus. De andere fiets met een recht stuur en een soort wandelschoenen. Dikke sokken aan. Een kop kleiner en ik schat ze zeker 10 jaar jonger. Ze fietsen zo makkelijk. Ik haak aan en we fietsen naar boven. Ze spreken engels. ‘Waar komt u vandaag? Uit Nederland. Zware klim jongens. Ja, wij zijn dat wel gewend. Wij fietsen hier vaker. Ik niet, en hij valt tegen. Hahaha…dat hebben wij op het vlakke. Wij kunnen daar gaan snelheid maken.” Ik zie de sneeuwwallen van drie meter hoog. Aan de weg. De kou snijdt door mijn lijf. Ik ben me aan het opblazen. Het wordt mij ineens te veel. Ik moet terugschakelen en me sparen anders haal ik het niet. “Is daar de top?” In de verte zie ik een huisje boven de meters sneeuw uit komen. “Ja, en dan nog een paar honderd meter verder. Maar let op want dat laatste stuk is weer steiler.” Nu ga ik wel nadenken. “Merci, fiets maar door, ik zie jullie straks wel.” 

Ze dartelen voor mij de berg op. De ijskoude wind grijpt me overal vast. Waar de Madeleine met haar warmte geen grip op mij kreeg gaat Bernard mij ongenadig hard bij mijn ballen pakken. Shit man! Dit overvalt mij. Een S-bocht en dan voorbij het monument van de Bernard, een Hospice en verder op nog een paar gebouwen. Een lang recht stuk met de wind vol op kop. Voor mijn gevoel gaat de weg een diepvries in. Het is wit om mij heen. Sneeuwmuren die op de weg zijn gevallen. De pas is open maar de kou is niet weg. Eindelijk ben ik er en als ik afstap sta ik te rillen van de kou. Ik ben duizelig en mijn oriëntatie kwijt. Snel een foto maken bij het bord. De jongens staan ineens bij me. “Als je doorfietst kom je in Italië. Het is maar een paar honderd meter.”  Ze zijn heel vriendelijk en trots op hun berg maar ik wil terug. Ik bedank ze en ze gaan de afdaling in. Eerst bij zinnen komen. Mijn maag speelt zich op en ik heb het gevoel alsof alles er uit komt. Mijn benen trillen. De souvenirwinkel bied uitkomst. Er staan een klein kacheltje op de grond waar ik voor ga zitten. Geen effect. Armstukken aantrekken wordt een opgave. Volle concentratie. Dit gaat niet goed. Ondertussen moet ik geeuwen bij het leven, trillend lijf, mijn maaginhoud wil naar buiten vliegen en mijn hoofd tolt, ik van bijna flauw en moet me aan de toonbank vasthouden. Wat is er aan de hand? Ik pak mijn telefoon en zoek ‘de man met de hamer’ op. Lijkt er op maar niet helemaal. Ik bel Ellen. “Ha schat, ik ben op de top van de Bernard, telefoonaccu 21%, koud en ziekelijk, kom me halen. Ik ga nu naar beneden.” Meer heb ik haar niet te vertellen.

Mijn regenjasje is te dun. Ik krijg bubbeltjesfolie om onder mijn jasje te doen en ga naar beneden. Zuutjes aan! Heel langzaam daal ik af. Ik moet nog twee foto’s maken en dan geloof ik het wel. Aandacht er bij, opletten voor gladheid maar in La Rosière stap ik weer af. Alles draait en ik dreig de controle over mijn fiets en mezelf te verliezen. Ik stop en ga op een muurtje zitten. Dat houd ik even vol. De misselijkheid is mij te veel. De kou moet mijn lijf uit. Dan maar lopen en met de fiets in de hand ga ik even door. Zitten. Staan. Het gekke is dat ik mezelf rare bewegingen zie maken en die niet onder controle heb. Bijna als een dwaas rond loop. Een zatte. Ik moet het warm krijgen. De zon in. Uit deze kou. Een bouwvakker bied hulp aan. “Kan ik iets voor je doen, hier is geen arts of ziekenhuis maar wil je iets anders? Iets te eten? Een stuk brood” Alleen bij die gedachte al word ik misselijk! Ik ga op een bankje zitten en weet niet wat ik met mezelf aan moet. Wat is dit? Ik ga liggen, zitten, strompel over het grasveldje. En dan komt het er uit. Alles! Totdat het pijn doet. Alleen maar vocht. De druk is er af en ik voel me verlicht en besluit verder af te dalen. Na twee bochten komt Ellen er met de auto aan. We overleggen en ik wil persé zelf naar de voet van de klim afdalen. Ik voel me goed genoeg en dat was ook mijn minimale doel voor vandaag. Het lukt maar als ik in de auto zit wikkel ik mezelf in dekens en leg een kussen onder mijn hoofd. Ik voel me ellendig en leeg. Het verrassende nieuws. Ellen heeft precies hetzelfde! De rit naar Aigueblanche voelt alsof ik in een achtbaan zit. We stoppen twee keer en dat is nodig. Allebei geen cent waard. ’s Avonds eet ik maar veel gaat er niet in. Hersteldrank, thee, brood, melk, kwark. Ik ben leeg, op en gaar tegelijkertijd. Alle energie is uit mijn lijf geperst. Uitgepierd! Een prachtige rit maar ik heb ‘zwarte sneeuw’ gezien!

