Klaar. Over en uit. Bedankt allemaal!

Op vijf juli zat ik in zak en as en mijn droomstart werd een ‘niet gestart’. Het is vandaag zes augustus. Morgen op de zevende is het zes weken geleden dat het mes er in ging. Nu pas ben ik enigszins weer het menke. Geduld is een schone zaak maar het duurt zo lang.  Deze week is er pas een korstje op één van de wonden gekomen. Onvoorstelbaar dat een schijnbaar kleine ingreep zo’n effect op mijn lichaam heeft. Het was niet klein maar machtig zwaar en ingrijpend. Ik ben wekenlang moe geweest en sliep tot twaalf uur per nacht. Dat geloof je toch niet? Niets doen en dan zo moe zijn en zo lang en diep slapen.

Ik dacht de afgelopen weken aan iedereen die mij de afgelopen maanden heeft geholpen en gesteund. Mijn fietsmakers bij Trommelen Tweewielers in Oosterhout. En dan in het bijzonder Wouter. Jan, Yvonne, Sam en Maurice wil ik niet te kort doen. Vakmanschap, enthousiasme en klantvriendelijkheid is daar bij iedereen een vanzelfsprekendheid! Mijn vrienden die mij moesten missen omdat ik trainingsschema kreeg waar ik mij aan hield. Mijn trainer Johan is goed en duidelijk. In heldere taal en vol ervaring en daardoor steeg mijn vertrouwen en de kracht en het  uithoudingsvermogen. Net als mijn honger. Die werd gestild door de sportkleding van Hammer Nutrition. Lekker, gezond en goed. Echt een aanrader. Lake Cycling voor hun meedenken en steun. Eric en Pieter van SportAssistance in Breda. De mensen waar ik mee werk en trainingen geef. Voor hun begrip en de tijd en ruimte die ik kreeg om te trainen en te rusten! Bijzonder tof om zo samen te werken. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Gaaf om dit samen te kunnen doen. Dank je wel. Tot gauw.

En dan…Ellen! Al die keren dat ik er alleen op uit trok en dagen weg was om te trainen waren we niet samen. Jij zorgde voor de afgemeten en de uitgebalanceerde maaltijden. Ik kon vaak aanschuiven. Het was vaak fietsen, onderhoud aan de fiets, persoonlijke verzorging en rusten. Samen op stap gaan, afspreken, naar feestjes gaan? Nee. Rusten, trainen, eten, rusten. Af en toe een uitspatting met eten en drinken. En wat te denken van de reis naar de Alpen en Zuid Limburg. De fiets, de fiets en anders niets. ‘Kun je daar goed trainen? Hoe zijn de routes?’ Na een rit alles op Strava. Kijken, vergelijken en dan is het net of er verder niets anders in het leven is dan wielrennen. Dat is niet zo maar als partner van een zichzelf serieus nemende toerfietser is het ook maanden anders leven dan normaal.  Niets zeggen en mij mijn gang laten gaan is veel meer dan een teken van liefde. Een hele hele dikke knoevel lieve El xxx. Je bent een mooi mens, prachtige vrouw en een lekker ding. Ik hald van dich.

Zo terugkijkend waren er ook feest momenten. Op vijf juli kwamen vrienden mij feliciteren. Afgelopen en zaterdag vierde ik groots mijn verjaardag. Al lang van tevoren gepland. Het werd een fantastische dag. Het huis en de tuin vol goed volk. Mijn kinderen en moeder waren er. Mam nam het woord en sprak over dat het onvoorstelbare voorstelbaar kan zijn. Aan mij om mijn dromen waar te maken. Dat blijf ik doen. Mijn kinderen schitterden door hun aanwezigheid. Dat is een groot cadeau. Het grootste dat bestaat.

Share

Au revoir.

Beste allemaal,
Hartelijk gefeliciteerd met de fantastische prestatie die je hebt geleverd. Man o man! Wat een ongelofelijke gave ervaring zal het zijn geweest om dit te doen🤩🍀🙏🏼
De afgelopen weken heb ik jullie berichten zoveel mogelijk gelezen. Via deze app, een enkeling op Facebook en op Strava zag ik de ritten en gaf kudo’s. Ik kreeg zo mee wat jullie deden en hoe het ging. Dat was mooi om te zien maar naar verloop van tijd niet meer om aan te zien. Het feit dat ik niet eens kon starten en mijn doelen kon gaan verwezenlijken en een droom waarmaken hakte er harder in dan verwacht. Leven in de wetenschap dat ik deze tocht kan fietsen maar het niet kan bewijzen is voor mij blijkbaar belangrijker dan ik had ingeschat. Ik zag mezelf, samen met jullie, door Frankrijk rijden, lijden, strijden, lachen, vloeken, keet trappen en ons laven aan deze ervaringen. Dat is mij ontzegd door mijn lichaam waar ik na jarenlang van hard werken weer vertrouwen in had gekregen. Een goede gezondheid en sterk lichaam is geen vanzelfsprekendheid. Zelfs de meest volhardende fitte kan uit onverwachte hoek een ferme klap krijgen van de man met de hamer. Die had ik liever onderweg een keer ontmoet.
Dan kijk ik televisie en renners praten over hun deelnames en besef ik dat één keer als wielertoerist er niet eens in zit.
Dat kan ik héél moeilijk plaatsen en verkroppen. Het is a Cor’s hier mee te leven. Revanche is op zijn plaats!
Tegelijkertijd is dat niet de drijfveer waarom ik me aanmeldde voor de ‘Jour avant’. Op mijn 50’ste van start gaan in de meest tot de verbeelding sprekende grote ronde is al het realiseren van een droom op zich. Fysiek was een gedeelte van mijn lichaam er niet klaar voor. De rest liet ik over mij heen komen. Dat was lastig en pijnlijk. Ik stel mezelf de vraag hoe ik dit euvel in de toekomst kan voorkomen en zoek hulp en advies. Al de bike fitters met hun mooie metingen en dure rekeningen en adviezen geven niet thuis. Op het internet is er geen concrete aanwijzing te vinden. Artikelen over fietsmetigen, zadelpositie, zemen, zalfjes, flesjes olie, pleisters, hygiëne, broeken gezocht. Geeft mij geen extra inzicht en vertrouwen dat het een oplossing bied. ‘Trek de beurs maar, koop ons zadel, kom bij mij’ lees ik tussen de regels door. Daar schiet ik geen zak mee op. Profs die ik tegen kom zeggen niets. Of ze weten het niet of weten niet wat ze er mee aan moeten. Ik kwam er tegen die in een joggingbroek nog geen last van zijn kont had. Hoe bestaat het? Ik zoek verder.
Van maanden gefocussed zijn moest ik nu alles laten gaan. Met heel veel tegenzin en weerstand. Mijn zware klimmen en het afzien verplaatsten zich naar een vierkante kilometer rondom mijn huis. Met fietsen die stof happen. Alles van de Tour op tv zien. Willen weten. Voor mij was het vier en een halve week lang een Tour de Force.
Ik ben blij dat de Tour er op zit en drink de gifbeker tot de laatste druppel leeg. De fietskleding van ‘Jour avant’ ligt nieuw en ongebruikt in de kast. Vanmiddag steek ik de fik in de routeboeken, speciale Tour edities en posters, kaarten en andere meuk.
Het zit er op! Ik wens jullie allemaal heel veel geluk, een goed herstel @⁨Hans Uitenboogaard⁩ , een goede gezondheid en een toekomst vol plezier toe.
Ik ben me aan het voorbereiden op een nieuwe focus, doelen stellen, een keuze maken en aan de slag gaan.
Eén van mijn motto’s is; ‘Leef het leven waar je naar verlangt.’
En ik heb nog veel te verlangen en te doen ❤️
Hoie en wie weet tot ziens. Het gaat jullie goed🍀 Au revoir!

