Ik weet het niet.

Ik woon nu al negen jaar in Brabant. Mijn dialect is verbasterd en niet meer origineel. Het is een mengelmoes geworden van het Meerloos, Horsters, Venraays, Leuns en Venloos.Het is Limburgs maar niet helemaal vlekkeloos. Want mijn moeder is Brabants. En ik woonde dertien jaren in Meijel. Tot mijn achtiende in Meerlo en ik heb vijf jaar in Wessem gewoond en veel in Zuid Limburg gewerkt, gestudeerd en als ik ga wandelen met mijn hond zeg ik nog steeds “wanjele”.  Ik voel dat mijn Limburgs wegzakt. Ik spreek het te weinig. Ik hoor het niet vaak genoeg. Er komt Nederlands voor in de plaats.En ik weet niet wat ik er mee moet? Moet ik er überhaupt iets mee? Vanavond toen ik aan het wandelen was met mijn hond liep ik langs een bushalte. Zag de tijd staan en vertaalde dat naar het Limburgs. Het dialect dat in mij op kwam. En ik besefte mij dat ik wegdrijf. Weg van de taal van mijn geboorte. De taal van mijn vader. Wat ik versta en waar ik in opgroeide. Juist omdat ik het niet vaak genoeg meer spreek. Ik mis mijn vader. En zijn taal. Mijn ‘ouwe taaie’ en zijn dialect. En ik realiseer mij, meer dan ooit, dat ik de mijn geboortegrond mis.Wanneer ik in Vlaanderen ben voel ik mij thuis. Wanneer ik in Limburg ben voel ik mij dicht bij mijn familie en kinderen. Ik voel weemoed en verlangen. Naar mijn kinderen, moeder en geboortegrond.En al luister ik dagen naar Limburgstalige muziek. Bel ik mijn moeder en bezoek ik mijn geboortegrond. Ik blijf onthecht van mijn wortels. De grond waaruit ik kom en de stem van mijn vader. Soms is die pijn onverdraagzaam en komt ie naar boven. Vanavond is dat zo. En dat doet pijn en dat roept melancholie op. Het lukt mij vaak die te onderdrukken maar vanavond niet.Dan mis ik mijn vader, mijn kinderen en het vertrouwde dialect en de vanzelfsprekendheid om in een paar woorden samen te vatten wat in het Nederlands te veel tijd en woorden kost.

Share

Pap ❤️

Vandaag, zesentachtig jaar geleden werd je geboren. 

Vieren met warmte deed je graag. 

Met mam, mij, mijn vriendin, je dochter en kleinkinderen.

Ik zie de dag al voor me. 

‘Eerst een stiepel botterhamme.’

‘Dan een sniebelke vlaa mit een goeie tas koffie.’ 

En wachten tot het bezuuk komt. 

De ganse dag dur komme ze.

Het is al weer acht jaar geleden.

Je ging zo verrekes onverwacht en snel.

In deze tijden denk ik weer veel aan je.

Wie je bent en wat je mij leerde.

Jouw levenswijsheid verpakt in eenvoudige krachtige zinnen.

Die ik pas jaren later leerde ontcijferden.

Je stond altijd klaar voor anderen.

De warme hand gaf gul.

Een onbegrensde loyaliteit.

Fel als je onrecht voelde, zag of die hoorde.

Boos, verdrietig en stil op Dodenherdenking en Bevrijdingsdag.

De man van wij, samen en sociaal.

In deze tijd denk ik vaak aan je.

Omdat ik van je hou.

Jij bent een vader die mij veel meer mee gaf dan ik destijds besefte.

Een man die graag thuis was en maar niet lang kon blijven.

De dorpse Limburger met een onrustige reizende ziel.

De tweestrijd tussen blijven en gaan en je fantastisch warme hart.

Wat je zei pas ik zoveel als mogelijk toe ‘ouwe taaie’.

Dus op jouw geboortedag.

De dag dat mijn kinderen werken, studeren en ze hun vader missen.

Eer ik jou met één van je mooiste uitspraken.

‘Vriendelijkheid kost geen geld.’

Proost ouwe taaie. Ik drink een fles wijn in plaats van Tyskie! 

Cor junior.

Share