De weegschaal geeft daags erna 80,4 kilo aan. Dan heb ik behoorlijk veel gewicht verloren in een paar dagen tijd. Het eten van die middag is versneld via de maag naar mijn dunne darm gegaan en het is waarschijnlijk een combinatie van een virus en een hongerklop geweest. Die heb ik niet aan zien komen. Deze ervaring maakt mij bewust van het feit dat ik moet blijven eten. Dat doe ik normaal altijd. Ga niet op de automatische piloot te werk en het mag en kan ook wel eens wat minder. Op tijd opstaan en eerder vertrekken maakt het ook makkelijker. Daags erna zijn we allebei zo slap als een vaatdoek. Ziek, zwak en misselijk. We slapen of liggen op bed te lummelen. 

‘Een goede voorbereiding is het halve werk’. Alleen op zo’n ervaring had ik mij niet voorbereid. 

Share

Waterval

Etappe, dag, plaats, hoogteprofiel, afstand, indelen, dag, energie verdelen, stemming, materiaalpech, kledingsets, wassen, reserveonderdelen, reservefiets, paklijst, trainingsprogramma, waar, trainen, doen, niksen, rusten, verdeel, belasting, thuis, uit, lol, tijd, vrij, weer, wind, hoeveel tassen, minimaal, voorraad kleren, bloggen, vloggen, niets, moe, schrijven, kaarten, fietsen, niets, ja, nee, dàt, wil,

slapie, bioritme, aanpassen, opstaan, vroeg, wekker, heet, zweet, rillen, klam, stram, vroeg, bed, ervaringen, ophalen, hoogtestage, d1, d2, afvallen, fietshouding, zadelpijn, vallen, benen, scheren, eenzaam, liefste, wat,

ervaringen, delen, workshops, bouwen, reclame, sponsoren, slapen, verslaafd, drie, actief, zwarte gat, fietsvrienden, weken ontdekken, frankrijk, frans, lol, avontuur, heelhuids, terug, spierpijn, mooi, landschappen, stil, muziek, pieken, dalen, hond, autorijden, staan, kijken, vergeten,

maanden, gemiddelde, hartslag, navigatie, routine, bevoorrecht, gezond, carnaval, vakantie, voorbeeld, 7, juli, sentiment, droom, flits,

verkouden, instagram, facebook, fietsmaten, supporters, spandoeken, dorst, honger, warm, kou, boos, vloeken, chagrijnig, pissig, verdrietig, heimwee, verlicht, bevrijdend, sterk, levenslessen, trots, stoer, sterk, fit, gezond, krachtig, inspirerend, authentiek, jezelf, hart, volg, blij, worden, zijn, lucht, liefde, lust, verlangen, fit, moe, vo2max, lactaat, omslagpunt, rustdag,

trainingsgebied, girona, mallorca, vogezen, alpen, pyreneeën, oostkant, routeboek, wegen, verdwalen, flinstering, afgeleid, mist, zon, wolken, afzien, afgunst, eerste, laatste, middenmoot, gemiddelde, snelste, bus, lol, 28, kans, éénmalig, 50, gele trui, merckx, 1969, volvo, brussel, parijs, belgië, frankrijk, nederland, breda,

21, 5, 7, 2019, 50, 100, 2, startnummer, vrijheid, alleen, bidon, stuurlint, draaien, malen, stampen, kraken, wahoo, biefstuk, dumoulin, tour, tv, internet, wifi, opladers, bagage, stekkerdoos, vitaminen, zonnebrand, brullen, waar, nu, dit, ik, euforie.

De Tour zit in mij en ik krijg hem er niet uit. Parijs is nog ver!

Share

Ik ga de Tour de France fietsen!

Toen ik de aankondiging voorbij zag komen stond voor mij de tijd even stil. ‘Hij wordt weer georganiseerd. Het kan. Ik kan mee doen.’