De laatste rit voor mijn toer.
Share

Val Thorens.

Hepi vakantie 2019. De sleurhut staat goed op de kampeerplek van 266m2. Wat een ruimte hier in de Alpen. Nog meer vierkante meters dan onze kavel in Oosterhout. Niet normaal zeg. Dat is andere koek dan de postzegel aan ruimte vorige zomer aan het Comomeer. Nondeknetter! Met de aankomst in de Alpen begint de laatste testfase van de Tour de France “Jour avant”. Acht dagen in de Savoie. Met mythische klimmen in de buurt die het maken van een keuze niet makkelijk maken. Waarom ook? Als het makkelijk was deed iedereen het. 

Het goed verdelen van de energie gaat de uitdaging worden. En tegelijkertijd over grenzen heen gaan. Niet te veel nadenken maar vooral doen. Dat valt niet mee. Zeker niet omdat ik geen verkeerde beslissingen wil nemen en verstandig wil omgaan met mijn energie. Trainen is meer dan alleen je spieren op de proef stellen. Je hele energiehuishouding wordt getraind. En dan bedoel ik het fysieke en mentale, je gevoel en intuïtie en je dagplanning. En dan moet ik het denken en prakkeseren loslaten. Zie dat maar eens te doen als recreant! Dat had ik niet verwacht toen ik ja zei tegen de reis van mijn leven. Nu ik in de Alpen zit stel ik mezelf als doel dat mijn energiehuishouding op orde moet zijn. Of tenminste moet komen. 

Ik heb mezelf de volgende doelen gesteld:

  1. Een aantal beklimmingen en mogelijk een etappe van de Tour fietsen. 
  2. Na een zware rit mijn herstelvermogen ervaren.
  3. Genieten van de omgeving en het fietsen, ook al zie ik af. (grapjas, dat geloof je toch zelf niet!)
  4. Mijn verstand gebruiken en goed plannen.

Dat lukt tot nu toe heel goed. Eergisteren losfietsen. Anderhalf uur lekker trappen en niet te hoog in mijn hartslag. Check! Gisteren naar Val Thorens. Dat is de eindklim van etappe 20 Albertville – Val Thorens die 130 kilometer lang is. Vanaf de camping in Aigueblanche is het een klim van 40 kilometer. En hij viel tegen! Vers uit het laagland in het hooggebergte en dan naar 2.363 meter hoogte en hoppetee 1.850 hoogtemeters maken in die korte tijd. Shit man. Stroop in mijn poten. Als een oude man met een pot bètablokkers achter mijn kiezen, alsof mijn wielen en schijfremmen tegelijkertijd aanliepen, met een rugzak op, astma en zonder een doktersverklaring, met een te zware pens en ongeschoren benen. Dat allemaal leek ik ineens mee te maken en bij mij te dragen. Allemaal! Ik denk hardop “Hiervoor heb ik niet getraind!” Boven in Val Thorens is het stil. Ik sta me te verbazen. Het lijkt wel een filmdecor. Je weet wel. Uit zo’n cowboyfilm waar alleen de gevels staan en daarachter een staketsel om de boel overheid te houden. Bars, restaurants, hotels en asfalt. Meer niet. Een spookdorp. Midden in het dorpje staan twee mannen petanque te spelen met een vrouw in een hemdje en een iennieminnie spijkerbroekje. Een grote Duitse herder zit langs de gravelbaan en staart naar mij. Dat is het. Het valt mij nog mee dat ze geen revolver trekken en op mij af stappen. Ik fiets door tot ik niet meer verder kan en stap op de piste. Prik mijn fiets in de sneeuw en maak foto’s. Een Franse echtpaar schiet mij te hulp en schiet er een paar. De man zegt (vertaald) “Als je vanaf Moutiers hier naar toe fietst zijn het 38 kilometer. Ik kan alleen maar dalen, klimmen lukt mij niet.” “Klopt, ik kom vanaf Aigueblanche en ga zo weer terug. Van de zomer ben ik hier weer. Waarom? Vanwege de Tour. Alvast kijken en voorbereiden.” De man struikelt en de vrouw haar bril valt van haar voorhoofd. ‘Non? Monsieur, respect!’ “Merci, maar ik ga weer, ik krijg koude voeten hier. Hoie! Aux revoir et bon voyage!’ 

