Vooravond.

En dan lig je in een ziekenhuiskamer. In Maastricht. MUMC Cardiologie. Alles is voorbereid. Het bord met mijn gegevens hangt aan het voeteneind van mijn bed. Het bed is te kort. De verpleegster verlengt het voeteneind met een matrasje. Gekleed volgens de kledingvoorschriften lig ik in bed. Een lichtblauwe overgooier, schort, pyjama. Wat is het? Met witte touwtjes om het vast te knopen zodat het niet fladdert. Hoezo fladderen? Er is geen eens energie om mijn vleugels uit te slaan. Leeg, op, uitgeput. Mentaal en fysiek. Dat bleek maanden eerder al. Een bekende vroeg mij mee te gaan fietsen. Op de racefiets. Goed bedoeld. Als afleiding en om energie op te doen. Het viel slecht. De hartslag mocht niet boven de 135 slagen per minuut komen. Met beta blokkers was ie niet hoger te krijgen dan 124. Hij fietste voor mij uit en zweepte mij op. “Het gaat niet harder. Doe eens rustig aan. Heeej! Graag twee tandjes langzamer. Dit is voor mij niet te doen. Hallooo! Het lukt niet!” Het was de laatste fietstocht met hem. In de stilte van de maanden was het leeg binnenin. De tijd werd gedood met het huishouden en het ontbreken van warmte. 

Terug in het heden. In mijn ziekenhuiskamer liggen meer patiënten. Mijn voorbereiding zit er op. Geschoren op de plekken waar het nodig is. De overgooier om. Liggend op bed. Morgenvroeg gaan ze mij als eerste helpen. Morgen. Tenminste…als alles volgens planning verloopt. Zou het dan toch kunnen veranderen? Mijn gedachten zijn doezelig. De kinderen zijn thuis. Er is iemand bij mij. Dat maakt het wat prettiger. We zijn samen en toch zijn we alleen met ons zelf. Er is er geen contact. Een drankje, wat snoep, zorgelijk kijken. Het maken van een foto van mij in bed zit er niet aan. Later die avond in de stilte van een donkere ziekenhuiskamer maak ik een selfie. Nieuwsgierig naar mijn blik en uitstraling draai ik mijn BlackBerry om en wordt nog stiller. “Is dat wat de ander ziet als ie mij aankijkt?“ In de eenzaamheid van de avond en nacht slaap ik rustig in. De verplegers gaven mij een pilletje. Of droomde ik van een pilletje dat alles zou veranderen?

Share

Tien.

Tien jaar geleden. Het is deze maand tien jaar geleden. En het is tien en een half jaar geleden dat de wekker ging. Mijn wekker af ging. Het tikken stopte en het alarm loeide. Mijn rikketik trok aan de bel. Duidelijk en onomwonden. Klare taal; ‘Jij moet actie ondernemen. Het is tijd!’ En voor het eerst sinds jaren luisterde ik echt… De huisarts zag een onregelmatigheid op de uitdraai. Hij stuurde mij door. Dezelfde middag lag ik op de behandeltafel voor een echo op de afdeling Medische Beeldvorming. Het was het begin van een tijd die in het teken stond van onderzoeken en onrust. Na talloze onderzoeken was het 100% zeker. Dokter: ‘Cor, jij hebt een ernstig vorm van boezemfibrilleren. Dat uit zich in een onregelmatige hartslag, het overslaan van je hart en dat je pieken hebt in de hartslag die oplopen tot 230 slagen. Daarom stopten we destijds met de ‘fietstest’ omdat jouw hartslag niet daalde bij rust. We moeten je doorverwijzen naar een ziekenhuis dat gespecialiseerd is in deze aandoening. Helaas kunnen wij je niet verder helpen. Dat kan het Catharina of het UMC zijn.’ Het werd het UMC. De cardioloog daar had binnen tien minuten de diagnose en behandeling uitgelegd; “Er is wel een kans van 10% dat het fout gaat.” “Dus 90% dat het goed gaat!”, was mijn reactie. “Doen! Een keuze is er niet. Het is dit of beter worden. Op mijn veertigste als een uitgebluste zeventiger leven is geen optie. Plan de datum maar in!” Het werd een wachtlijst met de verwachte duur van drie maanden. De tijd tikte door. Mijn onrustige rikketikkende rikketik tikte ook door. En bij mij tikte er van alles aan het venster van mijn gedachten en verbeelding. Alleen en eenzaam.

