Met gym, opstellen schrijven, spreekbeurten geven en de kennis over geschiedenis was ik ze de baas. Daar was ik goed in en het waren de vakken waar ik altijd plezier aan heb beleefd. Dan zweefde ik. En dat zweven streefde ik ook na als school uit was. Bij alles wat ik deed zocht ik de euforie van vrijheid, onafhankelijkheid en erkenning. Ook thuis.

Dat ging zo door op de middelbare school. In hetzelfde rotdorp. Mijn ouders wilden er gaan wonen. En dat was wel te begrijpen. Achteraf wel. Een prachtige omgeving en het verlangen naar vrijheid heb ik niet van vreemden. Die vonden zij daar ook. Ik was doodongelukkig dat het de derde school op een rij was waar ik heen moest gaan en niet vijftien kilometer verderop. Naar Horst of Venray. Waarom mag ik daar niet heen? Ze kennen me daar. De leraren van de lagere school zijn vrienden van de leraren op de middelbare school. Die klootzakken houden elkaar de hand boven de kop, het zijn dezelfde eikels en ze hebben mij al veroordeeld. Die moeten mij niet! Ik wil weg hier en ook niet met die kloot-jongens op school zitten! Dagenlang was ik verdrietig. Huilend lag ik op mijn kamer. De zin om daar heen te gaan was nul! De spanning liep op. De dreiging van vechten was ik toen al beu. Want op die middelbare school zou ik knakkers tegen komen uit andere dorpen waar ik ook mee op de vuist was gegaan of die mij te pakken hadden gekregen tijdens mijn omzwervingen door de natuur. En als dat niet was geweest kenden ze mij via via en was de toon gezet. Tot die tijd had ik nog nooit een grote overwinning behaald die mij onaantastbaar maakte. Want dat dacht ik nodig te hebben. Ik wilde mezelf kunnen zijn en in vrijheid leven. Het open karakter van de natuur hield mij staande en gelukkig gaven mijn ouders mij de ruimte om mij uit te leven. Ondanks de ruimte en de frisse lucht op het platteland was het klein en ontnam het mij de adem. Het was verstikkend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*