Met de korte broek in de sneeuw. Da’s eens wat anders.

Zo gaat het vaker. Zelf wen ik aan de gedachte. Genoeg gelummeld. Verder! Vol gas naar beneden en ondertussen op het tellertje kijken. Ik maak de 100 kilometer vol en als ik op de camping kom ben ik gaar. Hier heb ik mij echt op verkeken. ‘Allez zeg. Hors-categorie klimmen moeten pijn doen.’ zeg ik hardop. Ellen ziet aan mijn ogen dat ik diep ben gegaan.  Om tien uur lig ik er in en om tien uur sta ik op. Het was nodig. Gelukt. Check!

De dag erna rustig aan en een hersteltraining omdat ik de dubbelslag van de Madeleine wil gaan doen. Rustig geklommen naar Doucy. Laag in de hartslag. Hoog klimmen en weer dat prachtige uitzicht over de eeuwige sneeuw. Hoe zal dat op de Col de la Madeleine die 1.993 meter hoogte ligt zijn? Eerst vanaf de noordkant. Zeg maar vanaf Albertville. Een klim van 23,6 kilometer. Dan afdalen naar La Chambre en dan 18,3 kilometer terug vanaf de zuidkant. Op de top een korte stop om wat te eten en bidons te vullen en terug naar de camping. Ben benieuwd of ik goed herstel. Stop met denken Cor! Daags erna ga ik etappe 19 van de Tour fietsen. Van Saint-Jean de Maurienne naar Tignes. Tenminste…als het weer niet tegenzit. Hier in de Alpen kan het spoken! Een rit van 126 kilometer met 3.477 hoogtemeter en onder andere over de kleine bitch Madeleine en de Col d’ Iseran van 2.764 meter hoog. Eerst de grote bitch Madeleine overleven. Hoe zal ze er bij liggen?

Share

Valloire.

Valloire

Het is donderdag. De Avondetappe is afgelopen en ik staar voor me uit. Nog twee dagen en dan zijn de ‘Jour Avant’ renners in Parijs. Vandaag reden ze van Saint-Jean-de-Maurienne naar Tignes. De profs van Embrun naar Valloire. Fucking gave bergpassen gaan ze over! Col de Vars, Col d’Izoard, Col de Galibier, Montee d’ Aussois, Col de la Madeleine, Col de I’Iseran en de Montee de Tignes. Morgen fietsen de ‘bijna fietsmaten’ de Cornet de Roselend, Cote de Longefoy en Val Thorens op en over. Bijna. Bijna is niet helemaal en ik ben boos en stikjaloers. Daar had ik moeten fietsen. Daar wil ik zijn. 

Ik zit en voel dat het steiler wordt. De laatste twee kilometer. Met elke aanzet neemt de weerstand van de berg toe. Mijn hartslag op het maximum. Verlicht door mijn wattages. De pijn verbijten. Geen spier vertekken. Het zuur brandt in mijn benen en mijn maag. Tot kotsen aan toe. Nog twee bochten. Dan rechts af. Daar boven op de col trek ik mijn jasje aan en daal. Vlieg naar beneden. Daar ligt een bidon op mij te wachten. De bidon hersteldrank die ik altijd ‘s ochtends bereid. Twee scheppen op een bidon. Diepe zit. Handen in de beugels. Buiten, binnen, buiten. Bijtrappen. Aanzetten en afremmen. De schijven zingen. Links, rechts. De daalwind toetert in mijn oren. Ik kijk achterom en heb ze er af gereden. Zo dender ik naar beneden. Ik wil naar bed en slapen. Mijn benen rusten omdat het morgen weer een lange dag in het zadel is. In Valloire is het leeg. Bijna donker. Niemand op straat. Het is stil. Alleen de wind. Drie jaar geleden was ik hier ook en zag de wereld er heel anders uit. Toen scheen de zon en liepen er toeristen. Waar is iedereen?Geen berichten in de appgroep van ‘Jour Avant’. Het hotel is twee keer linksaf. Een soort van chalet maar dan in het groot. Met balkonnen voor aan de gevel waar bloembakken vol geraniums aan hangen. Een cliché plaatje uit de Alpen. Het is warm en ik heb het koud. Klik klak van de schoenplaatjes op de tegels. Achterwiel ratelt. De voordeur staat open. Aan de receptie is niemand maar gelukkig staat er een bordje met daarop mijn naam en het kamersleutel. Wat doe ik hier? Wat bezielt me om in dit verlaten oord te gaan slapen? Waarom is hier niemand? Ik voel de kou langs mijn ruggegraat en rechterarm gaan en schrik. Kippenvel over heel mijn lijf. Ik kijk om…

Ik was even weggezakt. Mijn lief zet thee. ‘Ha schat. Was je aan het dromen?’ ‘Ja. Al vier weken.’

Share

Mosterd.

Mijmeringen

Ik ben wakker geschrokken. Nu ik niet kan fietsen heb ik tijd om andere dingen te doen. Denken en doen. De aandacht verleggen. Mijn werkkamer opruimen, de was doen en mijn fietskleding gesorteerd. Met name de broeken en shirts. Alle te grote broeken bonjour ik er uit. Geen zwevende zemen, lubberende pijpen en flapperende bretels meer. De wind waait niet meer via de te ruime shirts naar mijn zuidpool om daar de ijsblokjes te laten groeien. Die te ruime shirts waren ooit nuttig. Nu niet meer. Weggooien is zonde dus gaf ik ze weg. Dat is ook een manier van weggooien alleen voor hergebruik en uitgestelde enkele reis naar de container, naar een tweede leven.

