De teams waarin ik speelde werden een aantal keren kampioen. Ik stond rechtsbuiten en was een fysieke voetballer. Niet gezegend met virtuoze techniek. Hard voor mezelf, mijn teamgenoten en de tegenstander. Een groot uithoudingsvermogen en ik speelde soms twee wedstrijden op een zaterdag. Eerst bij mijn eigen team en daarna bij een team dat een man tekort kwam. Ik was meedogenloos en bij vlagen gezegend met mooie acties, geniale voorzetten en een grote mond. Tegen alles en iedereen. Schijt aan wie het was of wat ze zijn. Dat interesseerde mij geen reet. Engels spraken we toen nog niet. Maar vandaag de dag zou een shirtsponsor met de naam ‘FUCK IT’ het beste de lading hebben gedekt.

Ik werd gelukkig van de geur van het gras vermengd met de rauwe geur van zwarte aarde. Wanneer je een sliding maakt en ik over het veld gleed, de sokken vies met zwarte vegen, de benen onder de modder, de witte broek zwart van de zooi. Het zweet dat langs mijn brillenglazen liep en ik nog minder zicht had. Ik moest en zou altijd winnen. En de rest moest dat van mij ook. Verliezen mocht niet. Dan ben je een sukkel! Een watje! Blijf dan thuis. Ga in de dug-out zitten of hou je waffel. Hier tussen de lijnen bepaal ik wat er gebeurd en je hebt te luisteren anders flikker je maar op! En ik scoorde gemakkelijk en best veel voor een karakterspeler. Maakte het mijn tegenstanders moeilijk en mijn teamgenoten soms onmogelijk om wat uit te halen. Ik wilde gezien en gewaardeerd worden. Tot zekere hoogte lukte dat. Maar ik sloeg door. Sloeg er soms bijna op. 

Op trainingen trok ik mijn mond vaak te ver open. Dan moest ik weer tien rondjes om het veld rennen. Weer straf! Weer buiten de groep gezet! Maar ik kreeg een bere-conditie van al dat rennen. Mijn benen waren bovengemiddeld ontwikkeld. Van staal. En ik voelde mij tijdens het rennen vaak zo vrij als een vogel. Het ging vanzelf en ik voelde geen weerstand. Wel naar de groep toe, de trainers en begeleiders. Twee trainers springen er uit. Met de eerste had ik een haat-liefde verhouding. Gerritje. Hij was net zo gedreven als ik. Maar op een andere manier, en hij kon mij ook niet aan. Zelf was hij af en toe ook ongrijpbaar voor volwassenen. Tegelijkertijd heb ik ook veel met gelachen. Dat was mooi. Het kon en hij liet dat toe. Een paar jaar eerder was er trainer Jack. Rust en gedrevenheid in zijn doen en laten. Een zuiderling en een man die de schaar zo stijlvol uitvoerde alsof het een dans was. Dat maakte indruk op mij. Hij verhuisde met zijn gezin en ging weg. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*