Share

Keihard.

Negen uur bij De Kleijne op de Ginnekenmarkt. De te fietsen route heb ik gekregen van de ijsclub uit Breda. Van de twaalf genodigden kunnen er vijf. Het is winter. Doorfietsen op de racefiets en zondagochtend is niet voor iedereen een vanzelfsprekende combinatie. Koffiedoping er in en dan weg. Met vijf man trappen we de dag af. Het is koud. Nee, het is fris. Koud is anders. Dan ril je. ‘Klik klik klikkerdeklak.’ Typische geluiden van schoenplaatjes die in de pedalen vast klikken. Gezucht en lichte ironie om nu de weg op te gaan. Rechts af bij Boerke, rechts af, links af en verderop het fietspad op dat langs de Graaf van Engelbregtlaan loopt. Breed en overzichtelijk. Vrij uitzicht. Koude wangen die langzaamaan warmer worden. Zin in een rondje ontspannen toeren. Gezellig en gezond. 

Geschraap alsof een doorloper over asfalt wordt getrokken. Een doffe bonk die het meeste lijkt op een baal hooi die van een platte kar valt. Iemand zegt iets of is het een gedempte schreeuw? Ik luister, denk en mijn voorwiel maakt een zwaai naar links. Alsof er een touw aan zit en het in één ruk onder mij weg wordt getrokken. Achter mij nog meer geschraap en doffe bonken. Rechts naast mij zie ik in een soort van flits mijn fietsmaat uit beeld verdwijnen. Ik zie niemand meer en val! De kortste weg naar beneden. Tijd om te beseffen wat er gebeurd heb ik niet. Hard raken mijn rechterelleboog, schouder en rug de grond. Mijn benen steken in de lucht. In foetushouding glij ik door. Vijftien meter verder dan mijn fiets lig ik eindelijk stil. Ik draai me om en kijk. Mijn fietsmaten liggen aan beide kanten van het fietspad. De fietsen verstrooid om ons heen. Het doet mij denken aan een bowlingbaan waar een grote bal ons keihard van achteren van de baan heeft geslagen. Strike!

Bowling? Echt niet. IJs! Een ijsbaan van veertig meter lang. Vanuit een flauwe bocht fietsten wij met 28 km p/uur fietsen een ijsbaan op. Geen wonder dat we omver werden gekegeld. Opstaan is als leren schaatsen zonder stoel. Helmen, jassen, schoenhoezen, handschoenen en fietsen zijn kapot of beschadigd. Gekreun en gevloek. Pijn in de spieren, botten en een knak in de moraal.Terwijl we onze wonden likken knallen er nog twee fietsers keihard met hun bakkes op de ijsbaan. Waarschuwingen van ons zijn tegen dovemansoren gericht. Wij wisten van niets. Er was niet gestrooid. Wij werden niet gewaarschuwd.

Share

Een roerig begin.

De eerste week van 2020. Man o man! De uitersten in een notedop. Liefde, leven en de dood troffen elkaar. Er wordt niet naar gevraagd. Het is geen afspraak. Geen planner of agenda die het schema bepaald. Verbazing en ongeloof hield mij stil. Met de mond open van verbazing las en hoorde ik het ene na het andere nieuws. Dichtbij en soms wat verder van mij af. Het maakte het niet minder heftig. Daar mee om gaan zette mij aan het denken. Af en toe zelfs prakkeseren en peinzen. In cirkels denken en er niet uit komen. Draaien zonder er omheen te draaien. Om dol van te worden. Simpelweg geen antwoorden vinden op levensvragen. Vragen stellen heeft geen zin anders waren de antwoorden wel gevonden. Of zijn ze er wel maar nog niet bij mij bekend? Nog nooit eerder was mij dit overkomen. Drie sterfgevallen van vaders en één ernstig zieke vriendin, twee geboorten en een scheiding. Begrijpen hoeft niet. Het kwam binnen op mijn gevoelsniveau en raakte mij. Verdriet en geluk in één week. Op het leven valt geen pijl te trekken.