Dat is mijn wielerleven ook. Of heb ik er daar meer dan twee? Het eerste was toen ik in de jaren tachtig de Tour voor het eerst zag. Ik was klein, een jaar of negen. Voetbalde maar wilde stampen en stoempen door de bossen en over zandwegen en het asfalt. Gesmoord in de kinderschoenen. Toen mijn allereerste echte nieuwe zelfverdiende racefiets. Zelf gekocht. Een stalen frame. Met zwabberwielen. Niet het beste materiaal. Wel de eerste echte. Gefietst, gezweet, met triatlon gebruikt. De tienerjaren. Vreselijk mezelf onderschat. Veel complimenten ontvangen maar niet klaar om door te gaan. Gestopt als twintiger. De derde in mijn dertiger jaren. Wel het geld, niet de vrijheid. Pas in mijn vierde leven in West Brabant veerde ik op. Herrijzenis na diepe dalen en een harde smak op de klinkers en de weg naar mijn eerste Tour. Nu ik hier sta besef ik dat mijn vijfde wielerleven er aan komt. Het vijfde hoofdstuk en het tweede deel. Deel een was voor de Tour van dit jaar. Deel twee begon op vijf juli. De dag der dagen. Mijn geboortedag. De start van de Tour in Brussel werd mijn nieuwe start. Anders dan verwacht staat vijftig voor mijn vijfde wielerleven. Een vijfde leven dat een andere koers bepaalt dan ik voor ogen had. Net als in het wielrennen. Dat mijn leven een koers in een koers is. Dat de paralellen elkaar gaan raken en kruisen.

Is dat de zin van dit nieuwe begin. Dat het mij laat voelen en iets te zeggen heeft. Dat het plannen, structureren, discipline onderdeel zijn van een groter geheel. Dat mijn leven zich weerspiegelt in mijn fietstochten en de doelen die ik stel en bereik. Meer en meer kom ik tot de ontdekking en het geloof dat het leven niet maakbaar is. Dat liefde voelen en geven, leven met een open hart, doen waar je blij van wordt, rust, ruimte en toewijding kan leiden tot een mooiere toekomst. Niet alleen voor mezelf. Ook voor de mensen die ik ontmoet en raak. Is dat de mosterd die ik proef?

Share

De route.

De route

Het verdriet duwt de pijn aan de kant

De frustratie maakt het draaglijk

De wijn verzacht de rauwe randjes

Het winnen van de renner

De euforie van de victorie

De ongecontroleerde emotie

Het is de koers

Die het lijden verheerlijkt

Die mijn zelfmedelijden verzacht

Het ongepaste zeveren

De schaamte voorbij

De dag glijdt 

Het is minder pijnlijk

De onfortuinlijke klaagt

De renner jankt

Het is van voorbijgaande aard

De schade niet minder groot

De pijn overheerst

Het missen van een kans

De glorie van de zelfoverwinning

De loutering van de verlegde grenzen

Het is zo

Maar niet minder hard. Salute!

Share

Ding dong.

Het is twee weken geleden dat ik aan de bel trok. De noodklok luidde. Ik liet de klokken luiden. Mijn noodsignaal had zijn weerklank en de Tour toeterde voorbij. De 5e juli zou ik starten. De dag van mijn 50e verjaardag. Op mijn verjaardag zit ‘s ochtends de hut vol bezoek. Mijn lief verraste mij. Ze had geregeld dat vrienden mij kwamen uitzwaaien. Niet naar Brussel. Maar dit keer naar mijn specialist. We vierden mijn verjaardag. Lachten en lieten een traan. Het hele huis vol toffe mensen. Het was hartverwarmend en de aandacht deed mij goed. De steunbetuigingen via social media en persoonlijke berichten was overweldigend. Het maakt blijkbaar iets los bij de lezers van mijn blog. Dank jullie wel voor de steun en vertrouwen in een goed herstel en nieuwe kansen. Frans wijd zijn column in de Limburger aan mijn ‘zaakje’. Wielerhelden zijn er in allerlei soorten en maten. Zo bezig zijn met sporten is ook omgaan met tegenslagen. Mooi dat hij dat ziet en het deelt. Dank je wel Frans. ‘s Middags trakteerde ik echte Limburgse vlaai aan mijn trouwe fietsenmakers. Samen vieren doe je in goede en in slechte tijden. Mijn klokkenspel zingt nu een toontje lager. ‘Als het maar geen zwanenzang wordt’, denk ik als de pijn toeneemt. Maar dat helpt mij niet. Dat klinkt in mijn beleving niet goed en past niet bij mij. Ik zoek de juiste toon. Wil de juist snaar weer raken. Het geluid horen dat toekomstgericht is. Het echoot in mijn gedachten. ‘Nieuw ronde nieuwe kansen.’ Bij wielrennen hoort vallen en opstaan. Opkrabbelen. Dus krabbel ik door. Ik ga van de nood een deugd maken. Van bitter naar bitterzoet. Wat in het vat zit verzuurd niet. Want verzuren is niet zo ‘mijn ding’. Alleen als ik een ééndaagse fiets. Dan verzuur ik graag mijn benen. Van 50 en 100 naar 2020 en 51. De symboliek van de getallen spreekt ook volgend jaar voor mij. Niet wachten tot dat de Tour weer in Nederland start. Geen jaren wachten. Nice of Kopenhagen. En de Vuelta passeert  volgend jaar Oosterhout en Breda. Ik zie de stickers op de stuurpennen met de hoogtepunten per rit. Mijn kaderplaatjes liggen op tafel. Zo goed als nieuw. Het is een kwestie van herschrijven en ik heb er voor een volgende toer. Het is een kwestie van een nieuwe koers bepalen.

De Tour gaat nu door de Champagne streek op weg naar de Vogezen. Het inspireert mij om ‘s avonds bij het kijken van Vive le Vélo zelf een fles te openen. Het smaakt naar meer. Meer champagne. Zo voelt het dus om een wielerheld te zijn. Gezondheid!

Share

Klotezooi!

Ergens eind juli begin augustus vorig jaar zag ik de aankondiging voorbij komen. De Tour voor liefhebbers wordt weer georganiseerd. De gedachte dat ik de rit van mijn leven zou gaan kunnen gaan fietsen pakte mij. Vanaf dat moment liet ie me niet meer los. Nu, op 3 juli 2019, sta ik op het punt om die gedachte los te moeten laten.

