Tien jaar geleden. Het is deze maand tien jaar geleden. En het is tien en een half jaar geleden dat de wekker ging. Mijn wekker af ging. Het tikken stopte en het alarm loeide. Mijn rikketik trok aan de bel. Duidelijk en onomwonden. Klare taal; ‘Jij moet actie ondernemen. Het is tijd!’ En voor het eerst sinds jaren luisterde ik echt… De huisarts zag een onregelmatigheid op de uitdraai. Hij stuurde mij door. Dezelfde middag lag ik op de behandeltafel voor een echo op de afdeling Medische Beeldvorming. Het was het begin van een tijd die in het teken stond van onderzoeken en onrust. Na talloze onderzoeken was het 100% zeker. Dokter: ‘Cor, jij hebt een ernstig vorm van boezemfibrilleren. Dat uit zich in een onregelmatige hartslag, het overslaan van je hart en dat je pieken hebt in de hartslag die oplopen tot 230 slagen. Daarom stopten we destijds met de ‘fietstest’ omdat jouw hartslag niet daalde bij rust. We moeten je doorverwijzen naar een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in deze aandoening. Helaas kunnen wij je niet verder helpen. Dat kan het Catharina of het UMC zijn.’ Het werd het UMC. De cardioloog daar had binnen tien minuten de diagnose en behandeling uitgelegd; “Er is wel een kans van 10% dat het fout gaat.” “Dus 90% dat het goed gaat!”, was mijn reactie. “Doen! Een keuze is er niet. Het is dit of beter worden. Op mijn veertigste als een uitgebluste zeventiger leven is geen optie. Plan de datum maar in!” Het werd een wachtlijst met de verwachte duur van drie maanden. De tijd tikte door. Mijn onrustige rikketikkende rikketik tikte ook door. En bij mij tikte er van alles aan het venster van mijn gedachten en verbeelding. Alleen en eenzaam.