Mijn hartdag moest nog komen, de vastelaovend was nog verder weg en 2020 begon roerig. 

Share

2020

2020

Het kan veranderen. Anders zijn. De keerzijde van het verliezen is inzicht en verrassing. De afsluiting van een tijdperk is een feit. Met de kans dat het je in de toekomst verrast en herinnert aan het verleden. Dat de tijd je een loer draait en het heden vermengd wordt met de geschiedenis.

Nu eindigt een decennium. De tweede tien jaar. Een periode sluit ik af en die was zeer bewogen. Tien jaar. De tweede tien jaar vanaf tweeduizend. 

En ik ben klaar voor de jaren twintig. De ‘roaring twenties’. Ik ben het zat dat we een vreemde taal zo toelaten in onze taal. Het mag wel grommen en grijzend een nieuwe tijd worden.  

Ik ga voor een tijdperk vol vertrouwen, vriendelijkheid en vrijheid. Tot gauw!

Share

Los van de grond.

Zaterdagavond sta ik voor de kledingkast en twijfel wat ik aan zal trekken. De dag erna ga ik voor het eerst sinds jaren weer op een mountainbike fietsen. Op de racert is het niet zo moeilijk. Dat lukt wel. Dit is anders. Anders fietsen en bewegen, hogere intensiteit, beschut, de kou van het bos. Want koud wordt het. Het gaat die nacht licht vriezen. Na lang wikken en wegen ben ik er uit en ik hoor mezelf zeggen “Het kan nog alle kanten op. Morgenvroeg zal ik het Bonka shirt wel aantrekken. Of nie!” 

Om zeven uur gaat de wekker af, ontbijten en naar buiten. De eerste tien minuten heb ik het fris. Daarna niet meer. Goede keuze. Niet te koud en niet te warm gekleed. Ik vraag me af hoe dat straks in het bos zal zijn. Via Oosterheide naar Dorst en als ik ter hoogte van het pannenkoekenhuis ben zie ik links van mij de zon op komen. Een gouden gloed, met rood en koperkleuren omringd. Het veld geploegd. De voren in een rij. Het gras in de wei en de bermen parelt. De eiken staan tussen de zon en mij in. Ze markeren de weg en het fietspad. Hun silhouetten zijn zwart en scherp van detail alsof ze uit Oost-Indische inkt zijn gevormd. Daar waar in de verte de zon opkomt toont het bos grijs. De lucht boven het bos is licht oranje en loopt naar boven toe uit naar lichtblauwgrijs. Zacht en aaibaar. Het is stil. Niemand buiten. Op de weg naar Alphen kom ik slechts drie wandelaars met hun hond, twee hardlopers en twee auto’s tegen. Binnen is het warm. Buiten is het koud. Op de Slingerdreef nog meer silhouetten en parels. De natuur staat sterk en straalt van zelfvertrouwen. In Bavel sluiten fietsmaten aan. De zon schijnt recht in ons gezicht. Een tunnel van wit licht. Gordijnen van zonnestralen door de bomen. Het tempo zakt omdat we zo onder de indruk zijn. In Alphen treffen we de rest. We wisten toen nog niet wat ons te wachten stond. Dit was slechts een voorproefje.