Vorige week is een zwelling ter grote van een vingerkootje en een bult operatief verwijderd uit mijn zitvlak. De derde bal zoals het in wielertermen heet maakte het onmogelijk om pijnloos te fietsen. Ik kan pijn wel verdragen hoor. Een paar dagen lukt me makkelijk. Maar dit was van een andere orde en grote. De operatie verliep goed. Het herstel ook. De wonden waren dicht, geen rode randen of overdreven zwellingen. Keurig netjes. Tijdens de controle was de specialist lovend. “Die zien er goed uit kerel, dit maak je zelden mee, prachtig genezen. Als het herstel zo doorgaat kun jij  gaan fietsen hoor.” De eerste dagen na de ingreep dacht ik nog aan het missen van een paar dagen. De eerste etappes in België haal ik later wel in. Dan gaan we met de caravan naar Vlaanderen en de Vogezen. De start in Brussel ik dan mee en zwaai de groep uit. Terug naar huis en dan sluit ik vanaf de zevende etappe aan. Dan kan ik thuis alles goed laten genezen. Dat was een alternatief. Ik zweefde van geluk. Toen ik naar buiten liep kwam de spanning er uit. ‘Het kan dus toch nog. Het gaat me lukken.’ Ik had dagen op bed gelegen, gerust, goed gegeten, lucht er aan, niet te veel bewogen, af en toe zitten om niet te veel druk daar neer te leggen, veel gedronken. Echt alles gedaan om snel beter te zijn. Ik schrok me echter kapot toen ik ‘s avonds de wonden nog een keer bekeek. En terecht. Een wond was open gaan staan! Al die dagen was ie dicht geweest en nu niet! Wat is er gebeurd? Vandaag schrok ik nog harder. De opening is groter en dieper. Bijna twee centimeter en een halve centimeter diep. Het laatste woord is nu aan de artsen. De huisarts belde mij net. Driemaal daags spoelen met lauw water. Als de wond roder wordt of pijn gaat doen meteen bellen voor een afspraak. Hechten mag niet meer. Het moet nu dichtgroeien. Vrijdagmiddag controle bij de specialist. Daar moet ik het mee doen. Ik heb de touroperator gebeld en alles verteld. Eerlijk gezegd weet ik het niet meer. Dit kan niet, het is onverantwoord hiermee op de fiets te springen. Nu zeker niet en over een week verwacht ik het ook niet. Dat schrap ik ook al. Ik zie het niet zitten dat de wond over een week belastbaar is. Voor mij houdt het hier op. De Tour kan ik vergeten. Zoals het er nu voor staat kan ik niet anders dan voor mijn gezondheid kiezen. Op dezelfde manier als waarop ik kies om gezond toe te werken naar het fietsen van de Tour.

Ik lig op bed en staar voor mij uit. Pak de telefoon en kijk even op social media. Omdat ik moet liggen was het, dacht ik, een welkome afleiding. Integendeel. In de tijdlijnen zie ik foto’s en berichten over wielrennen, voorbereidingen voor de Tour, nieuws over de Tour, mensen op de fiets die lachen en genieten van het buiten sporten. Ik ben er klaar voor. Alles is klaar. Mijn fietsen, materiaal, kleding, voeding, alles! Ik kan gewoon starten. Maar dit gooit mijn droom in duigen. Ik geloof het zelf nog niet. Dit bestaat niet! Negen maanden hard werken. Vol ambitie toewerken naar de rit van mijn leven. En dat moet ik een week voor het vertrek uit mijn hoofd zetten? Vijftig worden op de dag van het vertrek, de symboliek ten top! Ik kan er niet bij dat het mij niet gegund wordt. Alles heb ik er voor over gehad. Alles aan de kant gezet. Vrienden, familie, werk, voeding, leefstijl. Alles zat tot nu toe mee. En daar waar het nodig was stelde ik doelen bij. Paste ik me aan. Handelde naar de omstandigheden. Iedereen helpt en werkt mee. Nu nog steeds. Mijn vriendin staat me met alles wat ik doe en wat er speelt bij. Vol liefde en met plezier zijn we samen bezig geweest de afgelopen maanden. Mijn trainer die maatwerk leverde, mij soms moest afremmen of stimuleren als het even zwaar werd. De fietsenmaker heeft mijn fietsen in nieuwstaat gebracht en klasse werk afgeleverd. Familie en vrienden die me steunen. De fysio die mij behandelde. Werk dat verdeelt werd en tijd die ik kreeg van de mensen waar ik mee samenwerk. Ik ben overladen met berichten, kaarten en aandacht van mensen die meeleven. Dat doe me goed, het is hartverwarmend en geeft me moed en steun en ik ben er dankbaar voor. Het maakt het afwachten en niets doen draaglijker. Ik was ook heel positief en tot eergisteren hoopvol. Maar deze ontwikkeling zag ik niet aankomen. Deze komt uit onverwachte hoek. Wellicht heb ik de ogen gesloten voor iets wat onafwendbaar was.

Wat nu? Hoe kan ik dit ooit nog eens meemaken? Valt mijn droom echt in duigen? Krijg ik ooit weer eens de kans? Je moet de momenten pakken als ze er zijn, als de sterren goed staan en je de kansen krijgt. Het is blijkbaar een ander moment en daar moet ik bij mij neerleggen. Niet uit vrije wil. Mijn fietsershart zegt ‘Fietsen man!’ maar al het andere zegt dat ik mijn verstand moet gebruiken. Klotezooi! Dag Tour…

Share

Joekel van een poekel.

Een ‘joekel van een poekel.’ Zo noem ik de I’Iseran. Correctie: Zo noemde ik de Col de I’Iseran tot vandaag. Want ik ben van mening dat wij zo nog niet met elkaar om kunnen gaan. Hij staat daar ergens halverwege tussen Modane en Bourg-Saint-Maurice. Is 2.764 meter hoog en daarmee op papier een ‘joekel van een poekel.’