De timing is perfect. Nu kan ik het. De conditie is er en kan ik opbouwen. De ervaring in het midden en hooggebergte heb ik. Ik ken mijn lijf. Heb klassiekers en meerdaagse ritten gereden. De medewerking van mensen die dichtbij mij staan is er. De tijd kan ik vrij maken… De gedachte dat ik als wielertoerist de rit der ritten kan gaan fietsen laat me duizelen. Vanaf de bekendmaking dat ie georganiseerd wordt tot het moment dat de route wordt gepubliceerd duurde het nog een paar weken. Een goede fietsvriendin nodigde mij uit om af te spreken en we bespraken haar ervaringen. Zij en haar man hebben al twee keer eerder de Tour de France gefietst. Fijn om haar ervaringen te plaatsen in mijn perspectief. Ik was er, blijkt achteraf, al uit maar wilde voordat ik een definitief besluit nam antwoorden hebben op de belangrijkste vragen. Ze voorzagen geen problemen voor mij.

Op 25 oktober 2018 werd de route van de Tour de France 2019 onthuld. En de profs zeiden dat het een zware editie wordt. Nou bedankt! Hahaha! En toen kwamen er toch de vragen en twijfels: ‘Hoe zal ie lopen en kan ik het aan? Zwaar is ie sowieso. Wat gaat het met mij doen? Hoe moet ik mij voorbereiden. Kan ik het wel?’ Logisch dat ik ze stel. Ik heb het nooit gedaan…en denk dat ik het wel kan.

Dus ging ik het met mensen bespreken. En één voor één kwamen de bevestigingen weer uit mijn directe omgeving. Het vooronderzoek en de reacties zorgden voor nog meer duidelijkheid. ‘Met jouw doorzettingsvermogen. Dat kun jij. Je hebt het materiaal en de conditie. Man met die benen lukt dat. Zoals jij er nu bijstaat ga jij het halen. Je bent topfit, een jonge god. Waarom niet?  Mentaal ben jij kei-sterk, kom op!

Het besef dat ik op mijn 49e serieus bezig ben met  het fietsen van de Tour is onwerkelijk. Wie verzint zo iets? Waarom ga ik dit doen?

Op 3 november was de informatiebijeenkomst in De Velosoof in Eindhoven. Een hippe fietsplek waar je kunt eten en drinken en naar de tent vol hangt met fietsen, koersshirts. Er is zelfs een museum ter ere van Bert Oosterbosch. Wie kent hem nog? Met een lijst vol vragen reisden we af. En ik heb alle vragen gesteld. De onduidelijkheid nam plaats voor helderheid. Eindelijk.

Eigenlijk is het heel simpel. Het is drie weken fietsen. Je leeft in een kleine wereld. Het afsluiten van de rest van de wereld gaat vanzelf omdat je alleen maar op de fiets zit. Je eet, slaapt, fietst, eet, slaapt, fietst en dat drie weken lang. En tussendoor doe je de was, kijk om je heen en GENIET! Dat was de boodschap van de organisatie. Laat vooral het prachtige landschap en de ervaring binnen komen en geniet van de reis. Met 3460 kilometer en 54.0000 hoogtemeters gaat genieten voor mij vast en zeker een heel andere dimensie krijgen. Ik ga de Tour de France één dag voor de profs fietsen. Over precies hetzelfde parcours. Met alles er op en er aan! Onvoorstelbaar. Ik leef het leven waar ik naar verlang! Op 5 juli 2019. Op mijn verjaardag start ik samen met 25 anderen in Brussel. Vijftig jaar nadat Eddy de Tour won en honderd jaar na de introductie van de gele trui. Wat een iconen van het wielrennen. Ik kan het nog steeds niet geloven dat ik de Tour ga fietsen…

‘Ga je mee?’ vroegen Monique, Pascal, Annemiek, Evert en Mark. Ik schrok wakker uit de dagdroom.  ‘Aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid.’ was mijn antwoord. Nog een paar nachtjes over slapen. We lieten het bezinken en aten en dronken wat maar ik wist het al…ik ga mee doen en ‘m uit fietsen. Parijs bereiken. Wat anderen al wisten kon nu pas bij mij ruimte krijgen. Het is te doen, ik heb de benen, de tijd, de mogelijkheden, de ervaring, mijn gezondheid en thuis kan het…..niets staat mij in de weg.

Door naar de volgende fase. Wat mij nu vooral bezig houd is hoe ik mijn trainingen en voeding het beste kan gaan indelen?  Wat moet ik gaan doen en laten? Want hoe train je voor een monstertocht van drie weken waarbij je je lichaam zwaar op de proef stelt? De professionals hebben persoonlijke trainers, voedingsdeskundigen en teamgenoten met ervaring aan wie ze advies vragen. Daar zal ik ook een manier voor moeten gaan vinden.

Hoe? Dat wordt de volgende stap. Alle hulp is welkom.

 

Share