Warmdraaien en een warm welkom gaan goed samen. Op alle fronten. Want al na een paar kilometer worden we stil. De bossen zijn van een ongekende schoonheid. Grote, hoge oude beuken en eiken. Half in blad. De bospaden vol gevallen blad met een enkel spoor voor ons. We draaien rechts af en voor ons torent een kathedraal achtige rij beuken op. Links en rechts verweven de kruinen zich ineen als handen waarvan de vingertoppen in elkaar schuiven. Vastbesloten om niet meer los te laten. We rijden aan de rechterkant van de rechtse rij en rechts van ons een wei. Met prikkeldraad omzoomd waar spinnenwebben als parelkettingen om heen hangen. De wei in rijp. Stilte. Alleen het geratel van kettingen en het zoemen van het rubber op het harde zand. Na dit hoogtepunt blijft het deze koude droge zondagochtend hoogtepunten regenen. De groep is zwaar onder de indruk van de schoonheid. Een tweede kathedraal laat ons binnen komen. We fietsen onder de bogen door. De kruinen tikken elkaar met de vingerpuntjes aan. Voor ons een pad met alle kleuren bruin die we kennen. Wat Ierland aan groen heeft zien we hier in het bruin. Schuin links voor ons een wei midden in het bos. De kou en het licht veranderen de normaal zo monotone wei in een kleurenexplosie van lichtpaars, oranje, aqua blauw met opaal, smaragdgroen gras zo helder en staalhard dat het bovennatuurlijk lijkt. “Hebben we aan de paddo’s gezeten voordat we startten in plaats van koffie?” De verschillen tussen het bospad met de bruine herfstkleuren en de bijna psychedelische wei links is betoverend. Ik snap ineens waarom mensen bevangen kunnen worden door de wil om dit vast te leggen. Dit wil je delen. Dit is puur geluk. Dat wij hier fietsen en overvallen worden door de schoonheid van het bos maakt de tongen los. We vinden het jammer dat we door moeten en geen foto’s kunnen maken. Daar is het te koud voor en te link met alle fietsers die achter ons aan komen.

Goud licht en het is koud onderweg naar Alphen.

Kippenvel. Niet van de kou. De laan uit en verder. Links, rechtdoor, rechts af. Daar komt de volgende verbazing. Eilanden van bomen in weien met grote droogstaande poelen, doorzichten langs eiken en beuken. Een eeuwenoude boerderij met rieten dak. Doorfietsen, de bocht volgen, langs akkers, strak geploegd en de voren die als pijlen in het land ons de weg wijzen. Het bos weer in, omlaag een kuil in duiken, klein schakelen en omhoog stampen tegen het zand op. Rechts af. Doorfietsen. Op de hoek van een glinsterende wei staat een beuk met een omtrek van wel twee meter met takken als bomen. Een deelnemer staat stil en maakt een foto. Vanaf de fiets is het al adembenemend! We spelen. Zingen, maken filmpjes, vertellen verhalen en kijken om ons heen. Draaien, keren en we wringen onze fietsen met veringen in allerlei bochten. We rollen de ochtend uit. De pauzeplaats op. Soep, thee en koek en daarna door. Mijn fluorgele moddelmonster draagt me door de bossen. Ik vlieg en zweeg door het landschap en kom los van de grond. Geen moment denk ik aan mijn blessure. Vrij van gedachten. En zo blijft het. 

Met mijn lief fiets ik naar huis en na een warme douche val ik op de bank bijna in slaap. Een gevoelige onderkant maakt me duidelijk dat de heling nog niet voorbij is. Wel de goede materialen en kleding maar het belangrijkste materiaal is er nog niet klaar voor. Rustig aan.

Ik besef me weer dat de verleiding om los van de grond te komen heel diep zit.

Share

De fik in mijn benen.

De fik in mijn benen

Twee weken later zit ik weer bij Jean-Luc. Ik ben serieus met mijn opdrachten aan de slag gegaan. Niet meer in groepen fietsen. Als enige uitzondering een tweedaagse in Zuid Limburg met mijn fietsmaten en een goede doelen rit. ‘Niet te hard, lage trapfrequentie, lage snelheid, niet harder dan 25 kilometer per uur. Let op de duwfase en je hakken en tenen. 

Elke dag 15 minuten op de fiets en opnames maken van de bewegingen.’ Ik koppel na twee ritten mijn eerste ervaring terug. Spierpijn in mijn bovenbenen op plekken waar ik het de laatste tijd niet voelde. De balans kwijt vanwege de andere stand van de pedalen door de asverlening. Tjee man. Wat belachelijk die spierpijn. De laatste keer was mijn ongetrainde Alp’duHuez in het jaar dat Carlo Sastre de Tour won. Met amper 500 kilometer in de benen en een rugzak met schoenen en een terrasparasol de alp op. Na bocht drie stond ik geparkeerd. De fik in mijn benen en een kop als een overrijpe tomaat die op knappen staat. Zo voelde mijn bovenbenen na een zielig stukje fietsen van 52,44 kilometer over het platteland.