Ja meneertje I’Iseran. Op papier. Overal staat dat je vandaag open bent. Dus ik denk, dat mag niet te veel maar ik doe het stiekem toch, dan ga ik die als toetje van de vakantie beklimmen. Lekker naar boven. Geleidelijke klim vanaf de zuidkant. Geen gezeik met hoge percentages en nog voor het Pinkster-gepeupel met zijn motoren en sportauto’s de omgeving komt verzieken en fietsers het ravijn in duwelMaar wat doe jij? Jij wil persé dwars liggen. Want waar begin je met je bergvoetjes? Op de 7500 Modane. Ja, leuk maar waar op die postcode? Dat het de D1006 is snap ik en straks moet ik de D902 op. Maar waar heb je je stenen klompvoeten in de grond gestoken en kan ik je gaan beklimmen? Daar begint het al mee. En ik zie je ook nog niet eens staan. Je staat om de hoek. Allez, 52 kilometer klimmen. Daar heb je een punt. Dat is een pokkeneind en dan mag je je verstoppen. Ik neem die laatste opmerking terug. Het begin van jouw uitlopers zijn goed te doen. En de rest ook wel hoor. Lekker relaxed percentage en ik mag je. Je bent uitnodigend en mild voor zo’n zware, lange plattelander uit Nederland. 

Mooie dorpjes onderweg, wel wat gedateerd. Dat is bijna in heel Frankrijk zo. Dus trek je dat niet te persoonlijk aan. Maar dan. Een omleiding? De hele weg lag open in Lanslevillard. Zo’n foeilelijk ski-oord waar er veel te veel aan je voeten liggen. Man man. Dat wil je toch niet? Het is nog erger dan een pretpark! Weg ermee. Dat heb jij toch niet nodig kerel. Dus ik door de greppels klauteren en weer verder fietsen. Het is prachtig. Maar jij bent nergens te bekennen. Waar zit je? In Bessans is het adembenemend mooi. Dat heb je goed voor mekaar. Wel tien watervallen op een rij. Helder water. Muisstil. Groen gras, blauwe luchten en massieve bergketens. Mijn complimenten. Voor het eerst deze reis stond ik met de mond open. En de gast die ik al twee keer eerder passeerde haalt mij nu weer in omdat ik stil sta van verbazing. Zegt geen woord. Ken jij hem? In Bonneval-sur-Arc staat er een bord op de weg. Je bent van 13.00 tot 06.00 uur gesloten! Watte? Gesloten? Het is hier geen kroeg of meubelboulevard. Het is prachtig weer, geen vuiltje aan de lucht, ik rijd samen met mijn lief anderhalf uur met de auto naar jou toe, spring op de fiets en dan ben je dicht? Toen ben ik doorgefietst. Want als ik van zover kom wil ik je ook ontmoeten en de hand schudden. Onderweg kwam ik halverwege de kleine Col de Madeleine nog tegen. Ken je die? Nee? Niets gemist. De praat niet waard. Ze staat hier aan de D902 op 1.746 meter in een bosje wat stilletjes te lonken. Haar grote zus kwam ik van de week tegen. Die is gemener. Ik heb haar in de luren gelegd. Bij jouw doe ik dat niet maat. Maar ik heb nog wel wat op mijn lever. Luister. Je hebt van die mooie bordjes langs de kant van de weg laten zetten met ‘Territoire d’exeption’ en ‘Vous entrez dans le coeur du PARC NATIONAL de la VANOISE’. Top van je. Maar dat wil ik je de hand schudden op de top en niet op 2.148 meter moeten stoppen omdat er lawinegevaar is. Hoe koddig de bergmarmotten ook zijn, hoe liefelijk de schappen op je flanken grazen en de frisse verse bloemen open springen deze lente. Dan moet je ook de ballen hebben en je laten zien kerel! Dan ben je even geen ‘joekel van een poekel’.

Ik spreek het volgende met je af. Op donderdag 25 juli ben ik er weer. Dan fiets ik met een paar andere zotten een rondje door Frankrijk. Dan schud ik je graag de hand. Boven op de top. Ik heb sterk het gevoel dat we het goed met elkaar gaan vinden I’Iseran. Zet het D902 bordje maar alvast klaar want ik kom ‘m ophalen maat. ‘D’accord? Jusque là!’ 

Share

Zwarte sneeuw.

‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, hoor ik Marianne Vos zeggen bij de pauzeplaats van de Silver Medal toertocht. Het was herfst 2017 en het regende hard en veel, modder op de West Brabantse wegen en we stopten voor koffie met wat lekkers en wat plichtplegingen bij het gemeentehuis van Zevenbergen. Zij had als één van de weinige een tas met droge kleren bij. Terwijl wij zaten te vernikkelen en hoopten op te drogen voor we verder fietsten kwam ze terug met droge en warme kleren aan. Daar moet ik aan denken als ik de rit van gisteren weer voor de geest haal.

Daags van tevoren de routen uitstippelen. Weerbericht kijken. Kleding en eten klaar leggen. Fiets in orde maken. Op tijd naar bed. Voor alle zekerheid de route op een kartonnetje geschreven zodat ik kan spieken en niet een verkeerde afslag neem. Ik slaap uit en ga vanaf de camping in Aigueblanche via Albertville voor een rit over de Cormet de Roselend en dan in Bourg-Saint-Maurice links af naar de Col du Petit Saint Bernard. Het is de helft van etappe 20 van de Tour de France. Val Thorens heb ik eerder deze week al beklommen. Na vandaag ga ik later deze week etappe 19 van Saint-Jean-de-Maurienne naar Tignes fietsen. Dat is de planning. ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, toch?

In de aanloop naar deze dagen heb ik mijn trainer gebeld: “Niet te veel denken Cor. Je moet ervaring op doen. Ga maar door de pijngrens. Ga diep en vergeet die teller op je stuur. Niet naar kijken. Daags erna voel je je benen. Herstellen kun je de dag na een zware inspanning. Je moet weten wat het is. Dan kom je niet voor verrassingen te staan als je in de Tour bent. Je hebt tot nu toe precies het schema gevolgd en ga nu op gevoel aan de slag en kijk hoe ver je komt. En geniet er van. Je mag gerust plezier hebben!’ 

