Achttien dagen geleden schreef ik dat vasten al vijf dagen duurde. Vanavond op donderdag de elfde maart zijn wij al drieëntwintig dagen bezig. Dik drie weken bezig. Nou, dik wordt ik er niet van. Minse kinders. De onsjes vliegen er bij ons af. Kilo’s en centimeters.

Dat is een mooie bijkomstigheid van vasten. Mijn vriendin en ik vasten tegelijkertijd, zo bezig zijn krijgt eten een heel andere lading. 

Wat hebben de afgelopen achttien dagen mij nog meer voor inzichten gegeven? Veel waren open deuren die ik zelf moest intrappen. Hier komen ze:

1. Samen werkt het beter.

Zodra ik iets in mijn kop heb moet het gebeuren. Mijn zelfkennis reikt zo ver dat ik dan ook echt begin en doorzet. Maar met eten en een eetpatroon werkt het anders. In een huishouden kun je dat niet alleen bepalen. Dat doe je samen. Afstemmen hoe laat we eten, wat we op tafel zetten en wie wat doet in de voorbereiding, boodschappen en bovenal eetwensen. Want als ik daags erna een lange fietstocht ga doen volstaat een boterhammetje met jam ‘s ochtends niet meer. Dan mag er de avond vooraf gerust rekening mee worden gehouden. 

2. Eten is meer dan voeding.

De momenten dat ik eet is niet alleen het stillen van stevige trek (honger of hoe je het noemen wil). Het is tegelijkertijd bewust met voeding bezig zijn. Niet gedachteloos happen, kauwen, slikken totdat het op is. Omdat we drie eetmomenten per dag hebben (ontbijt, middagmaaltijd, avondeten) kiezen we vooraf wat we eten op basis van voedingsstoffen, variatie en hoe het valt. Een bord friet om zeven uur ‘s avonds geeft geheid een opgezette plofbuik. 

3. De tijd nemen.

Een maaltijd nuttigen. Klinkt mooi. En dat is het ook. Het is een moment van je lichaam brandstof, rust en genot gunnen. Dat doen we. Mocht je twijfelen, vraag je dan eens af wat je een beter gevoel geeft. De smaakvolle, weloverwogen uitgebalanceerde maaltijd of de snelle hap. De snelle hap is niet alleen slecht voor je rust maar ook slecht voor je lichaam en de verwerking van eten. En als je dan toch ‘verslaafdenvoedsel’ tot je neemt zoals vette hap of te veel suiker. Eet dan rustig en met aandacht. 

Wij eten altijd aan een gedekte tafel. Eten onze mond leeg voordat we iets zeggen. Blijven na het eten zitten en laten het eten letterlijk zakken. Uitbuiken! Het verzadigde gevoel komt rond vijftien minuten. Neem de tijd. Geniet samen. 

4. Gezellig.

Aan tafel eten met je dierbaren is een bijzonder moment. Met aandacht voor het eten en elkaar. De rijkdom om überhaupt goed en gezond te kunnen eten is al een zegen an sich. De dag te delen. Wat je meemaakt, wil gaan doen, samen praten, ervaringen uitwisselen, elkaar in de ogen kijken en je gelukkig prijzen. Zodra we weer gasten mogen ontvangen of ergens op bezoek mogen gaan verheug ik me op de gezelligheid, een goed glas wijn er bij en het leven vieren. Heerlijk. Het leven bestaat uit mooie herinneringen creëren. 

5. Variatie.

Ik noemde het eerder al. Zodra je bewust bent van de effecten van voeding op je lichamelijke gesteldheid ga je rekening houden met wat je eet zodat je voldoende voedingsstoffen binnen krijgt. De Eetmeter van het Voedingscentrum helpt daar hartstikke goed bij. De schijf van Vijf, de BMI meter. Ze zijn niet bepalend maar maken het makkelijk overzicht te krijgen. Handig en goed voor het overzicht en bevestigd de goede weg die je ingeslagen bent.

6. Discipline.

Je krijgt niets voor niets. Om vol te houden en voldoening uit vasten te halen is discipline onontbeerlijk. De volle zesenveertig dagen! Dus niet stiekem bij de kassa van de supermarkt een snoepreep kopen, onderweg naar huis opvreten en het papiertje in de prullenbak van het plantsoen mieteren. Nee nee, zo werkt dat niet mensen. 

Het resultaat van een dalende BMI in 23 dagen.

7. Verleidingen.

Shit! Wat heb ik de laatste tijd vaak gedacht aan een stuk vlaai, chocolade, een groot glas speciaalbier, wijn bij lasagne, en die verrekte koekjes bij de koffie. Het zit in mijn systeem gebakken.

8. Gewoontedier.

Zoals ik al schreef: verleidingen. Het is verbazingwekkend hoeveel eetgewoonten onderdeel uitmaken van gedragspatronen. Bij een nootje hoort bier, bij kaas hoort wijn, bij koffie een koekje (voor mij als Limburger vlaai, en dan nog het liefst in de ‘s ochtends om tien uur en om drie uur ‘s middags). Of even wat zoetigheid om de suikerdip op te krikken. Alsof mijn lichaam volop in de weerstand gaat en zich niet neerlegt bij wat ik doe. Zelfs na dik twintig dagen overvalt mij dat bijna dagelijks. Dat is kei en keilastig!

9. Nieuw gedrag aanleren.

Voor alles wat was komt iets anders terug. Alleen heb ik nu de keuze een betere te maken. En dan is het geweldig als je dat samen met je partner kan doen. Stel je voor, ik vasten en zij doorgaan met het ‘oude’. Of andersom. Hoe zal zich dat op lange termijn ontwikkelen?

10. Bewerkt versus onbewerkt eten.

We eten zoveel mogelijk onbewerkt eten. Minder shit er in. Er moet wel meer voedsel in om een verzadigd gevoel te krijgen. Geen toetje uit een pak, maar twee kiwi’s en een sinaasappel. Zo makkelijk is het maar je moet het wel doen!

11. Mentale ruimte.

Naast voeding brengt deze sobere tijd in aanloop naar nieuw leven veel inzichten in de mentale processen van vasten tijdens een pandemie en in een kleine wereld leven.

Daarover de volgende keer meer. 🙂 

Morgen bevind ik mij precies op de helft van achtenveertig dagen vasten. 

De helft. Phoe!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*