Fietsles voor gevorderden. Geen zijwieltjes maar een binnentrainer. De koersfiets ontmanteld. Het achterwiel haal ik uit mijn fiets en ik plaats de ketting over het tandwiel op de binnentrainer. Draai de as vast en zet het voorwiel in een houder. Ik zit binnen en kan trappen. Een fiets zonder achterwiel maar met een houder met tandwiel waar je je fiets op zet. Je kunt de weerstand vergroten met een app op je telefoon Schakelen kan ook nog. Klimmen zelfs. Die ochtend begin ik het langzaamaan iets beter te doen. Maar veel soeps is het niet. Je ziet me denken. Ik kijk op een scherm naar mijn pedaalslag en stuur bij naarmate ik zie wat ik fout doe. En dan ben ik al te laat. Ik ben mijn vertrouwde ritme kwijt. De slag is er uit. Ik neig de oude slag uit te voeren. Dat is wat ik gewend ben. Jean Luc laat zien, legt uit en laat me voelen. Roept me toe en geef aan wanneer ik wat moet doen. “En duw! Hak! En duw! Hak! En duw! Denken, doen, zien, voelen, bijsturen, en dat nog een keer en nog een keer en nog een keer. Ik zweet heftig. Het is zwaar. De weerstand op de pedalen is groot en mijn hersens kraken. Een korte pauze. Dan weer een zadeldruk meting. Er is verbetering te zien. Minder drukpunten maar dan moet ik wel achter op mijn zadel blijven zitten. Twee stickers met een stoffen bovenkant moeten mijn koersbroek niet naar voren laten schuiven. “Stil zitten. Knieën omhoog. Tenen. Hakken. Handen op de shifters. En duw, en duw, en duw, en duw. Eindeloos herhalen. Duwen, duwen, Nu! En..nu! En..Nu!” Tussentijds evalueren. De slag begint er in te komen. Het is nog wat onwennig maar je ziet ‘m komen. Opdrachten: “Per dag 15 minuten trainen. BikeFit app op de tablet. Verbinden met een scherm en fietsen maar. Zwemmen en rennen mag. Maar het fietsen staat voorop. Tot over twee weken! Dan kijken we hoe het er voor staat en maken we nieuwe plannen. Aan de bak Cor, gij bent goe bezig maat!”

Deze keer geen frieten maar koffie bij een bakker in Wuustwezel. Koffie met een koek! Dat dan weer wel. Gezellig samen met mijn lief. Napraten en het voelt goed om hier te zijn. Het vertrouwen komt terug. Nu de focus blijven houden. Stap voor stap. Een doel…goed leren fietsen. En tijd voor elkaar dat is met een vrouw die Van den Doel heet geen enkel probleem 🙂

Share

Fietsen als een vijfjarige.

Naar België. Doorverwezen door mijn fietsenmakers bij Trommelen Tweewielers. Jan en Wouter verwijzen me niet voor niets door. “Ga daar maar eens heen Cor. Die gast kan je helpen.” Enige scepsis heb ik wel. Dat is de derde in drie jaar tijd! Ik luister en maak een afspraak. Fiets achterop de ouwe Volvo, kleding mee en samen met mijn lief naar Wuustwezel.

Daar ontmoeten we Jean-Luc de Meyer, eigenaar van BikeExperience. We worden hartelijk ontvangen en ik licht nogmaals toe wat de aanleiding is. Jean-Luc stelt voor eerst eens goed te kijken hoe ik fiets en wat mijn techniek en houding is. Toen we destijds belden ter voorbereiding op dit consult stelde hij vragen die alle andere fietsdeskundigen nooit eerder stelden. Ik ben verbaasd en tegelijk nieuwsgierig. Ik weet nog dat na het gesprek ik tegen mijn lief zei: ‘Daar moet ik heen’, die durft meer dan de rest. Dat mag ik wel.”