Eerst naar Albertville, de brug over, rechts af richting Venthon de D925 op. In de koelte klimmen vanaf de Noordkant. Heerlijk. Mooie rustige klim. Prachtig weer. Ik ontmoet een fietser die dezelfde kant op gaat. Steve. Een Australiër die hier zes maanden per jaar toertochten organiseert en de andere zes maanden in Australië woont. Wat een zwetser! Te veel, te snel, alle Franse namen in het Engels en met een zakelijke kater omdat hij dit jaar stopt met zijn reisbureau. Hij stop en gaat koffie drinken. Gelukkig. Pfffff! Soms is het tof iemand te ontmoeten. Deze keer niet. Ik ben gelukkig weer alleen en begin in het Forêt-des-Pointières aan de Roselend. Mijn hartslag is hoger dan een dag eerder op de Madeleine. Maar allez. Dat mag. Ik wordt ingehaald door drie mannen. Eén met een triatlon fiets met ligstuur. Belgen blijkt. Hun maat volgt tien minuten later. In Beaufort stop ik bij het stuwmeer voor koffie met bosbessentaart en mijn mond valt open. Zonder taart er in. Tegenover mij zie ik een muur van een berg liggen. Wat een blok steen. Met watervallen die de wel 100 meter de diepte in storten. Zonlicht dat de flanken verlicht als een zoeklicht. Prachtig. Daar moet ik heen. Bidons vullen en verder! Ik stop een paar keer en kijk haar het stuwmeer, de omgeving en de berg voor mij. Want dit geloof ik niet, zo inmens. Als ik richting de blok steen fiets zie ik dat er zich twee bergkammen boven elkaar bevinden. Ik fiets recht op de kammen af en het is net alsof de eerste zich over mij heen buigt. Alsof het dak van een stadion zich boven mij sluit. Ik knipper met mijn ogen en weet dat het niet echt is. Maar toch. Stel je voor. Door en door. De kammen over, tussen de kammen en het blok steen door en dan verandert de sfeer. Van zon en groen beland ik tussen ijs, sneeuw, grauwgrijze rotsen en smeltwater. De lucht is bewolkt en het wordt fris. Doortrappen en de hartslag niet te veel laten zakken. Ik haal een gast in op een oude zwarte Pinarello en een fietser op een rode Cinelli met een megagrote zadeltas zonder helm maar met een koerspetje. Bijzondere combinatie. Op de top van de Roselend snel een foto voor het plakboek en dan naar beneden. Geen jasje of armstukken aan. Gaaaan! Nu zit ik op de Route des Grandes Alpes. En voor mij een recht weg die naar beneden gaat. Kaarsrecht. Ik maak een foto en plaats dan de handen in de beugels. Gas erop. Daar waar de klim heerlijk liep en best wel wat van mijn benen vroeg is de afdaling een verraderlijke. Met haarspeldbochten die een extra knik in zich hebben. Op tijd remmen en van buiten naar binnen naar buiten. Wanneer ik aan de rand van de weg stop om een paar foto’s te maken zie ik beneden een ouder echtpaar liggen in het gras. Zij op haar zij en hij op zijn rug. Ze slapen. Ik zwaai en hij lacht en zwaait terug. We lachen. En verder. Goed opletten in de haarspeldbochten en voor het slechte wegdek.

Rond drie uur ben ik pas in Bourg-Saint-Maurice. Er moet eten in. Een sportreep als voorafje. Bij een reformzaak koop ik twee bananen, stroopwafels, nougat en anderhalve liter water. Ik tik de bananen en drie stroopwafels naar binnen en blus het af met veel water. De rest gaat mee in de bidon en mijn shirt. Zoals het nu gaat kan ik nog naar boven en op tijd beneden zijn. Toch?Bij de D1090 staat het bordje met La Rosière, Col du Petit Saint Bernard, Col de I’Iseran, Tignes. Even verder op het kilometerpaaltje. De beroemde witte blokken met gele kop. De D-wegen. Daar staat op dat het nog 26 kilometer is. Wat? Dat is mij ontgaan. ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’, hoor ik als een echo door mijn gedachten gaan. “Niet miepen. Doortrappen. Ik ben er nu toch.” Wat ik wel had gelezen over deze klim is zijn goede profiel. Gemiddeld een goede 5%. Dus dat is te doen. Dacht ik… 

“Niet te veel denken Cor. Je moet ervaring op doen. Ga maar door de pijngrens. Ga diep en vergeet die teller op je stuur. Niet naar kijken. Daags erna voel je je benen. Herstellen kun je de dag na een zware inspanning. Je moet weten wat het is. Dan kom je niet voor verrassingen te staan als je in de Tour bent. Je hebt tot nu toe precies het schema gevolgd en ga nu op gevoel aan de slag en kijk hoe ver je komt. En geniet er van. Je mag gerust plezier hebben!’

Het landschap is prachtig. Wel veel bewolking. Dat is richting het Zuiden en Italië. De pas gaat de grens over naar Aosta. Zover is het nog niet. Eerst boven zien te komen. Het is rustig. Er dalen meer wielrenners dan omhoog gaan. Iedereen hier is trouwens vriendelijk. Dat valt mij overal weer op. Ze groeten je. Maken een praatje, ik zeg dan niet zo veel terug want met mijn twee jaar Frans mag ik blij zijn als ik überhaupt me verstaanbaar kan maken. Enfin. Ik ben die berg aan het beklimmen en het gaat niet zo lekker als de dag er voor. Hogere hartslag, meer aan het werken, de soepelheid is er niet, last van tintelende handen en mijn rechterbeen lijkt wel af te toe te slapen. Het is niet fijn rijden zo. Er zijn nog 23 kilometer te gaan. En dat gaat door en door en door en door. Bij La Rosière zie ik eindelijk twee fietsers die ook naar boven gaan. Het zal nog kilometers duren eer ik bij ze kan komen. Dan is het al aan het afkoelen. De wind die vanaf de bergtop waait is ijs en ijskoud. Het smeltwater ook. Mijn schoenen worden nat. Ik kom bij de twee gasten die voor mij fietsen. De ene heeft een tenue aan van het FDJ opleidingsteam, hij heeft een bloedneus. De andere fiets met een recht stuur en een soort wandelschoenen. Dikke sokken aan. Een kop kleiner en ik schat ze zeker 10 jaar jonger. Ze fietsen zo makkelijk. Ik haak aan en we fietsen naar boven. Ze spreken engels. ‘Waar komt u vandaag? Uit Nederland. Zware klim jongens. Ja, wij zijn dat wel gewend. Wij fietsen hier vaker. Ik niet, en hij valt tegen. Hahaha…dat hebben wij op het vlakke. Wij kunnen daar gaan snelheid maken.” Ik zie de sneeuwwallen van drie meter hoog. Aan de weg. De kou snijdt door mijn lijf. Ik ben me aan het opblazen. Het wordt mij ineens te veel. Ik moet terugschakelen en me sparen anders haal ik het niet. “Is daar de top?” In de verte zie ik een huisje boven de meters sneeuw uit komen. “Ja, en dan nog een paar honderd meter verder. Maar let op want dat laatste stuk is weer steiler.” Nu ga ik wel nadenken. “Merci, fiets maar door, ik zie jullie straks wel.” 

Ze dartelen voor mij de berg op. De ijskoude wind grijpt me overal vast. Waar de Madeleine met haar warmte geen grip op mij kreeg gaat Bernard mij ongenadig hard bij mijn ballen pakken. Shit man! Dit overvalt mij. Een S-bocht en dan voorbij het monument van de Bernard, een Hospice en verder op nog een paar gebouwen. Een lang recht stuk met de wind vol op kop. Voor mijn gevoel gaat de weg een diepvries in. Het is wit om mij heen. Sneeuwmuren die op de weg zijn gevallen. De pas is open maar de kou is niet weg. Eindelijk ben ik er en als ik afstap sta ik te rillen van de kou. Ik ben duizelig en mijn oriëntatie kwijt. Snel een foto maken bij het bord. De jongens staan ineens bij me. “Als je doorfietst kom je in Italië. Het is maar een paar honderd meter.”  Ze zijn heel vriendelijk en trots op hun berg maar ik wil terug. Ik bedank ze en ze gaan de afdaling in. Eerst bij zinnen komen. Mijn maag speelt zich op en ik heb het gevoel alsof alles er uit komt. Mijn benen trillen. De souvenirwinkel bied uitkomst. Er staan een klein kacheltje op de grond waar ik voor ga zitten. Geen effect. Armstukken aantrekken wordt een opgave. Volle concentratie. Dit gaat niet goed. Ondertussen moet ik geeuwen bij het leven, trillend lijf, mijn maaginhoud wil naar buiten vliegen en mijn hoofd tolt, ik van bijna flauw en moet me aan de toonbank vasthouden. Wat is er aan de hand? Ik pak mijn telefoon en zoek ‘de man met de hamer’ op. Lijkt er op maar niet helemaal. Ik bel Ellen. “Ha schat, ik ben op de top van de Bernard, telefoonaccu 21%, koud en ziekelijk, kom me halen. Ik ga nu naar beneden.” Meer heb ik haar niet te vertellen.

Mijn regenjasje is te dun. Ik krijg bubbeltjesfolie om onder mijn jasje te doen en ga naar beneden. Zuutjes aan! Heel langzaam daal ik af. Ik moet nog twee foto’s maken en dan geloof ik het wel. Aandacht er bij, opletten voor gladheid maar in La Rosière stap ik weer af. Alles draait en ik dreig de controle over mijn fiets en mezelf te verliezen. Ik stop en ga op een muurtje zitten. Dat houd ik even vol. De misselijkheid is mij te veel. De kou moet mijn lijf uit. Dan maar lopen en met de fiets in de hand ga ik even door. Zitten. Staan. Het gekke is dat ik mezelf rare bewegingen zie maken en die niet onder controle heb. Bijna als een dwaas rond loop. Een zatte. Ik moet het warm krijgen. De zon in. Uit deze kou. Een bouwvakker bied hulp aan. “Kan ik iets voor je doen, hier is geen arts of ziekenhuis maar wil je iets anders? Iets te eten? Een stuk brood” Alleen bij die gedachte al word ik misselijk! Ik ga op een bankje zitten en weet niet wat ik met mezelf aan moet. Wat is dit? Ik ga liggen, zitten, strompel over het grasveldje. En dan komt het er uit. Alles! Totdat het pijn doet. Alleen maar vocht. De druk is er af en ik voel me verlicht en besluit verder af te dalen. Na twee bochten komt Ellen er met de auto aan. We overleggen en ik wil persé zelf naar de voet van de klim afdalen. Ik voel me goed genoeg en dat was ook mijn minimale doel voor vandaag. Het lukt maar als ik in de auto zit wikkel ik mezelf in dekens en leg een kussen onder mijn hoofd. Ik voel me ellendig en leeg. Het verrassende nieuws. Ellen heeft precies hetzelfde! De rit naar Aigueblanche voelt alsof ik in een achtbaan zit. We stoppen twee keer en dat is nodig. Allebei geen cent waard. ’s Avonds eet ik maar veel gaat er niet in. Hersteldrank, thee, brood, melk, kwark. Ik ben leeg, op en gaar tegelijkertijd. Alle energie is uit mijn lijf geperst. Uitgepierd! Een prachtige rit maar ik heb ‘zwarte sneeuw’ gezien!

De weegschaal geeft daags erna 80,4 kilo aan. Dan heb ik behoorlijk veel gewicht verloren in een paar dagen tijd. Het eten van die middag is versneld via de maag naar mijn dunne darm gegaan en het is waarschijnlijk een combinatie van een virus en een hongerklop geweest. Die heb ik niet aan zien komen. Deze ervaring maakt mij bewust van het feit dat ik moet blijven eten. Dat doe ik normaal altijd. Ga niet op de automatische piloot te werk en het mag en kan ook wel eens wat minder. Op tijd opstaan en eerder vertrekken maakt het ook makkelijker. Daags erna zijn we allebei zo slap als een vaatdoek. Ziek, zwak en misselijk. We slapen of liggen op bed te lummelen. 

‘Een goede voorbereiding is het halve werk’. Alleen op zo’n ervaring had ik mij niet voorbereid. 

Share