Na vijf minuten op de fiets kijkt ie mij vanachter zijn zwarte montuur aan en zegt: “Gij hebt papbenen Cor!” Elke letter voelt als een kogel uit een mitrailleursalvo. Raak en keihard. Watte? Ik heb papbenen. Bedankt!’ Pijn aan mijn kloten heb ik, geen papbenen. Hij laat mij een afbeelding zijn van de opbouw van de spieren in de benen en een voorbeeld van de ideale trapbeweging. “Zo moet het zijn. Dit is wat gij doet. En daar zit een groot verschil tussen.’ Nog een keer de fiets op en een opname later zie ik het en snap het. Conclusie: verkeerde traptechniek en houding op de fiets. Het meest effectief is het als de duwfase optimaal wordt benut. De trekfase is van veel minder belang. Uit onderzoek blijkt dat mijn traptechniek belachelijk slecht is. Ik fiets als een hardloper. Duw te weinig en trek te veel aan de pedalen. Als ik wil blijven fietsen en de kans op blessures wil verkleinen zal ik daar als eerste aan moeten gaan werken. Het is ook te zien in de spieropbouw van mijn bovenbenen. Die zijn verhoudingsgewijs te onderontwikkeld in vergelijking met mijn hamstrings. Veel op souplesse gefietst, hoge trapfrequentie en voor op het zadel gezeten. Met de hakken omlaag en de knieën te ver naar binnen. Daar komt bij dat mijn natuurlijke stand van de voeten ten opzichte van mijn heup wijder is dan de meer naar binnen gerichte houding op de fiets. De pedalen dwingen me met de benen dicht tegen elkaar aan te fietsen. De drukmeting op de bal van mijn voet wijst een verlaagde drukkracht uit. De inlegzolen krijgen een aanpassing waardoor ik voel dat ik op de pedalen duw. De flexibiliteit in mijn heupen mag beter, ik krijg een verlengde as aan de pedalen waardoor ik verder met mijn benen van het bracket af kom te fietsen. Zadel naar voren, stuur hoger. De zadeldrukmeting laat een verhoogde drukpuntenconcentratie zien rondom de wonden op mijn perineum. Dat allemaal samen met verkeerde broeken die niet goed pasten, veel fietskilometers en voila! Knobbels en een derde bal bouwen stelt dan niets meer voor. Appeltje eitje! Het is overduidelijk…En dat is lastig te accepteren. Ik moet opnieuw leren fietsen. 

Dat komt hard aan. Ik speelde met de gedachten om aan La Vuelta Olanda mee te doen. Een dag voor de profs de Ronde van Spanje fietsen. Nee dus. Parijs-Roubaix? Nee. Klip en klaar. Ik hoor het Jean-Luc, mijn lief en mezelf hardop zeggen. Geen doelen van dat al. Het enige doel is om opnieuw te leren fietsen, de zwellingen te laten genezen en verder niets! Hij lacht van ontroering en ziet mijn vertwijfeling. “Het komt goed Cor, vertrouw op mij, luister naar mij en laat alles wat je tot nu toe hebt geleerd los. Het kost tijd maar dat hebben we. Het seizoen is achter de rug, je bent hier in goede handen. Je hebt de kop er voor om dit te kunnen doen. Nu moet je het in de praktijk brengen.’ Hij heeft gelijk. Ik weet wat ik moet doen. Nog niet alles. Bij een later bezoek zal blijken dat er meer voor nodig is om terug te keren op de fiets. 

Een uur later ben ik veel wijzer dan ik ooit had gedacht. De waarheid is soms hard en niet wat ik verwacht. Ik ben sprakeloos en mijn hersenen doen pijn van de omschakeling. Ik fiets als een vijfjarige. Op de terugweg gaan we uit eten als vijfjarigen. In een frietkot in Wuustwezel.

Share

Ik hou van je lieve dochter en zoon!

Vandaag drie jaar geleden begon de zon langzaamaan ons weer te verwarmen. Het was gelukzaligmakend. Ik stond daar als trotse vader samen met mijn kleine meid die groeide naar een jonge vrouw. Heel voorzichtig samen een dag op stap. Natuurlijk want we kennen elkaar goed en we vonden het spannend. We zijn allebei gevoelig en kwetsbaar. Dat is ook zo mooi aan de relatie die ik met haar heb🍀✌
Drie jaar later staat de datum dat we elkaar spraken nog steeds op het aantekeningenbord op mijn werkkamer. Drie oktober 2016❤.
Vandaag de dag spreekt ze zelf met mij af en komt naar ons huis. Ze vergeet de tijd en we hebben het dan over van alles. Het is gezellig. Gewoon. Geluk zit in het kleine dat groots is!

Ik hou van je Eva. En van je broertje!

Share

869 euro

De teller staat op 869 euro. Dat heb ik gecollecteerd tegen ALS. Blij zijn als je ergens tegen bent. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig. Ik sta aan de start van de Toer voor ALS. Achter mij staat een grote groep. Ze poseren. Een ALS patiënt fietst mee op een duo fiets. Ik zie lachende gezichten en verdriet gevangen in één blik en draai me terug naar de start. Een selfie voor Mirjam en een kwartier later dan gepland vertrekken we. ‘Iedereen moet op hetzelfde moment kunnen starten dus wachten we tot we compleet zijn’, roept de omroeper. 

Het is echt anders dan mijn gebruikelijke toerritten. Geen gestress, gejaagde blikken, voorkruipen, overgesoigneerde en afgetrainde deelnemers. Ik zie kleine kinderen in fietspekskes, zeventigplussers op randonneurs, wandelaars, jonge gasten op gympen met een fiets van een paar tientjes en een t-shirtje, mountainbikes, buiken en haar. Het doel heiligt de middelen! Na elke ronde stoppen we. Zesentwintigeneenhalve kilometer ver en vierhonderd meter hoog. Dat hebben we er dan op zitten. Dat doen we drie keer. Met een pauze per ronde van een half uur! Want we wachten op elkaar. Delen onze ervaring. Drinken koffie, eten rennersvoer en praten met Rien. Hij is er bij. Mirjam ook. In mijn gedachten zit ze naast Rien. Mirjam aan het woord, hij luistert, en na elke ronde hebben ze meer te missen. Na ronde drie dansen ze aan de finish arm in arm. Hun benen gooien ze in de lucht en ze klappen met de hakken van hun schoenen tegen elkaar als ze van de grond komen. Luidkeels moedigen ze ons aan. Een brede lach op hun gezicht. Ze stralen van geluk! Als….

In mijn verbeelding zie ik dit beeld voorbij komen. En ik besef me dat er kuren zijn tegen kanker. Behandelingen voor hart en vaatziekten. Maar voor ALS is nog niets gevonden. Nog niet. Rien is gelukkig als ik met hem spreek. Hij vertrouwd mij toe dat hij het moeilijk vind dat mensen hem negeren. ‘Ze doen net of ik een besmettelijke ziekte heb. Lopen met een boog om mij heen. Waarom? Praat met mij. Ik vind het fijn dat je nu met mij praat Cor. Dat doet me goed.’ En in zijn ogen glinstert een traan van ontroering. Zijn zus kijkt me met grote ogen aan als ik het haar vertel. ‘Hij is helemaal geen prater. Wat bijzonder dat hij dit met je deelt. Ik weet niet wat ik moet zeggen.’ Ze zet haar zonnebril af en kijkt me diep in de ogen aan. Een blik zegt meer dan duizend woorden. Zijn moeder schud me meerdere keren de hand. Zijn vrouw zorgt voor hem. De hele groep is er voor hem. Zoals ik er ben voor Mirjam. En anderen er voor haar zijn bij de VocALS en het Huis van je Leven festival en al die andere momenten waar we ons inzetten tegen ALS.

Wat wil het nu zeggen? Wat stelt het voor? Voor ons is het een paar mails sturen, wat trainen en dan een zondag zweten, wat spierpijn daags erna. Een afwezigheid in mijn aanwezigheid. Omdat ik in mijn gedachten ergens anders ben. Daar waar het leven ligt en waar we praten, zingen, dansen, lachen, delen en het leven vieren. Zonder pijn. Waar hebben we het over? Een simpel gebaar kan een wereld van verschil maken.

De echte spierpijn. De pijn die niet te bevatten valt. Die ligt op een heel ander vlak. 

Daarom 869 euro. Bedankt donateurs. Stichting ALS, vrienden en familie.

Bovenal bedank ik Mirjam en Rien voor jullie warmte en eerlijkheid.

Doneren kan en mag nog steeds. Graag zelfs 👍🏻✌🏼🍀❤️. Ga naar https://www.toervoorals.nl/actie/cor-seijkens en maak een keuze.

Share